dr. Ciska Stark: “levenslang verwachten” n.a.v. Matteüs 11: 2-6

 *  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 23 november 2016  *

Voorganger: dr. Ciska Stark, Lexmond

“levenslang verwachten” n.a.v. Matteüs 11: 2-6

Nee, nieuwsgierigheid  is niet het woord dat past, bij de vraag van Johannes ‘bent u degene die komen zou, of…’? Geen nieuwsgierigheid, om nu eens eindelijk te weten hoe het zit, niet de intellectueel misschien interessante, maar vaak o zo vrijblijvende vraag of Jezus de Gezalfde, de Verlosser, de Zoon van God, de Messias, Komende, de ‘Coming man’ is… waar het om gaat is iemand die een beweging op gang brengt, wérkelijk verandering brengt in de wereld.

Nee, teleurstelling  is ook niet het woord dat past bij deze vraag. Al was misschien Johannes wel degelijk teleurgesteld in Degene die hij zo vol vuur had aangeprezen. Zoals men in Amerika toch wel teleurgesteld is geraakt in zijn huidige president. Het begin was zoveel hoopvoller geweest. Johannes, hij had misschien wel meer verwacht van Degene die hij in de Jordaan doopte, van wie hij zag dat Hij vol Geestkracht was.

En nee, woede  is ook niet de toonzetting van de vraag van Johannes. Al kunnen we ons voorstellen dat die Johannes, vurig boeteprediker, die niet meeging met de populaire cultuur van zijn dagen, die niet terugdeinsde om de losse moraal aan het hof van Herodes te bekritiseren, ook al kostte hem dat zijn vrijheid. We kunnen ons voorstellen dat hij alle recht had om woedend te zijn dat hij als slachtoffer in de gevangenis zit en moet vrezen voor zijn leven terwijl degene die onrecht doen, vrolijk verder feesten.

Nee, niet zozeer nieuwsgierigheid, teleurstelling of woede, het is ten diepste bittere vertwijfeling, de vraag van Johannes. Levenslang heeft hij verwezen naar degene die na hem zou komen, niet ik… maar Hij. En zo lang bleef hij van zich afwijzen naar Hem toe dat zijn vinger versteend is op de schilderijen waarop hij is afgebeeld.

Maar als we hem nu in de gevangenis zien, dan wijst hij niet, maar heft zijn handen ten hemel: Bent u degene? Vertwijfeling, dat is wanhoop, niet alleen omdat je geen uitweg of toekomst ziet, maar omdat je fundament, je grond van bestaan, is weggeslagen. Vertwijfeling is dat je op een morgen wakker wordt en ontdekt dat je in een illusie hebt geleefd. Dat alles anders is dan waar je altijd van uit ging. Je wist zeker dat de ander van je hield, maar die bedroog je. Je wist zeker dat jij van de ander hield, maar nu weet je het niet meer. Je dacht dat je het goed deed, keuzes die je maakte, maar nu je ouder wordt en het niet meer teruggedraaid kan worden, weet je het niet zo zeker meer… Je wist toch dat God je leven leidt. Maar je merkt er zo weinig van. En dan komen de vragen. ‘Zeg me, dat het niet zo is’. Jezus, zeg me dat het wél zo is. Bent u degene…?

Toen Augustinus en later Maarten Luther over deze tekst preekten, zeiden ze: het is niet de vraag van Johannes zelf, maar Johannes z’n leerlingen willen maar niet geloven dat ze Jezus moeten volgen en uiteindelijk niet Johannes. En Johannes die denkt dan: als ik ze naar Jezus zelf stuur, dan zal die hen wel overtuigen.

Alles is mogelijk, maar ik denk dat de Johannes met de echte vragen ons dichterbij staat. Ook in de Adventstijd van 2016 want het is wéér Advent en er is nog zo weinig te zien van het Koninkrijk dat Jezus verkondigt. Wat je wel ziet is woede, teleurstelling en vertwijfeling als het gaat om de invloed van het goede en van God in de wereld. En ‘coming men’ van deze tijd zijn ook niet de wereldleiders waar je blij van wordt. Johannes laat ons zien dat degene die altijd voorop loopt, de voorloper van Jezus, die altijd geloofde, dat die zomaar achteraan kan lopen. En niet weet of hij nog wel kan volgen.

Bent u het, of toch… een ander? De reactie van Jezus is even helder als radicaal vanaf een ander perspectief, ‘out of the box’: blinden zien en lammen lopen, melaatsen worden rein en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen het goede nieuws verkondigd.
Is dat een antwoord? Het is geen antwoord in de zin van een bevestiging: Ja, ik ben het en het is niet voor niets geweest. Dat gevangenen vrijgelaten worden, horen we niet. Misschien moet Johannes het wel uithouden in onzekerheid, tot het laatst aan toe.

Geen antwoord, maar Jezus geeft hem wel een ander perspectief. Jezus vraagt hem om te kijken. Juist niet naar de grote machten alleen, niet naar de coming men in de wereld, maar gek genoeg naar degenen van wie niets verwacht werd en die misschien zelf ook niets meer te verwachten hadden: blinden, doven, armen, zelfs doden. Zij krijgen hoop, zíj worden vernieuwd, zij zien het leven en het licht opnieuw. Misschien heeft dat Johannes geraakt, want ook hij was iemand die niets meer te verwachten had. Voor zulke mensen geldt Gods ontferming.

Het antwoord van Jezus laat achter in verwarring. En misschien met ergernis: is dat alles wat Hij te bieden heeft?
Laat het dan maar heilzame verwarring zijn en een ergernis die ons bepaalt bij wat wij zelf verwachten. Advent is blijkbaar niet alleen dat wij Hem verwachten, maar dat God in Jezus ook van ons verwacht dat wij ons niet laten afhouden om te zien wat in het spoor van Jezus heilzaam is in deze wereld. Dat Hij niet alleen Komend is maar gekomen is. Blinden zien, doven horen, zieken worden verzorgd, mantelzorgers komen op adem, kinderen groeien op in veiligheid en zalig wie zich in deze wereld niet laat leiden door teleurstelling en boosheid alleen maar open staat voor de verwondering om Gods werk in de Geest van Jezus.

Waar mensen zo leren zien, waar dat gebeurt, waar mensen samen komen en dat delen, ook hier in de kerk, daar komt het Koninkrijk onstuitbaar dichterbij, en leren we Hem misschien in alle vragen toch beter kennen, herkennen, ‘levenslang verwachten’ en zelfs zingend tegemoet zien.

Amen