drs. Andries Knevel (Huizen): ‘Zoveel liefde’, n.a.v. Johannes 4: 9-11

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 28 februari 2018  *

Drs. Andries Knevel (Huizen)

Zoveel liefde‘ n.a.v. Johannes 4: 9-11

We leven weer in de lijdenstijd, de weken voor Goede Vrijdag en Pasen.
Ik weet niet hoe het met u is, maar ik vind dit mooie weken, zoals ik het hele kerkelijke jaar mooi vind.
Ja, ik weet het, Calvijn moest er niet veel van hebben, en preekte met de Kerst gewoon over een tekst uit het oude Testament, maar hierin volg ik hem niet na.
Het is geestelijk verrijkend om de weken voor de Kerst bezig te zijn in je persoonlijk geloof met de komst van Christus in het vlees, zoals ik het ook heel verrijkend vind om deze weken extra na te denken over het lijden en sterven van Christus.
En dan hebben we ook nog de mooie muziek van Johan Sebastian Bach en de anderen om ons bij het lijden van Christus te bepalen.
Want ik weet niet hoe het met u is, maar de beslommeringen van het leven, hebben veel vat op me. En vaak gaat dat ten koste van de innige omgang met de Here. Herkent u dat?
Dat je jezelf telkens weer tegenvalt in de omgang met de Here God, in de tijd die je besteedt aan Bijbellezen, aan meditatie en in dit geval aan het voor ogen stellen, zoals ze in de Middeleeuwen al zeiden, van het lijden en sterven van Christus?

Johannes reikt ons een indringende tekst aan over dat lijden.
Hij is op hoge ouderdom gekomen en wil het graag nog een keer zeggen. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over. En dat hart is vol van de liefde van God en de daar meteen aan gekoppelde vraag of wij ook elkaar zo liefhebben.
God heeft zijn eniggeboren Zoon gezonden, opdat wij zouden leven door hem.
Laten we daar even bij stil staan. Want soms zijn teksten, zeker als we kerkelijk zijn opgevoed, voor ons een klank geworden.
God heeft zijn eniggeboren Zoon gezonden. Kan God een verloren mensengeslacht meer liefhebben dan in het zenden van zijn Zoon?
Eniggeboren staat er niet alsof God helaas maar één Zoon had. Het drukt uit, dat God alles heeft gegeven. Zijn Zoon, zijn alles.
En waarom? Waarom deze ontlediging, zoals Paulus in de brief aan de Filippenzen schrijft? Ja, ik kan er niets anders van maken. Om ons, om u en mij. Of ouderwets gezegd: om zichzelfs wil, omdat God God is.
Begrijpt u het? Ik hoop het niet. Want dit is een wonder dat niet te begrijpen is, maar alleen maar te aanbidden.
‘God is liefde’ zegt Johannes. En daarmee laat hij zien wat het diepste wezen van God is: Liefde.
Dat blijkt te meer uit het vervolg van de tekst, want daar staat dat wij God niet hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad.
De liefde van God verdiept zich hier als het ware. Wij vroegen niet naar hem, we hadden het best met ons eigen leventje, en we hadden kennelijk ook niet zoveel last van de zonde die scheiding aanbrengt tussen God en ons.
Als de liefde ons eigen initiatief zou zijn geweest, hadden we nooit God liefgehad. Dan hadden we hem ook nooit gekend.
Nee, Johannes zegt: ‘Hij heeft ons liefgehad’. Het wonder van de komst van de eniggeboren Zoon met Kerst en zijn lijden op Goede Vrijdag wordt daarin alleen maar groter.
Paulus zou het ook zeggen: ‘Hij is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren.’
Het initiatief om zondaars te redden, gaat geheel en al van God uit. Hij heeft eerst liefgehad.
En mijn vraag vanmiddag is: ‘Kent u daar iets van? Van die onmetelijke liefde van God, maar ook van dat voor de mensen beschamende feit, dat wij God niet eerst liefhadden?’ Hij was de eerste. Hij zond de eniggeboren Zoon.
En als ik nog dieper graaf: Hij zond zijn Zoon voor mensen die hem zouden afwijzen. Toen, en nu misschien ook wel. Hij zond de Zoon, terwijl de wereld er niet op wachtte.
En al helemaal niet vanwege het doel.
Want waarom werd de Zoon gezonden? Johannes zegt: ‘als verzoening van onze zonden. De komst van de eniggeboren Zoon, door ons niet verwacht en door ons veracht, was niet een glorieuze komst, het was de komst om door zijn werk, ons met God te verzoenen.’
Johannes wijst met deze woorden op de dood die Christus zou sterven. Een dood om ons weer met de Vader in contact te brengen, om ons met hem te verzoenen. ‘Christus bracht het zoenoffer, vanwege onze zonden,’ zegt Johannes.
Wat zit er een enorm diepe rijkdom in deze eenvoudige teksten. Wat een geestelijke rijkdom. God was de eerste, en daarom kunnen wij liefhebben. En God bracht in de Zoon verzoening aan, en daarom kunnen wij een herstelde relatie met de Vader hebben.
Wanneer ik dit zo opschrijf, dan duizelt het me een beetje.
‘Voor mij?’ vraag ik dan. ‘Voor mij?’
Kent u die vraag? Dat alles voor mij?
Misschien zegt u: ‘Ja. Ik maak dit mee. Ik leef hier geestelijk uit.’ Wat mooi.
Maar misschien zegt u wel: ‘Ja vroeger zouden deze teksten van Johannes me ontroeren, maar het is weg, die ontroering lijkt verdwenen.’ En misschien zegt u wel: ’Wat is het mooi wat Johannes schrijft, zeker in deze lijdensweken, maar ik sta er nog zo ver van af. Is dat wel voor mij? Mag ik daarin delen?’
En misschien heeft u nog wel veel meer vragen, vragen van het hoofd en van het hart. Want dat hart kan zo onrustig zijn, zoals Augustinus al zei.
Mag ik u dan wijzen op die indringende woorden: Geliefden, Hij heeft ons liefgehad en zijn Zoon gezonden.
Het hangt niet van onze liefde af. Hoe zouden wij kunnen? Maar wij mogen antwoorden op de liefde van God. En waar zagen wij die liefde op zijn diepst? Aan het kruishout van Golgotha. Dan mogen we ons overgeven, alhoewel we misschien nog een heleboel niet ervaren. Maar dan mogen we ons overgeven aan die oneindige liefde. Niet omdat ik heb liefgehad, maar omdat Hij heeft liefgehad.
En dan?
O, dan gebeurt er veel met een mens. Te veel om op te noemen, zeker deze middag.
Maar nog wel één ding, want weet u hoe Johannes zijn brief vervolgt?
De volgende tekst luidt: ‘Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad, behoren wij ook elkander lief te hebben. En: indien iemand zegt ik heb God lief, maar zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar.
Zo.
Johannes schrijft indringend over de liefde van God. Maar even indringend over onze verantwoordelijkheid naar onze naaste.
Want zegt hij aan het slot van het gedeelte: ‘Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben.
Dank u wel Johannes voor dit Evangelie, en ik hoop dat u en ik met deze diepe, diepe woorden van Johannes, de komende lijdensweken mogen ingaan en doorgaan.
Want wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
Amen.

Plaats een reactie