ds. Annette Bosma: ‘Geniet van het leven…..’ n.a.v. Prediker 12: 1-8

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 22 februari 2017  *

Voorganger: ds. Annette Bosma, Sassenheim

‘Geniet van het leven…..’ n.a.v. Prediker 12: 1-8

‘Geniet van het leven….je leeft tenslotte maar één keer…’, dat is zo’n gezegde, die we allemaal wel eens gehoord hebben en misschien hebben we ‘m zelf ook wel eens gebruikt. En wat je ook van de uitdrukking vindt, soms helpt het je over een dood punt heen. Er is wat te beleven, je bent plannen aan het maken maar je weifelt nog: zou ik het wel doen, kan het eigenlijk wel…En dan kan er worden gezegd, gedacht ‘geniet er maar van, van het leven…’.  (YOLO)
Het is een uitdrukking van een zekere vrolijkheid, losheid ook, maar toch als je goed luistert, zit er, bewust of onbewust, ook een ondertoon van ernst in. Want ongewild is het ook een belijdenis van vergankelijkheid. Er zit een zekere krampachtigheid in, genieten, nu, volop…..het kan maar één keer. Voordat je het weet, is het niet meer mogelijk. Dan is het je ontglipt. Een bijzondere mengeling van vrolijkheid en ernst, van losheid en krampachtigheid bergt deze uitdrukking in zich.

Bij Prediker horen we een wijs iemand, op zijn heel eigen manier ongeveer hetzelfde zeggen met diezelfde bijzondere intonatie. Maar hier wordt die spanning tussen vrolijkheid en ernst, losheid en krampachtigheid wat groter, en dat komt omdat Prediker niet bang is, ook datgene te benoemen wat er diepweg ook meespreekt, namelijk: de dood.
Prediker laat in zijn woorden de spanning doorklinken van levensvreugde en doodsernst…van het genieten van het leven….en die ene keer dat je leeft. Voor Prediker is het geheim van het leven van de mens: kunnen genieten, maar wel zonder oppervlakkig over de ernst, die er toch ook is, heen te dansen.

Hij pakt ons als het ware bij de schouders om tot bezinning te brengen als we in de kramp zitten van het ‘genieten van het leven, want het kan maar één keer’. Maar wil dat dan zeggen dat Prediker de zin, het plezier aan het leven ontneemt en het leven alleen maar een voorbereiding op de dood vindt. Nee, dat is zeker niet het geval. Prediker vindt dat het niet de bedoeling is je steeds zorgen te maken over het einde, maar dat het onze taak is om te leven. Hij kan zeker de zon in het water zien schijnen.

Maar Prediker gaat in het gedeelte, dat we vanmiddag lazen, tussen de uitersten door: niet, door het leven, bang van de dood – niet, door de dood, bang van het leven. Prediker predikt een boodschap, die leven leert en sterven leert. En hij doet dat op zo’n wijze, dat het leven geen vlucht wordt voor de dood, maar ook dat de dood niet de voordurende spelbreker is van het leven……we leven maar één keer….

De conclusie bij Prediker is niet: gedenk te leven, haal eruit wat erin zit, je leeft ten slotte maar één keer, de conclusie is ook niet ‘gedenk te sterven’….. nee, boven alles uit, klinkt het bij Prediker ‘gedenk je Schepper’. Dat alleen maakt, volgens hem, het leven tot een vrij en vrolijk leven. Het is geschonken, gegeven, leven. Dat wil zeggen dat wij leven mogen, dat wij vrolijk leven mogen. En het betekent ook een verantwoordelijkheid, je leven als een toevertrouwd leven zien.

Daarmee stuurt Prediker ons het leven in. Daar waar ook ontzaglijk veel vragen zijn, benauwende vragen soms. Te midden hiervan probeert Prediker ons een weg te wijzen.
‘Heb ontzag voor God en leef zijn geboden na…’ het staat iets verder in de tekst dan waar wij gestopt zijn. ‘Geniet van het leven, je leeft maar één keer’, maar dan wel zo dat je daarbij je Schepper gedenkt. Dat je goed omgaat met je geschonken leven. Dan zullen we in ons leven een manier vinden om er op een goede wijze mee om te gaan. En niet alleen met ons eigen leven, ook met de ander die net zo goed schepsel van de Schepper is.

Dat gedenken van je Schepper, hoe zou dat in het leven vorm kunnen krijgen. Misschien kan dat in de vorm van het gebed. En dan: gebed in de betekenis van ‘het van God verwachten’. Niet gebed als een kunst, waarvoor mooie woorden nodig zijn en veel woorden.
Maar gebed als levenshouding, weten dat God ons leven draagt en wij niet zelf het stuur stevig in handen moeten houden. En het daarmee durven wagen, opdat we zò vrij en stevig in het leven komen te staan.

Dan komen we waarschijnlijk ook anders te staan tegenover dat andere dat door Prediker wordt benoemd. Dan komen we anders te staan tegenover de dood, die toch ook opduikt achter dat onschuldige gezegde ‘geniet van het leven, je leeft tenslotte maar één keer….’.
Want waar we de Schepper gedenken, daar weten we ook dat de dood er niet hoort. De Schepper is ook de Herschepper. Hij laat het werk dat zijn hand gemaakt heeft nooit los.

Prediker spreekt van leven en dood, vrolijkheid en ernst en hij doet dat in een samenhang die niet eens zo op gespannen voet met elkaar staat. Misschien omdat het geloof in God, de Schepper, mag betekenen:
…we vluchten niet voor de dood in de roes van het leven ‘je leeft maar één keer’. En we vluchten niet uit het leven naar de dood ‘je leeft maar één keer’. We leven rustig en vrolijk op de plaats waar de Heer ons nodig heeft.

Dan is het goed leven en dan is het goed te genieten.