dr. Ruud Stiemer: ‘Een aardje naar je vaartje’ n.a.v. Matteüs 5: 44-45

*  Alle-Dag-Kerk, MIddagpauzedienst 5 oktober 2016  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer, Den Haag

‘Een aardje naar je vaartje’ n.a.v. Matteüs 5: 44-45

En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Broeders en zusters,
Een paar zondagen terug was ik te gast in de Bethelkerk te Scheveningen. Na afloop van de dienst, stond ik bij de deur en zei een bezoeker tegen me: ‘ik hoef u niet te vragen van wie u er eentje bent, want u hebt een aardje naar uw vaartje’. ‘U lijkt sprekend op uw vader.’ ‘Van uw moeder hebt u dat drukke, maar van uw vader het gezicht en de stem.’ Degene die het tegen me zei: kende mijn ouders van vroeger, vanuit het jeugdwerk in Scheveningen.
Hoe is dat bij u? Ongetwijfeld zullen anderen dat ook van u zeggen: ‘Je ben sprekend je vader.’ Of, ‘Wat ben jij op je moeder gaan lijken!’. En misschien denkt u dat ook wel eens van uzelf, als u zichzelf hoort spreken tegen uw kinderen of kleinkinderen: ‘ik reageer precies zoals mijn vader dat altijd deed?’
Op grond van de woorden van Jezus, die we net hebben gelezen vraag ik me af: ‘Lijken wij ook op onze Vader in de hemel? Hebben we iets van hem weg?’ Een aardje naar ons vaartje?
Jezus zegt: jullie zijn werkelijk kinderen van je Vader in de Hemel; jullie zijn sprekend zijn kinderen…..als je je vijanden liefhebt en bidt voor wie je vervolgen.

Jezus zit op een berg. Zijn leerlingen zitten in een kring om heen. Rondom de leerlingen zitten en staan grote groepen mensen. Als een nieuwe Mozes schetst Jezus zijn program van de Nieuwe Wereld, het program van het Koninkrijk van God. Zijn Rijk is ‘niet van deze wereld’. Het gaat er totaal anders aan toe dan in de koninkrijken van de machthebbers.
In die Nieuwe Wereld worden de rollen omgedraaid. Niet langer geldt: ‘Wie het hardst roept heeft het voor het zeggen’, ‘De spierballen winnen het’. ‘Met wapens kun je alles bereiken’ ‘Geld is macht’, ‘verdeel en heers’. Nee, in Zijn Rijk gaat het om de mensen die het alleen van God verwachten. De mensen die de weg van Zijn Rijk willen gaan. De mensen die zoeken naar vrede en recht. Jezus weet dat wie die weg gaat, weerstand oproept. Juist bij degenen de status quo willen handhaven. In de Bergrede wijst hij zijn leerlingen erop dat zij op tegenstand moeten rekenen. Hij zegt: ‘men zal jullie omwille van mij uitschelden en van allerlei kwaad betichten (Matt 5: 11). En, met oog dáárop zegt hij nu: ‘heb jullie vijand lief en bid voor wie je vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de Hemel.

Deze oproep Jezus gaat in tegen ons gevoel en tegen de logica. Wij zouden zeggen: ‘Je naaste liefhebben, natuurlijk! Maar je vijand….? Nou, nee, geen sprake van!’ Zo zullen ook de mensen rondom Jezus hebben gereageerd. Zij wisten precies wie de vijand was: de Romeinse bezetter die het joodse volk uitkneep door middel van zware belastingen. Iedere oppositie werd meedogenloos gestraft. De mensen hadden zoveel meegemaakt, zoveel gezien. Hoe zouden zij in vredesnaam die gehate bezetter kunnen liefhebben?

Ook de eerste lezers van dit evangelieboek, die leefden aan het einde van de eerste eeuw, de eerste christelijke gemeenten, wisten precies hun vijand aan te wijzen: de overheid die christenen lieten vervolgen om hun belijdenis dat Jezus de Heer is. Vele volgelingen van Jezus werden ontslagen, gediscrimineerd, gevangen gezet.
Ook vandaag kunnen velen, die de weg van het Koninkrijk gaan, hun vijanden aanwijzen. Moet je die vijanden lief hebben? Kom, nou toch!’ En toch vraagt Jezus dit van zijn volgelingen. Want, die Nieuwe Wereld kan alleen maar aanbreken als het vijanddenken wordt doorbroken. Over en weer.

Het is goed om ons hierbij te bedenken, dat Jezus niet van ons vraagt om van onze vijand te houden, zoals je van je man of je vrouw houdt, of van je kinderen en kleinkinderen. Hij vraagt ook niet om je vijand maar ‘lief en aardig’ te vinden.
De joodse Nieuw-testamenticus Pinchas Lapide, in 1997 overleden, schreef eens over deze woorden van Jezus: ‘Het gaat hem om liefde doen; de vijand liefde bewijzen’. In dit verband wijst Pinchas Lapide op de werken van barmhartigheid, die Jezus noemt in Matteüs 25: de hongerige te eten geven, de dorstige te drinken, de vreemdeling onderdak geven, de naakte kleden, de zieke verzorgen, de gevangene bezoeken.
Ook de apostel Paulus zegt dit in het twaalfde hoofdstuk van zijn brief aan de christelijke gemeente van Rome: ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd’. ‘Gloeiende kolen’, dat wil zeggen, dat de ander het schaamrood op de kaken krijgt, van jouw zorg voor hem. Door die vijand als mens te behandelen, doorbreek je de vijandschap. Niet alleen jouw kijk op hem verandert, maar ook zijn kijk op jou. Waar dat gebeurt, waar ogen open gaan, wordt gebouwd aan het koninkrijk.

Misschien denkt u: ‘Is het niet bij voorbaat kansloos? Is het niet bij voorbaat gedoemd te mislukken? Want, soms is er zoveel gebeurd, dat het eenvoudigweg niet op te brengen is om die ander ‘liefde te bewijzen door eten te geven en te drinken’. ‘Die ander heeft zoveel kapot gemaakt, dat ik die ander niet kan verdragen’. Heel begrijpelijk.

Misschien is het daarom wel dat Jezus bij deze woorden omhoog wijst: ‘God laat zijn zon opgaan over slechten en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.’ Met andere woorden: we leven allemaal onder dezelfde hemel. De zon van Gods genade schijnt over allen. Zijn zegen daalt als regen over allen neer. Of we nu vriend of vijand zijn, onder die zelfde hemel staan we als gelijken naast elkaar als mensen die leven van zijn genade, zijn zorg. Als je je dat realiseert, kun je de ander, met andere ogen bekijken; en die ander jou.

Ten slotte, terug naar de vraag waar we mee begonnen: ‘Op wie lijken wij? Hebben we ook iets weg van onze vader in de hemel? Jezus zegt letterlijk: ‘heb je vijand lief, dan alleen worden jullie kinderen van jullie vader in de hemel. Het gaat om ‘worden’, om ‘groeien’, om meer en meer groeien naar het beeld van God. In de praktijk van alle dag, mogen wij ermee aan de slag. Op ons werk, op school, in de buurt waarin we wonen, in onze familie ook. Om liefde te bewijzen, barmhartigheid te betonen, juist aan hen die tegenwerken, die ons tegenstaan. Daarin kunnen we het verschil maken. Dat zal opvallen. En dan kan het heel goed zijn dat iemand over ons zegt: ‘Tjonge, wat is die op z’n vader gaan lijken!’
Amen.