dr. Wouter Klouwen (Baarn): ‘De omkering van Golgotha’ n.a.v. Lucas 23: 34

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 28 maart 2018  *

Dr Wouter Klouwen (Baarn)

De omkering van Golgotha‘ n.a.v. Lucas 23: 34

26 En toen zij Hem wegleidden, grepen zij een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, en legden hem het kruis op om het achter Jezus aan te dragen.
27 En Hem volgde een grote menigte van volk en van vrouwen, die zich op de borst sloegen en over Hem weeklaagden.
28 En Jezus wendde Zich tot haar en zeide: “Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen.” (…)

33 En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde.
34 En Jezus zeide: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.”

Zusters en broeders in Christus,

De woorden die Jezus aan het kruis spreekt, hebben een enorm gewicht. Het zijn Zijn laatste woorden. En woorden die iets openleggen van het geheim, de diepte, het heil – mag ik het zo zeggen – het heil van Golgotha. Ja, door te zeggen: het heil van Gol­gotha raak ik direct aan de paradox. Want het gebeuren van het kruis heeft een buiten­kant  en een binnenkant. Die binnenkant is verborgen. Die zie je niet. Wat je ziet, is de buitenkant. Wat je ziet, is hoe Jezus wordt weggeleid en gekruisigd. Hoe ze Hem slaan en bespotten. Hoe de grote menigte Jezus volgt op zijn weg, zich op de borst slaat en over Hem weeklaagt. Ook de menigte ziet alleen die buitenkant: “Ach, de ongelukkige Man van smarten. Zie toch, hoe men met Hem handelt,” zoals het kerstlied het zegt. Ziet, hoe dat men met Hem handelt, / hoe men Hem in doeken bíndt.

De buitenkant
De buitenkant is ook dat daar soldaten, beulen Hem hangen, niet wetend wat ze doen, want ook zij kennen de binnenkant niet. De buitenkant, het is ook de gelijkenis met wat er op zoveel plaatsen de tijden door aan mensen geschiedt. Tot op de dag van vandaag. Mensen die worden gehangen, gedood, veroordeeld. Het stof van de bombardementen. Oost Gouta, Syrië. De terreur. De beulen. De slachtoffers, het hoofd helemaal bedekt, de handen op de rug gebonden.  Het heffen van de hand om een ander te slaan, met vermeend recht. Als Kaïn, die Abel sloeg. En zijn bloed schreeuwt nog steeds van de aarde. Dat is de buitenkant.

De binnenkant
Maar de bínnenkant van dit gebeuren… Dat is wat hier niet geweten wordt. Zij weten niet wat zij doen. En ook wij weten niet wat hier ten diepste gebeurt. Dat weet die menigte niet, die Jezus beklaagt en over Hem weent – weent over uzelf, zegt Jezus. Ook de soldaten weten het niet. En wij dus ook, we weten het niet, als we alleen afgaan op wat we zíen. Maar de bínnenkant, wat nu de bínnenkant is, dat wordt nu opengelegd door de woorden van Jezus. Vader, vergeef het hun. Daar keert alles om. In deze bede.

In de Middeleeuwen bad de beul tot de veroordeelde: “Vergeef me, ik moet het doen, het is mijn werk, maar vergeef het me.” Als een soort erkenning van: wie ben ik dat ik mijn hand tegen jou ophef? Maar hier is het de veroordeelde, die om vergeving bidt voor de beúl! Hier keert dus alles om. Want waar wíj denken dat Jezus aan zijn eind wordt gebracht, des doods schuldig, zijn wíj het, weent over uzelf, zijn wíj het die op­staan tegen de Heer, zijn wíj het, al weten we het niet…  en horen: Vader, vergeef het hun. Ja, is dát het niet, hoe aanstootgevend ook voor ons besef, maar dat wij, niet wetend, schuldig voor God staan? En dan horen de woorden: Vader, vergeef het hun. Jezus bidt voor ons.   Waar wij Hém binden, ontbindt Híj óns. Dat is de binnenkant van dit gebeuren. Zijn veroordeling, is onze vrijspraak. Zijn dood, is ons leven. Ons verzet tegen Hem, vindt weerklank, o wonder, in zijn pleidooi vóór ons! Het geheim van het kruis… En het is dáárdoor dat we mogen spreken van het heil van Golgotha. Niet dat het in zichzelf goed is, de dood of het kruis, maar dat juist hier, op deze donkere plaats Hij nóg voor ons instaat! Dat is de diepste troost. En daarom spreken we ook van een Goede Vrijdag, vanwege die binnenkant.

Zo was er die man, die ik van tijd tot tijd bezocht, en die leed aan grote schuld, een misstap eens begaan. Onvergeeflijk, niet alleen in zijn ogen. Zal God mij vergeven? Hoe kan ik voor God bestaan? Maar dan… dan gingen we naar Golgotha, steeds terug naar deze woorden: Hij bidt voor ons. Ziende op de barmhartigheid van zijn Vader, de Here, die uw leven verlost van de groeve. Die ons niet doet naar onze zonden, en ons niet vergeldt naar onze ongerechtigheden. Dan naar Golgotha. Hij bidt voor ons. Vader, vergeef het hun.   Dan ligt toch in dit gebed van Jezus, ons behoud. Wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is: de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons bidt.

Daarin te rusten. Daarop te vertrouwen. Dat dit genoeg is: zijn genade voor u, voor mij. – Dat het zo mag zijn.

Amen.