dr. Ruud Stiemer: ‘Oren open, ogen dicht’ n.a.v. Deuteronomium 6: 4

Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 15 juni 2016  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer, Den Haag

‘Oren open, ogen dicht’ n.a.v. Deuteronomium 6: 4

Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!

‘Luister, eens….! ‘Nu moet je eens goed naar me luisteren!’. Die uitroep zal ongetwijfeld wel eens bij u thuis klinken. Als de kinderen te laat thuis komen of als de kleinkinderen zitten te knoeien met eten. Of als ze tegenstribbelen wanneer ze naar bed moeten. Of misschien zegt u het wel eens tegen uw part-ner: ‘Luister nu eens naar me!’. Om die oproep kracht bij te zetten, noem je de naam van die ander erbij: ‘Luister, Peter’ of ‘Luister, Monique!’. In zijn toe-spraak tot het volk zegt Mozes een aantal keren: ‘Luister, Israël!’ Hij voegt de naam ‘Israël’ er aan toe om zijn oproep extra gewicht te geven. Het is alsof hij wil zeggen: ‘Ja, letten jullie wel op? Het is tot jullie gericht, hoor!’

Na zijn omzwerving door de woestijn, veertig lange jaren, staat het volk Israël aan de grens van het beloofde land. De rivier de Jordaan stroomt van noord naar zuid en daar achter strekt het beloofde land zich uit. Vlak voordat ze het land van belofte zullen binnentreden, schetst Mozes nog één keer de weg die ze met elkaar zijn gegaan. Veertig jaar terug werden ze bevrijd uit hun slaven-bestaan in Egypte. In de afgelopen vier decennia zijn ze van een groep be-vrijdde slaven tot een volk gesmeed. Ze hebben van de Heer de tien geboden ontvangen. Tien spelregels om het spel ‘samenleven’ te kunnen spelen in het land dat hun beloofd is.
En telkens wanneer Mozes het in lange zijn toespraak over Gods geboden heeft, begint hij de zin met ‘Luister, Israël’. Alsof hij zeggen wil: ‘nu even bij de les blijven’ – ‘dit is wezenlijk’. Uit de veertigjarenlange ervaring weet Mozes dat die oproep op zijn plaats is. Het volk is immers geneigd om Gods spelregels te vergeten. Keer op keer moest hij namens de Heer zijn volk er aan herinne-ren. Bovendien hebben ze in de loop van de decennia getoond hardleers te zijn. Vandaar dat hij, nu ze op het punt staan de grensrivier over te trekken, hun de regels nogmaals op het hart wil binden: ‘Dus, Israël, luister goed!’

Toch gaat het in Deuteronomium 6:4 niet alleen om een oproep om bij de les te blijven. Het gaat Mozes om meer. Met zijn woorden: ‘Luister Israël, de Heer is één, de enige’, doet hij een oproep om de oren te gebruiken. Het gaat daar-bij om een principiële keuze. Het volk Israël is – evenals de andere volken – geneigd om vooral de ogen te gebruiken. Met grote ogen kijken ze naar de af-godsbeelden van de volken rondom. Ze hebben de prachtig versierde afgods-beelden uit Egypte nog op hun netvlies. Beelden van hout of steen, met goud overtrokken en met edelstenen versierd. Het zijn beelden die een enorme in-druk op je maken. En, wat hun ogen zien, maken hun handen: een god afge-beeld als een gouden kalf. In de woestijn bevredigt het hun behoefte aan zichtbaarheid en tastbaarheid van God. Het geeft letterlijk houvast. Grip.

Maar, waar geprobeerd werd en wordt om God in een beeld vast te zetten, zorgt het voor narigheid. Waar God in denkbeelden gevangen wordt leidt het uiteindelijk tot godsverduistering: god de boeman, god de Sinterklaas, god de allemansvriend, de ‘god-aan-onze-kant.’ Die godsbeelden zijn misbruikt door de machthebbers. Ze bevestigen de status quo, en dat leidt uiteindelijk weer tot slavernij. En daarmee kom je van de regen in de drup.
‘Gebruik je oren, Israël’ zegt Mozes. De Heer is niet af te beelden. Hij laat zich niet vangen in denkbeelden. Hij is de ene, die daaraan zich onttrekt. Je kunt die God alleen leren kennen door stil te worden en te luisteren….naar de ver-halen, de getuigenissen. De Heer is alleen te kennen door zijn Woord. Hij spreekt zich uit, zoekt contact en noemt zijn naam: ‘Ik ben, die ik ben’. Alleen zo wil hij onze God zijn, een God naar wie we luisteren, en die ons meeneemt in Zijn verhaal met de wereld. Alleen zo kan hij onze bevrijder zijn, door anders te zijn, door buiten het bereik van onze ogen te blijven.

Het is best spannend om alleen je oren te mogen gebruiken. Je moet op het geluid afgaan, op een stem. Je hebt dan niets aan de platgetreden paden. Het is een zoeken en tasten. Het is een avontuur. Het is je armen uitsteken en door Hem bij de hand genomen worden. Maar een ding is zeker: als je luistert naar zijn woord zul je ontdekken wie Hij is. Dat is de belofte die het volk Israël kreeg. Dat is ook de belofte die wij meekrijgen.
Het begint met luisteren. Als je eerst luistert dan gaan je ogen open en zul je iets van hem ontwaren in de schepping, in de geschiedenis van zijn volk, in zijn zoon Jezus. Als je eerst luistert dan mag je iets zien van zijn bevrijdend werk in onze wereld. Het zijn de tekenen van hoop te midden van alle wan-hoop. Juist in deze dagen denken we aan het verdriet van mensen in Orlando (Florida), maar ook in Aleppo (Syrië). God is erbij, bij de slachtoffers van de aanslag en bij de nabestaanden van de jongeren die in de dancing in Orlando zijn omgekomen.

Ten slotte. Deze woorden uit Deuteronomium vormen de geloofsbelijdenis van de joden. Elke dag bij het opstaan en naar bed gaan worden ze hardop uitge-sproken. ‘Luister, Israël, de Heer is onze God, de Heer is een. Heb de Heer lief….’ Het is een dagelijkse herinnering om je oren te gebruiken. Juist in een cultuur als de onze – een beeldcultuur – zou dat voor ons ook dagelijkse een oefening mogen zijn, om niet je ogen, maar je oren de kost te geven.

Als we dan de verhalen en getuigenissen horen en we geraakt worden door zijn stem, dan toont Hij wie Hij is, de Ene die ons Zijn liefde schenkt en ons uitnodigt: Heb me lief met heel je hart, je ziel en met inzet van al je krachten.’

Amen