drs. Kees Bulens: ‘Laten we maar snel van hier gaan’ n.a.v. Jesaja 2: 1-5 en Mattheus 24: 29-32

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 17 mei 2017  *

Voorganger: drs. Kees Bulens, Apeldoorn

‘Laten we maar snel van hier gaan’
n.a.v. Jesaja 2: 1-5 en Mattheus 24: 29-32

Mensen van die Ene die zegt: ‘Ga maar, ik ga met je mee.’ Onze lezing uit het evangelie gaat over een turbulente tijd van oorlogen en geruchten van oorlogen. Te vergelijken met de tijd voor de 1e en 2e Wereldoorlog, te vergelijken met de Tachtigjarige Oorlog, met de oorlog tegen de Katharen, de Romeinen tegen de Galliërs, tegen de vluchtelingen van nu; met welke tijd trouwens niet. We leven immers in een wereld van oorlogen en geruchten van oorlogen, een wereld vol wantrouwen, een wereld van prikkeldraad, pantserwagens en artillerie; vol geweld, wegstuurprotocollen en pijnlijke herinneringen. Maar in het woord van de Eeuwige horen we juist over visioenen van vrede. Bij Jesaja lazen we vandaag dat volken en naties naar Jeruzalem optrekken; niet als hordes soldaten, maar als bedevaartgangers. Niet om de oorlog te leren, maar om de Tora te laten spreken, het Woord van de Eeuwige te vernemen: wat is de zin van je leven, waar kom je vandaan, wat is je geschiedenis, waar naar toe ben je op weg? De profeet zegt eigenlijk dat het pad door de schimmigheid van deze wereld, de weg door de jungle van je eigen bestaan, hoe dan ook in de richting van de Eeuwige gaat. Jesaja gebruikt daarvoor de beeldspraak van het optrekken naar de tempel. De profeet gelooft, dat de Eeuwige daar recht zal spreken tussen de volken of er nu oorlogstribunalen zijn of niet. Dan zal het ongelooflijke gebeuren, mijmert Jesaja verder in zijn visioen: de zwaarden zullen omgesmeed worden tot ploegijzers en de speren tot snoeimessen. Het militair-industrieel complex zal worden omgebouwd in voorzieningen voor land- en tuinbouw. Ziet u het al voor u? Dat alle kazernes worden afgebroken, niet vanwege bezuinigingen, maar omdat het voor altijd vrede is? Dat politiebureaus worden verbouwd tot woonoorden waar het goed toeven is, gevangenissen met de grond gelijk worden gemaakt en dat er geen terreur meer is? Ziet u het al gebeuren, dat Hutu’s en Tutsi’s, Serviërs en Bosniërs, Noord en Zuid Soedanezen, Noord en Zuid Koreanen, Arabieren en Joden, Russen en inwoners van Oekraïne, Syriërs onderling, Amerikanen en strijders van IS, Rooms-Katholieken en Hersteld Hervormden, directeuren en drugsverslaafden, uiterst links en rechts elkaar de hand schudden? Of om in de beeldspraak van Jesaja te blijven, maar dan een paar hoofdstukken verderop: dat de panter bij het bokje ligt, dat koe en beer samen grazen en een leeuw en rund samen stro eten. Wie gelooft nog dat de verwerkelijking van dát visioen voor onze ogen gebeurt?

Laat ik u uit de droom helpen: de weg naar dat visioen ligt niet voor u, maar u loopt er al op! De dag van de Heer is niet aanstaande, maar aangebroken: als u maar wilt! De profeten en Jezus hebben in hun verhalen, visioenen, gelijkenissen en toespraken nooit een verre toekomst voor ogen gehad. Het is altijd gegaan om het hier en nu. Als Mattheüs spreekt over het moment waarop de Mensenzoon wederkeert, dan bedoelt hij dat niet als een of ander apocalyptisch dreigement, dat gekoppeld is aan het oordeel van God, waarbij je grote vrees moet hebben omdat je er bij dat oordeel niet al te best vanaf zult komen. Lees de tekst maar goed, er staan vooral hoopgevende uitspraken in. Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Je zou denken dat het einde der tijden wordt aangekondigd met het beeld van de boom die zijn blaadjes verliest en in winterslaap gaat. Het beeld van de afbraak van alles, maar daar gaat het niet over, er komt blad aan, het wordt zomer. De vijgenboom draagt vrucht en die vruchten zitten er eerder aan dan de bladeren, hoe snel kan het gaan! De oogst is aanstaande, de zwaarden kunnen al worden omgesmeed tot ploegijzers. Wat dat betreft ontlopen Jezus en Jesaja elkaar nauwelijks in hun gedachten. Beiden spreken over hoop en verwachting, dat er een tijd komt dat er geen lijden meer is, geen verdriet, geen armoede. Die messiaanse tijd komt als een dief in de nacht; vandaag, morgen, overmorgen, zondermeer. Dat klinkt al heel anders dan het einde der tijden over vijfhonderd of duizend of tweeduizend jaar, waar zovelen met soms heel nauwkeurige berekeningen op hebben gedoeld. Met zulke tijdseenheden doet een mens niets. Als het evangelie spreekt over de tweede komst van de Mensenzoon, als een dief in de nacht, dan gaat het niet over uren, dagen en jaren. Het gaat niet over kwantitatieve tijd, maar over kwalitatieve tijd; in de Bijbel heeft de tijd immers met gevulde tijd of lege tijd te maken. Het gaat er om hoe wat je in je leven doet met je tijd; waar richt je je aandacht op, waar leg je je oor werkelijk te luister, durf je je om te keren van de weg die je gaat?

Als u leest over de verschrikkingen in de tijd voor de wederkomst en het Laatste Oordeel, dan heeft dat dus alles te maken met u, met wie u bent in deze wereld. In Mattheüs 25 wordt daar wel iets over gezegd: wat je de ander hebt aangedaan, heb je mij aan gedaan. Zo vindt het Laatste Oordeel, de komst van de Mensenzoon, iedere dag plaats; het komt uit uw eigen handen: wie bent u voor die ene mens die u op uw weg tegenkomt: de weduwe, de wees, de vreemdeling, de vluchteling, de eenzame mens, de mens die anders gelooft, anders geaard is, anders in het leven staat. Houd u uw ogen open voor wat er om u heen gebeurt, bent u zo af en toe een schouder, steekt u uw hand uit, zomaar om niet. Dat verhaal hebben Jesaja en Jezus dwars tegen alles in verspreid. Het is het verhaal, dat er mensen opstaan die het leven niet laten uitwissen, zich niet voortdurend afvragen wat het hen oplevert. Het is het verhaal vol waaghalzerij en durf het anders te doen, het anders te zien. Het is hoe dan ook het verhaal van grenzen stellen aan het doodse en dorre bestaan, van grenzen stellen aan onverzoenlijkheid, aan je eigen ego en je eigen hebben en houden. Het is het verhaal van de familie Rahimi in TROUW van vandaag, waarvan de rechters hebben besloten ze terug te sturen; uitgeprocedeerd, Afghanistan is veilig, weg ermee. Zouden diezelfde rechters zonder angst en beven hun eigen familie daar naartoe durven sturen? Het verhaal van Jesaja en Jezus is het verhaal van je aangesproken voelen door de realiteit van nu en, laat ik het met de woorden van Kiki Schippers zeggen, die realiteit is ongekend verschrikkelijk: er spoelen immers dagelijks mensen aan, met handen en met voeten, met ogen en oren met krampen op hun gezicht, er spoelen mensen aan met zonen en met dochters, met dromen en op hoop van zegen met ogen dicht. Lieve mensen, het verhaal van de Eeuwige is niet het verhaal van duw ze terug in het water, duw ze terug in de zee, duw ze terug in de golven, stuur ze terug naar de honger, stuur ze terug naar de strijd, stuur ze terug naar hun kampen en naar hun AZC. Het is het verhaal van een duif van honderd pond met een olijfboom in zijn klauwen. Laten we daarom snel van hier gaan en in godsnaam onze wapens omsmeden, al is het maar in het klein.

Amen