dr. Ad van Nieuwpoort: “Gewogen en te licht bevonden” n.a.v. Daniël 5

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 9 november 2016  *

Voorganger: dr. Ad van Nieuwpoort, Bloemendaal

“Gewogen en te licht bevonden” n.a.v. Daniël 5

Wat gebeurt er als een leeghoofd als koning Belsazar aan de macht komt?
Het verhaal van vandaag komt angstig dichtbij. In het boek Daniël gaat het niet over een ver verleden dat boven onze werkelijkheid staat, maar over de situatie waarin wij ons vandaag na de afgelopen nacht bevinden. We zien het met vrees en beven. Koning Belsazar komt aan de macht. Een volstrekt nihilistische koning. Er is een groot overwinningsfeest gaande. De glazen zijn gevuld. Wat geroofd werd uit de tempel van Jeruzalem en ooit moest herinneren aan dat verhaal van ‘Liefde sterker dan de dood’, wordt nu gebruikt om wijn uit te drinken. Hij proost op goud en zilver. Op brons en ijzer. Het maakt hem helemaal niets meer uit. Lang leve de lol. Zijn vader had nog een verhaal. Lag ‘s nachts wakker over zijn rijk en zijn tanende macht. Maar Belsazar kan het helemaal niets schelen. Hij zit met de rijken der aarde aan tafel. Ze hebben een fantastisch feestje gebouwd. Op elke mannenschoot zit een prachtige vrouw. En de knechten lopen af en aan om de kelken te vullen. Lang leve de lol! Niet zo moeilijk doen. ‘We’ll make America great again’.

Maar waarmee? Met leugens? Schuine moppen? Oproepen tot geweld? Met belastingontduiking? Haatzaaierij naar buitenlanders? Met het sluiten van de grenzen voor moslims? Is hij die droom vergeten van Martin Luther King? Dat verhaal van hoop op een andere wereld waarin mensen elkaar de hand reiken? Hij is het vergeten. Geschiedenis doet er niet toe. En het evangelie van liefde al helemaal niet. Hij feest zijn feest in zijn miljoenenpaleis. De champagne stroomt rijkelijk. Baden met gouden kranen. Niet alleen de zonen van Khadaffi hadden dat. Het is van alle tijden. Hoe groter jouw toren hoe beter.

Maar terwijl iedereen zwaar beneveld is, komt daar ineens een hand. Een hand die wat letters schrijft op de muur. Ineens stopt de muziek. Dit was niet gepland. Niemand had hier om gevraagd. Belsazar ziet de rug van die hand en schrikt. Niemand durft meer een glas aan te raken en staart verstijfd naar die wand.

Wat letters van boven. Ze zijn niet klein te krijgen. Woorden die tegen de tijdgeest ingaan. Woorden die al eeuwen met ons meegaan. En steeds weer opduiken om vernederde mensen hoop te geven. Te doen opstaan. Woorden die steeds weer opnieuw gespeld moeten worden. In dat hele rijk van die Belsazar is er maar eentje die durft te lezen wat daar staat. Het is die joodse jongen die ooit door de vader van Belsazar werd gedeporteerd uit Jeruzalem. Hij wordt geroepen om te lezen wat daar staat. Een paar woorden die alles zeggen, als je ze tenminste goed wilt lezen. Woorden die ook in al de bijbeltjes van die christenen staan die vannacht kozen voor deze haatzaaier. Het is niet te geloven. Een joodse jongen mag het zeggen. Hij leest en vult de goede klinkers in met enige fantasie. Wat staat daar geschreven? Daniel is klaar en helder: Mene, mene, tekel, ufarsin… Er staat zoiets als: gewogen en te licht bevonden..

Die koning en zijn overwinningsfeest. Het lijkt heel wat. Ik heb er slecht van geslapen. Maar die woorden op de muur zeggen: het is niets. Het heeft geen waarde. Het is als kaf. Als je blaast is weg. Dit houdt geen stand. Dit heeft geen kwaliteit. Dit gaat voorbij en zal geen geschiedenis maken.

Dit oordeel op de muur is een teken aan de wand. Een teken van hoop voor hen die nu angstig aan het kijken zijn of ze kunnen emigreren naar Canada. Een teken van hoop voor Van Jones die op CNN zich afvroeg hoe hij dit aan zijn kinderen moet uitleggen. Dat iemand die liegt, vrouwen vernedert, belasting ontduikt nu op een troon wordt geheven. Een teken van hoop voor al die moslims die nu niet meer de straat op durven omdat ze allemaal de schuld krijgen van terroristische aanslagen. Een teken van hoop voor de joodse gemeenschap die het ergste vreest. De woorden op de wand spreken boekdelen. Dit houdt op.

Haat redt het niet. Onrecht trekt aan het kortste end. Gewogen en te licht bevonden. Daar krijgen we het vandaag mee te doen. En dwars door al dat gepraat heen, breekt even in die woorden een nieuw visioen door: Niet Belsazar zit daar op de troon. Maar de gekruisigde Christus die zegt: Vrees niet. Ik heb de wereld overwonnen.

Henriëtte Roland Holst (1869-1952)

De zachte krachten zullen zeker winnen
in ’t eind — dit hoor ik als een innig fluistren
in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren
alle warmte zou verstarren van binnen.

De machten die de liefde nog omkluistren
zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,
dan kan de groote zaligheid beginnen
die w’als onze harten aandachtig luistren

in alle teederheden ruischen hooren
als in kleine schelpen de groote zee.
Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen
’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:
naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

Plaats een reactie