ds. Alida Groeneveld: ‘Wat is eerlijk?’ n.a.v. Matteüs 20: 1-16a

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 15 maart 2017  *

Op deze dag zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer

Voorganger: ds. Alida Groeneveld,
Predikant-geestelijk verzorger ’s Heeren Loo Ermelo / Groot Emaus

Wat is eerlijk?
n.a.v. Matteüs 20: 1-16a

Sinds september vorig jaar werk ik als geestelijk verzorger bij ’s Heeren Loo. Ik ben betrokken bij het orthopedagogisch behandelcentrum Groot Emaus voor jongeren met een licht verstandelijke handicap. Bij ons verblijven ongeveer 200 jongeren die kort of langer behandeld worden om dan terug te gaan de samenleving in. Ze leren om te gaan met hun beperkingen, ze gaan naar school, en er wordt gezocht naar stages die passen bij hun interesses en mogelijkheden, of andere vervolgtrajecten, en dat is knap lastig.

Ik stel vanmorgen één van onze jongeren voor. Een jongen van 19 jaar, laat ik hem Leon noemen. Hij verblijft al zo’n 5 jaar bij ons. Hij is licht verstandelijk gehandicapt en hij heeft autisme. Je kunt gezellig met hem kletsen over van alles en nog wat, als je maar wel duidelijk bent. Hij heeft hulp nodig bij het zelf organiseren van zijn leven: lichamelijke verzorging, boodschappen en koken, opruimen van zijn kamer. Eens in de zoveel tijd gaat hij naar huis. Het is een fragiele relatie met thuis, maar op deze manier gaat het goed. Hij heeft een zeer kleine uitkering, dat betekent dat hij moet werken. Wat voor werk is er voor zo’n jongen? Met hard werken heeft hij school afgerond: speciaal onderwijs, maar een vervolg?

Afgelopen zomer had hij werk: in de schoonmaak. Met zijn autisme is de afspraak zoveel keer per dag toiletten poetsen geen punt, dat werk wordt picobello uitgevoerd, geen minuut later dan afgesproken. Zijn werkplek kent een wintersluiting. Leon scharrelt nu wat over het terrein van Groot Emaus. Hij komt een bakje koffie drinken bij de geestelijke verzorging, maakt her en der een praatje, maar verder? In april kan hij weer aan het werk.

Aan hem moest ik denken bij de gelijkenis van vandaag. Wat is eerlijk? Is onze samenleving eerlijk als Leon met zijn beperkingen overal tussen wal en schip valt? Teveel beperkingen om mee te doen in de samenleving. Te goed om alleen maar goed en liefdevol verzorgd te worden.

Ik vroeg mij af wie de werkers van het 11e uur zijn. Zou het kunnen dat het werkers waren aan wie ‘iets’ mankeerde? Het staat er niet. Waarom duurt het zo lang voor deze werkers gevraagd worden?

De gelijkenis is een antwoord op een vraag van Petrus die hij eerder in het evangelie gesteld heeft. ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’ (Matteüs 19: 27) Met andere woorden: Loont het nog wat? Levert het ons ook iets op, dat navolgen van jou, Jezus?

Jezus’ leerlingen zijn de eersten die aan den lijve ondervinden wat het betekent volgeling van Jezus te zijn. Jezus’ antwoord is de bekende zin: ‘vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten’ (Matteüs 19: 30) De gelijkenis van vanmorgen draait deze zin juist om: ‘zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten’  (Mt 20: 16).

Het gaat hier om het ‘nu’ tegenover het ‘straks’. Alle menselijke posities, rangen en standen op grond waarvan wij ‘eerste’ en ‘laatste’ indelen, hebben geen waarde voor straks, zij geven geen garantie. God kiest niet op basis van ‘voor wat hoort wat’. ‘Dat ontneemt ons alle eigenwaan en behoedt ons voor vertwijfeling’, zegt Maarten Luther naar aanleiding van deze gelijkenis.

De landheer maakt een contract op met de werkers van het eerste uur. Je krijgt één denarie, een dagloon, redelijk en rechtvaardig in deze omstandigheid. Dit loon is goed om van te leven. Wie met dit contract werkt, heeft een gegarandeerd bestaan. Geen flexcontract of een aanstelling voor een jaar met alle onzekerheid van dien.

De bede uit het Onze Vader ‘geef ons elke dag het brood dat we dagelijks nodig hebben’ is hiermee verhoord. Met de werkers van het 3e, 6e en 9e uur wordt een meer vage afspraak gemaakt: ‘de betaling zal rechtvaardig zijn’. Een heel apart soort arbeidsvoorwaardengesprek.

Neem dan de werkers die op het 11e uur nog steeds staan te wachten, niemand had deze mensen nodig, vandaag niet, maar, denk aan Leon, ook morgen en volgende week niet. Als zij niet aan werk komen, lijden zij honger vandaag, en de rest van de week. De heer gaat nogmaals op stap, het is niet bepaald een voorbeeld van goede werkplanning, laten we eerlijk zijn. Hij gaat op het 11e uur, 5 uur in de middag, nog één uur en de zon is onder. Hij stuurt ook deze werkers van het 11e uur naar zijn wijngaard. Zij kunnen nog een uur werken… met dezelfde vage afspraak.

De uitbetaling, een uur later, is een grote provocatie. Door te beginnen met de werkers van het 11e uur en hun een dagloon te geven, op de nipper een gegarandeerd bestaan, is hun leven mogelijk. Zo krijgen alle werkers een rechtvaardig loon, genoeg voor de dag van vandaag. Geen exorbitante bonussen, geen extraatjes. Iedereen krijgt evenveel, een rechtvaardig loon. Genoeg om deze dag te leven.

De werkers van het 1e uur klagen: wij zijn benadeeld! Maar dat is niet waar. De anderen zijn bevoordeeld – en dat is wel even slikken. Elk mens, geroepen op het 1e uur of op het 11e uur en allen daar tussen in, ontvangt een gegarandeerd bestaan. Een dagloon aan goedheid, ontferming en barmhartigheid. Dat vindt de Heer nu rechtvaardig. Rechtvaardigheid in Gods ogen is een gegeven, gegarandeerd bestaan, los van eigen prestatie en verdienste, als basis voor ieder mens. De werkers van het 1e uur hebben het er knap moeilijk mee. ‘Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’ (Matteüs 20: 15). ‘is jouw oog boos om dat ik goed ben?’ Zie je scheel van jaloezie? Jaloezie en het gevoel tekort gedaan te worden kan de blik op Gods barmhartigheid flink vertroebelen.

Wat is eerlijk? Het maakt uit of je deze vraag beantwoordt als gever of als ontvanger. De gever geeft aan alle werkers even veel – om te leven. De gever deelt royaal uit. De ontvangers krijgen evenveel – om van te leven. Stel nu dat de klagende werkers van het 1e uur zeggen ‘ja, maar zo bedoelde ik het nu ook weer niet? Ik klaagde misschien wat te snel, maar ik vind ook dat iedereen genoeg moet hebben om te leven.’ Dan is er een klein begin van ommekeer. Want als we niet bereid zijn te delen in de goedheid van God, hoe moet het dan verder met ons?

Gods genade, onvoorwaardelijk – het is knap lastig. Vandaag stond ik al in het stemhokje. Wat is eerlijk? Die vraag bepaalde mede mijn keuze.

Morgen ga ik weer naar Ermelo, en wat kan ik onze jongeren vertellen? Ja, ik lijd met je mee, in je zorgen over de toekomst, over je dromen die groots en meeslepend zijn en die hoogst waarschijnlijk niet uit zullen komen…. Ja, ik lijd met je mee, en maak mij zorgen over onze samenleving waar jongens als jij niet mee kunnen doen. En ja, Leon, waar ik kan, zal ik het niet nalaten om jou stem te geven, en daarmee ons allen te laten denken over de vraag wat eerlijk is.

Wat is eerlijk? De genade van God, onvoorwaardelijk, dat is in ieder geval eerlijk!

Amen

Plaats een reactie