drs. Andries Knevel (Huizen): ‘De poort naar het paradijs voor Luther’ n.a.v. Romeinen 1: 16 en 17

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 25 oktober 2017  *

Voorganger: drs. Andries Knevel, Huizen

De poort naar het paradijs voor Luther’ n.a.v. Romeinen 1: 16 en 17.

Over zes dagen is het zover. Dan is het 31 oktober. U was het misschien vergeten, hoewel, dat is met alle publiciteit best lastig, maar dinsdag aanstaande vieren we 500 jaar Reformatie.
De oudere generatie kerkmensen weet het nog wel, hoe Luther op deze dag zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg timmerde. En hoe vanaf dit moment de Reformatie begon. Zelf wist hij dit op dat moment natuurlijk niet en we weten dat het ook helemaal zijn bedoeling niet is geweest.
Hij wilde de kerk van binnenuit hervormen, en dacht dat hij uiteindelijk ook wel de steun van de paus zou krijgen, maar het liep allemaal anders.
Op die 31e oktober ging het met name over de aflaathandel. U weet wel, van Tetzel. Het ging meer zijdelings, alhoewel er natuurlijk een groot verband is, over de leer van de vrije genade.
Hoe wordt een mens zalig? Hoe raak ik verzoend met God? Hoe raak ik van mijn zonden vrij?
Dat is de vraag waarmee Luther jaren heeft geworsteld, en waarmee hij ook in 1517 nog niet helemaal tot klaarheid is gekomen.
Want o, die gerechtigheid van God uit Romeinen 1 vers 17, en vele andere gedeelten uit de Bijbel. Die wrekende en eisende gerechtigheid. Die gerechtigheid waaraan hij niet kon voldoen. Ondanks het feit dat hij uren per dag bad, en soms 6 uur achter elkaar biechtte. Wie kan bestaan voor de heiligheid en de gerechtigheid van God?
Hij zegt in een terugblik op zijn leven:

“Ik haatte dat woord gerechtigheid. Het vervloekte en verdoemde mij. Ik zei tegen God: houdt U dan nooit op mij te plagen met uw toorn? Maar ik hield niet op te bonzen tegen dat woord van Paulus: de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”.
En zei hij: “Ik had een misvatting. Ik zag hem als Rechter. Dat werd ons voorgehouden, ook in de prediking”

En dus bonkte hij met zijn hoofd tegen de muur van zijn cel, hij geselde zich en hij beklom de trap in Rome.

Totdat. Inderdaad, todat hij als door de bliksem getroffen op een moment inzag en ik citeer hem weer:

Ineens zag ik het. “Wij leven, wij leven, niet door ons doen, maar door Gods schenkende gerechtigheid in Christus. Toen werd die tekst van Paulus voor mij tot een porta paradisi. Tot de deur van het paradijs”.

En mijn vraag vanmiddag aan u en ook aan mij is: ‘Herkent u iets van dat enthousiasme van Luther? Ik weet niet hoe uw weg is geweest. Ik ken uw leven niet. Ik weet niet welke weg de Here God met u is gegaan. Ik weet niet over uw geloof, over de vastheid ervan, of over alle vragen die u heeft, of uw twijfels en aanvechtingen.

Maar mijn vraag een paar dagen voor 31 oktober is wel: ‘Herkent u iets van de vreugde van Luther? Natuurlijk onze tijd is heel anders en de context is ook helemaal anders, maar toch iets van die vreugde over de genade van God? Over, wat Luther noemde de vreemde vrijspraak, of de vrolijk ruil. Mijn zonde op zijn schouders en zijn gerechtigheid op de mijne?
Je kunt natuurlijk zeggen dat wij de weg van Luther niet meer hoeven te gaan, omdat Luther ons de weg heeft gewezen. Ik denk niet dat er nog veel mensen hier vanmiddag zitten die worstelen met Romeinen 1: 17. Luther en anderen hebben onze ogen geopend voor de genade van God in Christus.
Maar laten we, wie we ook zijn, mogen blijven roemen in het kruis van Christus. Laat dat nooit een soort vanzelfsprekendheid worden. Hoe zouden we God anders loven en prijzen om wie Hij is, en om wat Hij gedaan heeft? We eren hem als Schepper, maar we eren hem ook als de Verlosser in zijn Zoon. Dus laten we maar net als Paulus in deze brief aan de Romeinen af en toe uitbarsten in jubel:

“Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen. Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn. Hoe zal Hij die zelfs zijn eigen zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met hem niet alle dingen schenken?”

Mooi hè, als Paulus spreekt over diezelfde genade die Luther ontdekt heeft, dan barst hij in gejubel uit. Dan wordt het hem haast teveel.

En als je zo deze tekst leest, en ook andere teksten, dan denk je wel: ‘Hoe kan het dat Luther hier zo overheen gelezen heeft?’ Hij las de Bijbel meer dan u en ik.
Hij las bijvoorbeeld in Romeinen 3: “Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade door de verlossing in Jezus Christus”.

Luther, wat staat daar? Om niet gerechtvaardigd uit zijn genade.
Kan het duidelijker?
Jaren las hij deze tekst, en opeens zag hij het en werd de poort naar het paradijs geopend.
En dat is ook een les voor ons. Ook wij kunnen de Bijbel zo, door onze eigen ervaring en leesbril lezen, dat we niet meer lezen wat er staat. Onze eigen beleving verduistert het zicht op de Bijbel. Dat is voor ieder anders en voor ieder heel persoonlijk, maar laten we ook hier van Luther leren.

Zo gaan we richting 31 oktober. 500 jaar Reformatie.
Jezus, Uw verzoenend sterven blijft het rustpunt van mijn hart.

Ik eindig met een citaat van Luther, een advies dat hij gaf aan een goede vriend die ook worstelde met de gerechtigheid van God.

“Ik heb zelf ook aan die waan, ik mag wel zeggen waanzin geleden. Ook nu heb ik die strijd nog niet gestreden. Daarom, mijn lieve broeder, wend je tot Christus, de gekruisigde. Leer hem lofzingen, en aan jezelf vertwijfelend tot hem zeggen: ‘Gij Here Jezus, mijn rechtvaardigheid, ik ben uw zonde. Gij hebt het mijne als het uwe aangenomen en mij het uwe gegeven. Gij hebt aangenomen dat wat gij niet waart en mij gegeven dat wat ik niet was.’

Dat is Luther, dat is Paulus, dat is de Bijbel, dat is 500 jaar Reformatie.

Amen

Plaats een reactie