dr. Ruud Stiemer: ‘Zucht’ n.a.v. Romeinen 8: 26

*  Alle-Dag-Kerk, 18 november 2015  *

Voorganger: dr. Ruud Stiemer, Den Haag

‘Zucht’ n.a.v. Romeinen 8: 26

De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.
1.
Je kunt alleen maar zuchten, als de trieste beelden uit Parijs ziet: de jongeren die in koelen bloede zijn gedood. De beelden van rouwende mensen die een kaarsje branden bij restaurant ‘Le Petit Cambodge’ en bij het theater ‘Bataclan.’ Je kunt alleen maar diep zuchten, omdat er geen woorden voor zijn. Het verdriet is met geen pen te beschrijven.
Je haalt diep adem en blaast uit. Er komt geen woord aan te pas, maar er gaat een wereld aan gedachten achter schuil: gevoelens van verbijstering, van verdriet, van boosheid om het onrecht dat mensen is aangedaan; van machteloosheid, van angst ook: zou dit ons ook kunnen treffen, hier in Amsterdam?’
Het zijn niet alleen die berichten uit Parijs die ons doen zuchten. Ook als ons gewone, dagelijkse leven pijn doet, en je verdrietig bent om het verlies van die ene die je zo lief is. Of wanneer je je helemaal alleen voelt. Of als je het te druk hebt op je werk en er alleen maar meer werk bij komt, terwijl je je afvraagt: ‘Hoe houd ik dit vol?’ ‘Zucht!’.

2.
De apostel Paulus hoort nog iets meer in dat zuchten, dan wat we net hebben opgesomd. In zijn brief aan de gemeente van Rome schrijft hij weliswaar over het lijden dat mensen treft; en dat het leven eindig is en dat het zo maar over en uit kan zijn. Maar, in het zuchten om dit lijden, hoort hij ook het verlangen naar een andere tijd, naar een nieuwe wereld, waarin tranen gewist zullen worden en waarin er recht gedaan zal worden. Het is het verlangen naar de komst van Gods koninkrijk. Het koninkrijk waarover Jezus vertelde, dat klein begint, als een mosterdzaadje, maar dat groeit en groeit tot een enorme struik.
De apostel vergelijkt het verlangen naar dat rijk met barensweeën. Het baren van een kind gaat met zuchten, steunen en schreeuwen gepaard. Het is een uiting van pijn, maar tegelijk van verlangen naar verlossing, naar de geboorte. Zo is het, zegt Paulus, ook met ons lijden. Je zucht om alle leed, maar je doet dat in de verwachting van die toekomst van God, de geboorte van Zijn rijk.

3.
Ook als het gaat om het verlangen naar die toekomst blijft het bij zuchten, omdat ook hier geldt: woorden zijn niet toereikend. We kunnen ons van dat Rijk immers geen voorstelling maken. Het gaat ons voorstellingsvermogen verre te boven. Maar, in dat woordeloze verlangen, komt de Geest van God ons te hulp. Paulus schrijft dat de Geest met ons meezucht, in ons en door ons. Zo brengt hij ons happende-naar-adem-bidden bij God.
De Geest doet dat met ‘woordloze zuchten’ of zoals de oude vertaling zei: ‘met onuitsprekelijke verzuchtingen’. In ons zuchten, bidt de Geest met ons mee met woorden die onze taal te boven gaan. Zo geeft hij betekenis aan onze gevoelens en brengt hij ons verdriet, ons verlangen, onze hoop voor Gods troon. Dat is voor ons een opluchting, een bevrijding, een enorme troost. Waar wij geen woorden meer hebben, gaat de Geest verder.

4.
In mijn werk als predikant kom ik mensen tegen die zeggen: ‘Dominee, ik kan niet meer bidden’. ‘Er is zoveel gebeurd in mijn leven’. ‘Het lijkt wel of alles me tegen zit’. Een vrouw van midden vijftig, die na het overlijden van haar eerste man, het geluk weer vond met een nieuwe partner, vertelde: ‘Bij mijn man is ziekte geconstateerd en we vrezen het ergste. Onze toekomst is onzeker. Ik dacht dat de hemel weer was open gegaan, toen we elkaar tegen kwamen, maar nu lijkt hij gesloten. Wat moet ik bidden?’
Toen ze me dit toevertrouwde moest ik denken aan deze woorden van Paulus. ‘Zuchten is genoeg’ zei ik. De Geest draagt ons zuchten en vertaalt je verdriet en je verlangen naar beterschap voor je man.’

5.
Maar dat is niet het enige dat de Geest doet. Paulus schrijft dat de Geest niet alleen ons zuchten verwoordt, maar dat hij ook voor ons pleit. De Geest neemt het voor ons op bij God: ‘Hoor eens wat een zuchten, hoor eens wat ze mee maken, ontferm u over hen.’ En Paulus laat er geen misverstand over bestaan, dat God naar dat pleidooi luistert.
Daarmee wil hij zijn lezers in Rome een hart onder de riem steken. Ze hebben het moeilijk en ze zullen het nog veel moeilijker krijgen, onder de harde hand van keizer Nero. De wrede dictator die op dat moment aan de macht is. Ook met het oog op wat nog komen gaat, zegt Paulus tegen zijn lezers: ‘In het lijden is God dus niet ver weg, maar is Hij bij ons – door zijn Geest – in iedere zucht.’

6.
Tenslotte.
Een andere vrouw in mijn gemeente in Den Haag antwoordde, toen ik vroeg of ze het een beetje kon redden te midden van alle zorgen: ‘Ach, dominee, ik moet zo nu en dan eens diep zuchten en dat lucht op. Dan kan ik weer verder’.
Als ik die opmerking plaats tegen de achtergrond van deze tekst, dan denk ik: daar klinkt iets van het evangelie in! Je mag zuchten in het vertrouwen dat de Heer je hoort en begrijpt; ja, dat hij naast je staat. Dat neemt je verdriet niet weg of de problemen die er zijn, maar het geeft wel lucht, het geeft wel moed om op te staan en verder te gaan….Zijn toekomst tegemoet.

Amen

Plaats een reactie