dr. Ciska Stark: ‘Heb jij mij lief?’ n.a.v. Johannes 21: 15-17

*  Alle-Dag-Kerk, 22 april 2015  *

Voorganger: dr. Ciska Stark, Lexmond

‘Heb jij mij lief?’ n.a.v. Johannes 21: 15-17

Het is een drempelmoment, daar aan de oever van het meer. Een drempelmoment, dat is wanneer je aan een grens staat, en je gaat oversteken. Je kijkt even achterom, verlaat de plaats waar je vandaan komt, bent even los, los van waar je vandaan komt, even in een niemandsland voor je weer aankomt, veilige grond onder de voeten vindt.

Drempelmoment zijn er in je leven. Op het moment van het aangaan of het loslaten van een relatie, bij een verhuizing, als je groter of juist kleiner gaat wonen en je verleden achter je laat, en zeker ook aan de randen van het leven wanneer er iemand geboren wordt of sterft. Je weet dan zo’n moment komt, een grensovergang en je weet dat het daarna anders zal zijn maar je weet nog niet hoe.
Drempelmomenten spelen zich af langs de randen van ons leven, aan de grenzen van ons bestaan. En ook letterlijk, aan de grenzen van onze landen, aan de grenzen van de Europese Unie, waar op de stranden van de Mediterranee de opluchting te lezen is van de mensen die tenminste voet aan land zetten, ook al weten ze nog niet wat ze nu nog te wachten staat. Een grens is overschreden, mensen hopen op een nieuw land, een nieuw thuis, een nieuwe toekomst. Hoe moeilijk is dat, als er niemand is die je opwacht, als er niemand is die betrouwbaar is, als er niemand is die je naam kent, die veiligheid biedt.

Aan de rand van het meer van Galilea zijn we getuige van een drempelmoment. Op de grens van het water en het land. Op de grens van het leven na Pasen. De voormalige leerlingen van Jezus, ze staan aan de oever van hun vertrouwde bestaan als vissers, maar het was nog niet zoals vroeger, voor de dood van Jezus. Het werd nooit meer zoals vroeger.
Er leek wel een vergeefsheid in hun leven en werk geslopen, het wilde niet meer. Geen vangst, ondanks het werk, geen bezieling, geen toekomst. Of waren ze juist daarom weer daar, back to basics, terug naar hun roeping, daar waar het begonnen was, hun eerste liefde?
Iemand van buitenaf moest hun wereld openbreken. Iemand moest iets doen. God zelf moest tonen dat Jezus niet definitief dood bleef, Jezus zelf moest hun de grens over helpen om hun leven opnieuw te aarden, opnieuw te bezielen voordat het weer zou kunnen op- en openbloeien.

De man die aan de oever van het meer stond gaf aanwijzingen bij het vissen, en dát alleen al veranderde hun perspectief. Het net aan de andere kant, zo hadden ze het nog niet gezien, nooit gedaan, en toen bleek er wel een goede vangst, nieuw begin mogelijk.
Petrus zag het het eerst: dít herkende hij, zo vaak hadden ze met Jezus opgetrokken en had hij hen doen verbazen. Steeds weer was Hij degene geweest die hen over hun eigen grenzen heen had geholpen: als ze jaloers waren, aan hun eigen belang dachten, te klein dachten van God en misschien ook te klein of juist te groot van zichzelf.
Hier stond Hij langs de oever en reikt hen in brood en vis de toekomst aan. En even later eten ze, zwijgend. Is het een stilte van het samen genieten dat je bij elkaar bent? Op een bankje in de natuur en dat je dan niets hoeft te zeggen? Nee, er hangt, in elk geval voor Petrus, een geladenheid over dit samenzijn.
En voor de zoveelste keer gaan de gedachten door zijn hoofd. Híj was het toch niet die Jezus verraden heeft? Het was toch Judas, het waren toch de Romeinen die hem opgepakt hadden, het waren toch de hogepriesters die Jezus veroordeeld hadden? Logisch toch, dat hij even had gelogen? Wie zou het een christen in Libië vandaag kwalijk nemen dat je niet openlijk uitspreekt je christen bent als je de beelden op het strand gezien hebt van christenen die vermoord werden? Zo dreigend was destijds de situatie.
Klopt, en toch weet hij, dat is allemaal zelfrechtvaardiging. Ook hij heeft gefaald. Niet waargemaakt wat hij wilde. Niet de naam van Jezus uitgesproken toen hem gevraagd werd of hij die man kende, of hij bij hem hoorde.
Zo komt er geen toekomst. Zo kan het niet verder, zo is Petrus als nieuw gedoopte uit de zee gekomen en op het land gekropen, maar hij heeft nog geen vaste grond, is van zichzelf niet de rots om op te bouwen.
En waar we dan getuige van zijn is een intiem gesprek. Jezus neemt het woord. Opnieuw moet het van buiten komen, een mens kan zichzelf niet zomaar verlossen. Dat blijft het mooiste van de Schriften: God zoekt mensen op. Ook vergeving vraagt om initiatieven.
En wat Jezus dan doet is niet vragen naar redenen en oorzaak: wat is er gebeurd? Hoe kwam het nou? Waarom durfde je niet te zeggen dat je een leerling van mij bent? Wat doe je hier eigenlijk nog? Hij wordt niet boos. Hij zegt ook niet: ik ben in jou teleurgesteld. Hij zegt alleen: Heb je me lief? Zelfs: meer dan de anderen hier? Is het een hint naar de manier waarop Petrus zichzelf meestal voorop had geplaatst? Ik zal u niet verlaten? Een beetje humor misschien ook, ja jochie, je zei nu wel…

Jezus vraagt niet naar motieven, noch naar inhoud, niet naar argumenten. Jezus vraagt naar iets anders, naar de relatie, de betrekking. De vraag heb je me lief is de vraag naar betrouwbaarheid. Geloven kun je soms niet alleen op inhoud, maar wel in vertrouwen.
Dat is een pijnlijke vraag in een verhouding waar de relatie geschonden is. ‘Ik heb je echt lief’ zegt de vrouw die haar partner bedrogen heeft en het is nog waar ook. Maar kan zij weten van wie ze het mééste houdt? Kun je dat wegen, meten? Meer dan de anderen?
Voor Petrus lijdt het geen twijfel: natuurlijk, ik hou van u. Maar het is niet genoeg. Jezus vraagt het nog eens, en nog eens. En we kunnen ons afvragen of die verschillende woorden betekenis hebben, liefhebben en houden van (en dat is in het Grieks ook zo, dan is het een de onvoorwaardelijke liefde en stelt Petrus er eigenlijk slechts zijn liefhebben tegenover totdat Jezus zich aanpast), maar het is de vraag of het daarom gaat.
Drie keer vraagt Jezus, ja ook drie keer had Petrus verloochend. Per keer wordt het pijnlijker. Waar vertrouwen geschonden is, ben je niet zomaar klaar. De alcoholist die betrapt werd met drank op, nadat hij gezegd had dat hij clean was, wie vertrouwt hem nog?
Weet je het echt zeker? O Heer, blijf altijd vragen…
Goddank: de liefde van Jezus is geen eisende liefde. Hij dwingt geen bekentenis af, maar hij steekt zijn hand uit en nodigt Petrus uit zich toe te vertrouwen. Het is uitnodigend, het is bemoedigend. Want op zijn toevertrouwen, op zijn bekentenis ‘U weet alles’, krijgt Petrus op zijn beurt het vertrouwen van zijn Heer. Als jij betrouwbaar bent, dan kunnen anderen ook bij jou terecht. Weid mijn schapen en hoed de lammeren. Als jij mens, oprecht van mij houdt, dan ligt de toekomst weer open. Dan kun je tot zegen zijn.
Petrus is een grens over. Dat is Pasen. God helpt ons de drempels over. Pas nu kan hij naar voren kijken. Niet omdat Hij liefheeft, maar omdat hij weet, dat de Heer zelf hem, ons allen, ondanks alles, grenzenloos liefheeft.

AMEN

Plaats een reactie