dhr. Leo Fijen: ‘Hij mag groter, ik kleiner’ n.a.v. Lucas 1: 57 en 66 t/m 80

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 20 juni 2018  *

Voorganger: dhr. Leo Fijen (Maartensdijk)

Hij mag groter, ik kleiner‘ n.a.v. Lucas 1: 57 en 66 t/m 80

Ik bezocht afgelopen weekend een mooi huis, Blankenberg, buiten Cadier en Keer. Daar ontmoette ik een rector, die moeilijk liep. Ik vroeg hem wat er met hem aan de hand was. Zijn antwoord draaide er niet omheen: MS, al 17 jaar. Hij wenst deze ziekte niemand toe, maar hij heeft zelf ervaren dat deze ziekte hem dichter bij de essentie van het leven heeft gebracht. Hij weet nu door deze ziekte dat hij niet kan leven zonder de ander.

Ik moet kleiner, hij groter. ik hoef niet centraal te staan, het gaat om de ander. Onze wereld zegt het tegenovergestelde. Wij zijn het centrum van de wereld, christenen draaien het om. De ander staat centraal. Mijn vraag is dan wel of je tegenslag nodig hebt om dat te ontdekken. Moet je beproefd worden in het bestaan om te leren dat je de ander steeds nodig hebt en dat je in de ander ook Christus kunt herkennen?

Je kunt het ook zonder tegenslag ontdekken. Denk maar aan de Stille Omgang, in maart. Een paar duizend mensen, ze worden niet beperkt door ziekte en weten dat ze de ander op hun bidtocht door Amsterdam nodig hebben. Je bent pas wat als mens, als je verbonden bent met de ander. Bij Sant’Egidio aan het Waterlooplein maken ze zichzelf kleiner om de ander als dakloze of vluchteling te helpen. Wie helpt dan wie? In deze vriendschap weet je niet wie wie omhelst.

Gisteren sprak ik een pastoraal werker, die me vertelde dat de meest beproefde mensen hem het meeste over het leven hebben geleerd. Blijkbaar moet je scheuren oplopen in het leven, gedwongen kleiner worden, om het licht van Christus en de ander te kunnen ervaren. Zou het dat toch zijn? Je moet eerst scheuren hebben om het licht te herkennen. Je moet kleiner worden om de ander groter te maken. En bijzonder is dat je in je kleinheid het wonder van de Ander beter communiceert. Hoe kleiner, des te groter is je invloed om de ander te helen.

Terug naar zondag, daar was ook de rector en zijn studenten. Eén van hen erkende dat de mislukking van zijn vader hem dichter bij de hemelse Vader heeft gebracht. Het werd de ommekeer in zijn leven. Het wonder van zijn vader die kleiner moest worden, heeft de student geleerd om klein te zijn. En als je klein bent, kan God op je hand zijn want deze jonge priester is een Mexicaan en bad voor een overwinning. Het sprookje gaat door, God is op je hand als je klein bent. God leefde mee met Mexico. De rest kennen we, Mexico won van Duitsland.

Plaats een reactie