ds. Annette Bosma: ‘Vreemd geluk…’ Lucas 19: 1 – 10

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 25 februari 2015  *

Voorganger: ds. Annette Bosma, Sassenheim

‘Vreemd geluk…’ Lucas 19: 1 – 10

De naam die zijn ouders hem gaven, Zacheüs, betekent: de Rechtvaardige, de Reine. Dat wil toch wel zeggen dat bij zijn wieg de onverstoorbare geluksdroom gedroomd is, dat dit nieuwe leven nu werkelijk iets nieuws zou zijn. Alsof dit kind gevrijwaard zou blijven van alle donkerheid van het leven in deze wereld. Vertederd hebben zijn ouders deze naam voor hun kind gekozen: Zacheüs, de Rechtvaardige, de Reine.

Als hij opgroeit, blijft hij klein van stuk. Niet heel tragisch, maar het zal hem misschien toch wel dwars gezeten hebben. Hij heeft revanche willen nemen op het leven, dat hem op deze manier op z’n plaats zette. En hij heeft het gevonden: rijkdom zou zijn geluk worden. Geld maken werd zijn toekomstdroom. Natuurlijk waren er wijze, bezadigde mensen die zeiden dat geld niet gelukkig maakt, maar dat was iets waarom hij lachte. ‘Hebben jullie het dan zo prettig met je armoe?’. Eens zou hij geëerd en benijd worden, eens zou men voor hem kruipen…of voor hem…voor de macht van zijn geld.

Zacheüs had er veel voor over: de verachting en de minachting van zijn medemensen. Hij werd tollenaar. Hij pachtte het belastingrecht van de bezetter en met de sterke arm van de Romein achter zich perste hij zijn eigen volk nog eens extra uit. Als ze hem dan niet zouden liefhebben en eren, dan zouden ze hem in ieder geval vrezen. Geen groter geluk dan geld tellen.

En toch: er is iets leeg gebleven, een verlangen naar wat hij zelf niet weet. Als we het zo horen, lijkt het wel een sprookje ‘er was eens een klein mannetje, die het geluk zocht’. Maar op zich zou dit verhaal zo in onze tijd passen. Deze Zacheüs, die revanche wil nemen op het leven, die het geluk wil afdwingen, die zich zijn eigen geluk wil bouwen en forceren kan even goed een andere, hedendaagse naam dragen. Het is bijvoorbeeld het verhaal van een mensengeslacht dat met wetenschap en techniek een nieuwe aarde zou bouwen. Natuurlijk waren er steeds stemmen die zeiden dat het zo niet zou gaan, dat de ziel van de mens verkommerde. Maar ach, dat waren mensen die hun tijd niet begrepen. Tot alles bereikt was en de mens werkelijk nergens meer voor stond….en men verbijsterd keek op de ruïnes: is dit het nou? Het is een verhaal dat ieder op z’n eigen manier kan vertellen: het verhaal van het mannetje dat het geluk zoekt. Vul maar in, waarin het geluk gevonden zou worden: welvaart, carrière, prestaties op welk vlak dan ook, eer…..vul maar in en we herkennen in Zacheüs toch ook iets van onszelf. Het beeld van de mens, die soms aan het echte geluk is gaan wanhopen en dan maar iets van geluk forceert.

Het verhaal vertelt, dat Zacheüs in Jericho woont en dat Jezus op een bepaald moment ook in die plaats is. Niet dat Zacheüs door heeft wat dat betekent. Hij heeft er nog geen flauw idee van dat dat het beslissende zal blijken te zijn van die dag en van zijn hele verdere leven.
Maar, Jezus is in Jericho en Zacheüs heeft er van gehoord en wil die man ook wel eens zien. Misschien heeft hij gezegd: ‘er komt nu toch niemand, ik sluit even de zaak en wil ook eens kijken’. En dan komt er toch nog een humoristisch trekje in dit verhaal…die rijke hoofdtollenaar waar iedereen toch voor siddert, die krijgt niet anders te zien dan ruggen.
Maar hij laat zich niet voor één gat vangen, en de belangrijke man klimt in een boom. Achter de neerhangende takken met de grote dichte bladeren van een vijgenboom kan hij prachtig zitten. Het is het er alleen maar om te doen de man voorbij te zien lopen. Meer niet…..

En dan de kern van dit verhaal: straks is het niet zo dat Zacheüs triomfantelijk kan zeggen ‘heb ik het even mooi gezien. In een boom geklommen, zie je. Ik kon geen betere plaats vinden’. Het gaat er helemaal niet om dat Zacheüs Jezus ziet, het gaat er om dat Jezus Zacheüs ziet en vraagt ‘Zacheüs kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven’. Iemand die hem zegt iets te doen in plaats van dat hij een ander zegt iets te moeten doen. Voor Zacheüs een nieuwe ontdekking: iemand die bij hem te gast wil zijn, iemand die daar zelf niet beter van wil worden. Hij laat zich uit de boom zakken en daar gaan ze: Zacheüs en Jezus, Jezus en Zacheüs. Wat zal het achter hen gerumoerd hebben: afzetter, oplichter, collaborateur, verrader. Maar Zacheüs hoort schijnbaar niets, hij ontvangt Jezus vol vreugde in zijn huis.

Maar nu? Zal Jezus rondkijken en zeggen: ‘het ziet er hier smaakvol uit, Zacheüs, alles prachtig ingericht van onterecht verkregen bezit’. Het zal over zijn hoofd dreunen: onrecht, zonde, slecht. Maar daarover hoort Zacheüs niets en lezen wij ook niets. Jezus is te gast en gaat zonder enige vorm van verwijt bij hem aan tafel. Dat veroorzaakt iets bij Zacheüs. Hij weet zich ineens weer mens. Niet maar hoofdtollenaar, verachte, geldwolf, maar mens. En hij gaat staan en zegt: ‘de helft van mijn bezit geef ik aan de armen en als ik iemand iets heb afgeperst, dan geef ik dat vierdubbel terug’.

Zacheüs doet niet dierbaar, hij wordt niet sentimenteel. Hij viert als het ware zijn bevrijding, zijn menswording. Natuurlijk zal dat niet eenvoudig zijn. Terug gaan naar degenen die hij heeft afgeperst. Er zal datgene zijn dat hij nooit meer goed kan maken. Ze zullen misschien woedend zijn, of om hem lachen: een tollenaar, van wie zijn geweten begint te spreken. Ze zullen er wat achter zoeken. Ze zullen het misschien helemaal niet aan willen nemen. Ze zullen zeggen: ‘Man, doe niet zo gek, stel je niet aan. Verbeeld je nu maar niet, dat jij de wereld op deze manier ineens kunt veranderen’. Maar het is geen aflaat. Het is zo maar: zijn bevrijding vieren. En er is geen bevrijding zonder offer. De afgoden worden weggedaan. En Jezus spreekt er zijn zegen over uit: ‘vandaag is dit huis redding ten deel gevallen…’.

Dat is het verhaal van Zacheüs. Hij blijft tollenaar. Hij blijft in Jericho wonen en er zijn werk doen. Zacheüs blijft op zijn post. Hij laat niet alles achter en gaat achter Jezus aan, zoals die andere tollenaar Levi wel deed. Zacheüs treedt niet uit de wereld, hij staat er anders in. Daar is hij in beweging gezet. Van binnen is hij veranderd. Dus handelt hij ook anders. Na zijn ontmoeting met Jezus doet Zacheüs zijn naam eer aan ‘de Rechtvaardige, de Reine’. Op de plaats waar hij woont, op de plek waar hij gesteld is, doet hij wat hij moet doen. Zal hij God ooit hebben gedankt voor de moed die nodig was om als hooggeplaatst persoon in die boom te klimmen. En voor het feit dat Jezus, namens God, zijn oog op hem liet vallen. ‘Onder millioenen heeft Hij ook mij in ’t oog’. Het was in ieder geval een klimpartij met heilzame gevolgen.

Tot op de dag van vandaag worden mensen terzijde genomen en gewenkt, worden we bij onze naam geroepen. En mogen wij worden bevrijde mensen.

Amen