dr. F. Stark: ‘Blijf mij nabij’ n.a.v. Lucas 24: 13-17 en 28-35

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 19 april 2017  *

Voorganger: dr. Ciska Stark, Lexmond

‘Blijf mij nabij’ n.a.v. Lucas 24: 13-17 en 28-35

Blijf bij ons… Abide with me…

Je hoeft maar een paar tonen van dit lied te horen… of velen zullen even moeten slikken, hun zakdoek tevoorschijn halen en toegeven dat er een gevoelige snaar geraakt wordt.
Hoe komt dat?
Is het de muziek, de veelal bijbehorende bagpipes, die doedelzak met haar weemoedig verlangen, de muziektechnische toonzetting die precies de klanken kent die de emotie oproepen? Of is het meer de inhoud, die lijkt op de bede van het kind dat zich niet los kan maken van de ouder of van de zieke die zich wanhopig vastklampt aan de laatste strohalm van het leven? Blijf bij ons… verlaat me niet.
In het lied beluisteren we het vallen van de avond, dat net als het getij niet tegen te houden valt. Het is het beeld van de sterfelijkheid, van verlies en verval, de strijd op leven en dood en daarmee zowel het lied van vele uitvaarten als het lied waarmee de aftrap van de Engelse voetbal-league sinds 1927 in het Wembleystadion begint en tienduizenden uit volle borst meezingen. Gelovig of niet, kerkelijk of niet, geraakt wordt je.
In het Lucasevangelie zijn deze paar woorden, die bede: blijf bij ons, slechts een opmaat tot wat komen gaat. Deze bede is het verlengstuk van het verlangen, dit gebed hoort bij het verdriet over wat voorbijging, mensen onderweg, die zich laten leiden door het verleden. Het is daarom tekenend dat ze op de terugweg zijn, vanuit Jeruzalem – de stad van vrede – naar Emmaüs, gedesillusioneerd, en ze zijn vooral met zichzelf en met hun eigen verhaal bezig. Hoe herkenbaar, wat wil je ook, als je iets ingrijpends hebt meegemaakt zit dat vooraan. En wat een weldaad dan, áls er iemand wil luisteren. En gaandeweg luistert, luistert, blijft luisteren, totdat het leeg is. Alles gezegd is. Stil wordt. En ze stil staan.
‘Blijf bij ons’. Het verzoek om te blijven, gedaan aan een vreemde, zou in onze wereld al vreemd op zich zijn. Wie durft zich nog toe te vertrouwen, huis en hart open te stellen?
Maar ergens… ergens diep van binnen is er onderweg al iets opengegaan, ‘toen hij hun onderweg de Schriften opende’. Toen zij langzamerhand de gebeurtenissen in hun eigen leven in de uitleg van de bijbel terug konden lezen. Wat een wonder, dát die wereld van de Schriften samen gaan vallen met je eigen wereld. Dat je zelf opgenomen bent in een groter geheel. Stel je voor, dat dát zo is.
Er zijn mensen die dat hebben, die zeggen bij alles: ‘dat heeft zo moeten zijn.’ Dat kan zo zijn, dat je dat gelooft en de bevestiging ervoor vindt. Je kunt er ook op stuklopen. Omdat sommige gebeurtenissen niet passen bij je beeld van God, bij hoe het zou moeten zijn. Dan verlies je je geloof. Soms ook zomaar, gaandeweg. Zoveel staat hier op het spel, op weg naar Emmaüs.
Want het gaat hier niet over zomaar gebeurtenissen – niet alle stukjes levensgeschiedenis die als een legpuzzel in elkaar passen. Het gaat over het grotere geheel, de contouren, de basis van ons leven en van het evangelie: het lijden en de opstanding van de Heer.
Ons leven, dat verloopt soms met de meedogenloosheid van het getij. Maar Hij … zijn leven en sterven doorbreekt de kringloop van de natuur. Pasen is niet het verlengstuk van ons verlangen, maar het toevertrouwen aan een nieuwe werkelijkheid.
‘Ach, we hebben er wel van gehoord,’ zeggen ze… Maar daarmee blijft het, het verhaal van de anderen. ‘Ze zeggen dat ze hem gezien hebben….’ Maar pas als zij met hem onderweg gaan, al lezend en pratend, komen ze, stap voor stap, dichter bij het geheim.
En wat is dat dan? Niet dat hij bij hen blijft. Niet dat hij voortaan alles zal uitleggen. Niet dat hij hun wanhoop en hun teleurstelling wegneemt. Niet dat de puzzel voor altijd af is. Het geheim wat ze ervaren is dat hij met hen deelt. Dat hij zegent. Dat hij leeft. Dat ze levensmoed vinden omdat ze diep in hun hart de melancholie voelen smelten door het vuur van een brandend hart. Een hart vol liefde, voor de Heer, voor zijn mensen, zijn wereld, zijn kerk.
Daarmee kunnen ze verder. Vol verlangen om het brood te breken en de tafel te delen met allen die in Hem geloven. Dan willen ze de wereld weer in. Dan zie je ook dat er vanuit de stilstand weer vaart komt in hun leven.
Dat is verrijzenis. Dat is opstanding, dat is Pasen. Het ‘blijf bij mij’ wordt tot een zelf vertrouwensvol op weg gaan. Want hij is met ons ‘al de dagen’.
Misschien gaat u zo meteen de stad weer in. Op weg in uw leven. Ik wens u toe, dat u soms iemand ontmoet in uw leven, die met u een stukje Emmaüswandeling wil gaan. Stil worden, om beurten echt luisteren naar elkaar, en dan verwonderd weten dat de Heer erbij is.
Blijf bij ons is de opmaat, niet tot vervulling van al ons verlangen, maar tot een troostrijke gaan in de toekomst van de Verrezen Heer.

AMEN

Plaats een reactie