drs. Andries Knevel: “Kunnen we God begrijpen?” n.a.v. Psalm 145: 1-8

 * Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 28 september 2016  *

Voorganger: drs. Andries Knevel, Huizen

“Kunnen we God begrijpen?” n.a.v. Psalm 145: 1-8

Heeft u dat ook wel eens dat u denkt: waarom ben ik er eigenlijk?
Of om de RK catechismus te citeren: waarom zijn we op aarde?
Zo af en toe, wanneer je een beetje tijd hebt voor reflectie, kan die vraag zo maar opkomen. Waarom ben ik er? Of om een beroemde vraag uit de filosofie te parafraseren: waarom is er eigenlijk iets en niet veel meer niets? En wat is eigenlijk de zin van mijn bestaan?

Voor David is in psalm 145 het antwoord helder. Althans op het eerste gezicht.
In vers 3a zegt hij: “Groot is de Heer, hem komt alle lof toe.”
En in de verzen daarvoor heef hij ook al duidelijk gemaakt wat voor hem het antwoord is op die existentiële vraag: U, mijn Koning en God, wil ik roemen.
Waartoe zijn we op aarde? Om de lof van de Here God te zingen. Groot is de Heer, hem komt alle lof toe.

Daar mogen we wel even een streep onder zetten en bij stil staan.
Want in het geloof van alle dag, kan het heel vaak gaan om de vraag: wat heb ik eraan?
In de moderne taal van vandaag: What’s in for me?
Ik denk dat we binnen de kerken en binnen het christelijk geloof allemaal dat gevaar lopen: het gevaar van de vraag: wat heb ik er aan? Het hoort ook bij deze tijd.
Wat heb ik aan het geloof? Wat brengt het mij?
Wat nut het mij dat ik in Jezus Christus geloof? Wat levert het me op?
Ik denk dat we allemaal niet aan deze vraag ontkomen.

Ik geloof omdat ik dan kan bidden om gezondheid, of om een echtscheiding te voorkomen of om een nieuwe baan.
We zullen in ons nuchtere Nederland niet zo gauw bidden om aardse voorspoed om een duur huis, of een mooie auto, nee dat doen we niet, maar soms raken we er wel aan.

Of in een poging om het christelijk geloof aantrekkelijk te maken voor anderen, vertellen we dat je er zoveel aan hebt. Je ontvangt troost en je hebt hoop, hoop op het eeuwige leven. Of in de taal van vroeger, je gaat naar de hemel en niet naar de hel.
Jezus als levensverzekering dus.
Geloven, omdat je er veel aan hebt.
En hoe veel waars er misschien ook in de argumenten zitten. Daar gaat het niet in de eerste plaats om in het geloof.
Geloven is bedoeld om God te eer te brengen, om wie Hij is, en om wat Hij gedaan heeft. Groot is de Heer, hem komt alle lof toe. Of met een wat moeilijker woord. Het gaat in kerk en geloof allereerst om doxologie, om de lofprijzing. En niet om de vraag: wat heb ik eraan?

Maar dan gaat vers 3 verder:
Zijn grootheid is niet te doorgronden.
Ai, dat is een prikkelwoord: doorgronden. Daar zit iets weerbarstigs in. Iets moeilijks. Iets wat pijn kan doen.
En dat is in het leven van alle dag ook zo.
Misschien wel bij u: gebeden om gezondheid, maar niet gekregen, gebeden om uw kinderen, maar ze gingen eigen wegen, gebeden om werk, maar nooit meer gekregen, gebeden om zoveel goede dingen, maar ogenschijnlijk werden uw gebeden niet verhoord.
De hemel zwijgt, de hemel zwijgt misschien al een hele tijd. Het lijkt wel alsof de hemel van koper is, zeiden ze vroeger. Er gaan gebeden omhoog, maar er komt geen antwoord terug.
Aan de leiding van God in ons leven en in deze wereld zit iets ondoorgrondelijks. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk. David wist ervan, en wij weten ervan. God is niet na te rekenen. Hij gaat zijn gang, soms onbegrepen en ondoorgrondelijk, soms vol donkere majesteit.

Maar de ondoorgrondelijkheid van God heeft ook een andere kant. Want kunt u uitleggen waarom God mens werd? Waarom God in Christus naar deze wereld is gekomen om deze wereld en ons met hem te verzoenen?
Kunnen we hem daarin volgen?

Ik weet niet hoe het met u is, maar ook hier in deze genadige toewending van God naar ons toe zit iets ondoorgrondelijks.
God werd ons aller slaaf, om voor ons aan het vloekhout van Golgotha te sterven, zegt Paulus in de brief aan Filippi. Begrijpt u het? Begrijp ik het?
“Zijn grootheid is niet te doorgronden,” zegt David.
Inderdaad, we hebben een God die niet na te rekenen is, die we ook niet ter verantwoording kunnen roepen. Dat is maar goed ook. Want de wegen van God zijn soms anders dan onze wegen.

Maar wat een geweldige troost en bemoediging, dat die ondoorgrondelijke God, zelf mens is geworden, dat hij de gang is gegaan die wij hadden moeten gaan, dat hij ons leven heeft gedeeld tot in de diepste diepten.
Als je dat mag beleven, ook als je de gebrokenheid van het leven misschien wel iedere dag ervaart, als je moet zeggen, dat het leven pijn doet, als je soms tegen het leven opziet, of tegen elke nieuwe dag, dan mag je hoop en troost putten uit die andere kant van de ondoorgrondelijkheid van God.
En dan mag je belijden: Groot is de Heer, hem komt alle lof toe.
Kent u daar iets van? God loven vanuit de diepte. God loven omdat hij ondoorgrondelijk is. God loven, ook als de hemel zwijgt.
Maar ook God loven omdat de hemel open ging toen God in zijn ondoorgrondelijkheid mens werd en ons leven ging delen. God loven, omdat op de Paasmorgen de hemel weer open ging en er engelen neerdaalden om de steen van het graf weg te rollen?

Geloven is nooit vanzelfsprekend. Nooit een makkelijk optelsommetje. Nee, het is worsteling, verwondering en aanbidding.
En weet u waarom?
Dat staat in vers 8 te lezen:
“Genadig en liefdevol is de Heer, hij blijft geduldig en groot is zijn trouw”
Ja, inderdaad: deze God komt alle lof toe. Daartoe zijn we op aarde.

Geloven, ook als u het niet altijd ziet.

Amen