dr. Wouter Klouwen: ‘Gods Nachtwacht’ n.a.v. Lucas 2: 6-11

*  Alle-Dag-kerk, Middagpauzedienst 21 december 2016  *

Voorganger: dr. Wouter Klouwen, Baarn

‘Gods Nachtwacht’ n.a.v. Lucas 2: 6-11

Inleiding

Vanmiddag wil ik, omdat we hier vandaag in de Alle-Dag-Kerk het kerstfeest vieren, uit het kerstevangelie overdenken wat er over de herders staat, in Lucas 2. En ik lees u enkele verzen uit het kerstevangelie:

En het geschiedde, toen zij (Jozef en Maria) daar waren (in Betlehem), dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.
En er waren herders in diezelfde landstreek, die zich ophielden in het veld en des nachts de wacht hielden over hun kudde. En opeens stond een engel van de Heer bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen, en zij vreesden met grote vreze. En de engel zei tot hen: Vreest niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen: U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.

Meditatie

Er waren herders in diezelfde landstreek, die de wacht hielden over hun kudde. Herders, in de bijbel niet zomaar een beroep. U weet misschien, het stond nou niet zo hoog in aanzien. Het is immers zwaar. Je bent altijd buiten, koude nachten, en er dreigt altijd gevaar. Wilde beesten, die het gemunt hebben op je schapen. Probeer een wolf maar eens af te houden, dat is niet zonder risico. Of er zijn rovers, die hun eigen kudde willen vergroten, en in het geniep proberen hun slag te slaan: ’s nachts op de loer om een schaap te ontvreemden. Herders, ze moesten voortdurend, ja juist in de nacht in de hoogste staat van paraatheid zijn, alert. De wacht houden over de kudde. En er waren herders in diezelfde landstreek, die de wacht hielden over hun kudde.

Hoewel het herderschap maatschappelijk nou niet echt een hoogstaand beroep was (je werd er niet rijk mee), heeft het in de bijbel dus juist wel een heel bijzondere betekenis. Want de herder, hij doet precies wat de God van Israël doet: zijn kudde bewaken, voor zijn mensen instaan, alert zijn en de wacht houden. De Here God is zelf een Herder. We kennen allemaal die Psalm: de Here is mijn Herder, ik vrees geen kwaad. Het kan dan ook geen toeval zijn dat in het kerstevangelie de herders in het veld de eersten zijn die horen van de geboorte van Jezus. Want wat betekent de geboorte van Jezus anders dan dat de Here God naar zijn volk omziet? Dat Hij zijn volk wil bewaren en redden, redden uit de hand van de duivel die rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden…, redden van zonde en dood, redden van eenzaamheid en verlorenheid…
En ja, dat zeg ik nu, ook indachtig hoe donker de tijden nu zijn. De verschrikkingen, wat er gebeurt in Syrië, Aleppo en deze week weer in Berlijn. Is dat hoe het ten diepste met ons is? Zal de duisternis het licht grijpen? Zodat het helemaal donker is…? Nee, met kerst vieren we van Hem die in het donker waakt, die kómt, die het licht is. En de duisternis heeft het niet gegrepen… Góds nachtwacht – of wij zijn verloren…

Jezus wordt geboren als Zoon van David. En ook David was een… hérder. Terwijl zijn zeven oudere broers belangrijke taken hadden, druk in de weer met de bedrijfsvoering van vader Isaï, was de jongste, de achtste zoon, die overschoot, buiten op het veld. Hij hoedde de schapen. Hij telde niet mee. “Ga jij de schapen maar hoeden”. Maar hém heeft de Here verkozen. Juist hem, want zó wil Hij God zijn. Zó wil Hij Koning zijn. Als een schapenhoeder, die ons opzoekt. Die ons bewaakt. Die ons wil redden van de dood en de eenzaamheid. De Here is uw Bewaarder, de Here is uw schaduw aan uw rechterhand. (…) De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in eeuwigheid. Het is dus geen toeval dat de herders als eersten te horen krijgen: Christus is geboren!, in de stad van David, de herder…

Ik zei al, het was geen groots beroep. Gevaarlijk. En je moest alert blijven. Je mocht geen moment verslappen, maar vaak gebeurde er niets. Eindeloze nachten, koud, onder een geweldige sterrenhemel. Waken – ik moet denken aan hoe ik zelf een keer gewaakt heb bij iemand die op sterven lag. Het kon elk moment gebeuren, maar ook nog wel dagen duren. Hele nachten ben je erbij. Alert. Maar er gebeurt niks. Niet onder de sterren, maar bij een schemerlampje, hoe lang zou het nog zijn? Hoor ik vreemde ademhaling? En dan vecht je op een gegeven moment tegen de slaap. Dat is het herderschap. Dat valt niet mee. Maar zó waakt God. En Hij verslapt geen moment. Zie de Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt, zegt Psalm 121. Hij is uw schaduw aan uw rechterhand. Hij houdt u vast.

Daar waren herders in het veld, die de wacht hielden over hun kudde. Moet je die woorden uit het evangelie niet ook zo verstaan: Daar was de Here Gód, die de wacht hield over zíjn kudde. Gods nachtwacht. Heden is u de Heiland geboren. Zo waakt Hij over ons. En Hij maakt goed wat verkeerd is, redt wie verloren zijn. U bent niet alleen. Hij waakt. Vreest niet, want heden is U de Heiland geboren. De Here heeft naar zijn volk omgezien. De goede Herder, die zelf een lam was. De Heer, die knecht werd. Dat is het diepe geheim van het kerstfeest: Hijzelf de Herder, Hijzelf het Lam. Hijzelf de Vader, Hijzelf de Zoon. Hijzelf de Heer, Hijzelf de Knecht. Hijzelf de Redder, Hijzelf gekruisigd en verloren. Dat is het geheim. En daarom: Vrees niet, want zie ik verkondig u grote blijdschap: U is heden de Heiland geboren, Christus, de Here.

Mag ik u zo een heel gezegend kerstfeest toewensen.

Amen.