dr. Ad van Nieuwpoort: ‘Patronen doorbroken’ n.a.v. Handelingen 3: 1-9

*  Alle-Dag-Kerk. 17 juni 2015  *

Voorganger: dr. Ad van Nieuwpoort

‘Patronen doorbroken’ n.a.v. Handelingen 3: 1-9

Er ligt een verlamde bij de poort. Over die verlamde moet het gaan. Over hem die al vanaf de moederschoot verlamd is. Waarom begint Lukas zijn tweede boek met dit verhaal? Dat boek dat moet gaan over hoe het levende woord door de wereld, mensen aanraakt en in beweging zet. Waarom over die verlamde?

Misschien wil hij het in die verlamde wel hebben over een verlamde mensheid. Over een wereld die aan alle kanten verlamd lijkt. Misschien gaat het in die verlamde wel over ons. Vandaag. Hier en nu. Gaat het in die mens misschien wel over hoe wij er aan toe zijn. Laten we nog eens op die mens inzoomen. Wat gebeurt er met die mens? Hij wordt dagelijks door zijn vrienden bij die poort gezet. De poort van de tempel die is gereserveerd voor de komst van de Messias. Een uitzonderlijke plek zou je zeggen. Maar wat is het doel ervan? Nu, dat hij dag in dag uit daar aalmoezen in ontvangst neemt. Die verlamde mens wordt dus dag in dag uit bevestigd in zijn bestaan als verlamd mens. Die aalmoezen zullen hem nooit in beweging brengen. Hij wordt daar dagelijks neergezet totdat hij er niet meer is. Dat is zijn leven. En hij is er helemaal naar gaan staan. Dit is het. Meer zit er niet in. Hij krijgt door die aalmoezen te eten en te drinken. Hij blijft in leven. Maar dat is het dan ook. Het is dat leven waar geen beweging in te krijgen is. Het leven dat zich voltrekt in vaste patronen zonder dat er werkelijk iets gebeurt. Het bestaan bevestigt het bestaan. Je ziet het in organisaties gebeuren. Ook in de kerk. Het is altijd zo gegaan, waarom zou het anders moeten? Lastig, als iemand daar vragen bij gaat stellen. Vragen of het ook misschien eens anders zou kunnen? Je ziet het gebeuren in de grote instituten van onze wereld. Je ziet het in de structuur van politieke partijen, in ziekenhuizen en waar dan ook maar. Het gaat zoals het gaat. En er is eigenlijk geen ruimte, geen tijd voor een kritische reflectie. Het gaat toch. Waarom anders?

En jonge generaties die vragen gaan stellen worden al snel afgeserveerd als te idealistisch en te weinig concreet. En als hun stem wel wordt gehoord en men geeft zo iemand een positie in het bedrijf of in het bestuur dan zal het mooie salaris de scherpe kantjes er wel weer van af halen. Maar ook op particulier niveau kennen we het. De levens die we leiden. Met de ingesleten patronen. De agenda’s die dicteren. En je komt er niet toe om dingen werkelijk te veranderen. ‘Mensen zijn niet te veranderen’, hoorde ik laatst nog iemand heel hoopvol zeggen.

Daar zit die verlamde. En hij doet wat hij altijd doet. Als hij er niet zou zijn, zou je hem missen. Maar dan komen die twee vrienden van Jezus. Die gezondenen. Zij die net van Pasen vandaan komen. En het eerste dat Petrus zegt is:

Kijk naar ons!
Blijf niet staren op wat vroeger was, maar kijk eens op. Kijk eens op vanuit jouw gesloten wereldje. Kijk eens naar ons! Want zoals de voorbijgangers naar de bedelaar kijken, zo kijkt ook standaard de bedelaar naar de voorbijgangers. Maar nu wordt dus deze man gevraagd van zichzelf op te kijken naar die ander die hem aanspreekt. Even weg van zichzelf om attent gemaakt te worden op die ander. Hoe ingewikkeld blijkt dat soms in een ontmoeting. Dat je eigenlijk alleen maar met jezelf bezig bent. Met jouw eigen verhalen, met wat jou bezet dat er nauwelijks ruimte is voor die ander. Laat staan voor wat die ander jou zou willen zeggen.
En dan horen we dat woord dat breekt met elke bestaande orde:

Zilver en goud heb ik niet maar wat ik heb dat geef ik je…
Precies datgene wat die man begeert, wat wij begeren: dat hebben ze niet. Datgene wat hem zou kunnen bevestigen in zijn bestaan, dat heeft hij niet. Daarvoor zijn deze apostelen niet geroepen. Het enige wat zij hebben is iets van een volstrekt andere orde. Is iets ondenkbaars. Iets onmogelijks. In de Naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: sta op en wandel! Daar heeft die verlamde nooit mee gerekend. En Petrus en Johannes overigens ook niet, toen ze weg van hun netten werden geroepen om Leidsman des Levens te volgen. Ze komen met iets anders. Deze verlamde krijgt plotseling te maken met een naam. Namelijk Jezus Christus. De naam die uitlegt wie de God van Abraham, Izaäk en Jakob is. Die naam. En die naam betekent: bevrijder van mensen. Deze verlamde wordt niet bevestigd in zijn bestaan. Wordt niet gerepareerd om weer even verder te kunnen. Hij wordt bij zijn hand gevat, zoals Petrus in het evangelie zelf bij de hand wordt gevat als hij in de zee dreigt te verdrinken. Hij wordt, zo staat er letterlijk: opgewekt. Op zijn benen gezet om de weg van de bevrijding te gaan. Hij springt op en staat en wandelt en… gaat de tempel binnen, lovende God. Dat is het visioen dat Lukas ons vandaag voor ogen stelt. Een verlamde mensheid staat op om in de geest van de Messias te leven van de bevrijding. In die verlamde die opstaat kon het nog wel eens over ons gaan…

Gebed
Dat wij opstandingsmensen worden
niet blijven zitten waar we zitten
maar ontvankelijk worden voor die stem die ons tot aanzijn roept
ons onrustig maakt en het spoor van bevrijding doet vinden
neem ons bij de hand
in deze wereld vol met mensen op de vlucht
dat wij niet wegkijken
maar medemensen worden…

Plaats een reactie