ds. Annette Driebergen (Noordeloos): ‘Belast of onbelast?’ n.a.v. Matteüs 11: 25-30

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 25 november 2020 *

Voorganger: ds Annette Driebergen (Noordeloos)

Meditatie-thema: ‘Belast of onbelast? n.a.v. Matteüs 11: 25-30

Lieve mensen van God,

In de afgelopen periode las ik het boek Het Zoutpad en het vervolg De wilde stilte. Het eerste boek is al vorig jaar verschenen, maar soms loop ik wat achter. In heel kort bestek: de schrijfster Raynor Winn en haar man zijn door omstandigheden alles kwijtgeraakt – echt hun hele hebben en houen – en besluiten een kustpad – het South West Coast pad van ruim 1000 kilometer – in het zuidoosten van Engeland te gaan wandelen, met alles wat ze bezitten op hun rug. Draagbaar moet het zijn, een rugzak vol, meer kan niet. Dat is alles wat ze nog hebben. En ze ontdekken – natuurlijk met de nodige moeite, maar toch – het is genoeg. Een tent, een gasbrander, een pan, een extra paar kleren, wat voorraad in de vorm van noodles en marsrepen …. Ze komen er heel ver mee. En het leert ze veel. Vooral over wat het meest belangrijk is in het leven.

Travelling light, het is een gangbare Engelse term die ik leerde van een collega. Het betekent zoiets als reizen zonder veel bagage, met het hoogstnodige op pad gaan. Je wandelt er lichter door, het maakt je wendbaarder. Licht reizen. Jezus beveelt het aan – in het gedeelte uit Matteüs dat we lazen – voor de reis door het leven. ‘Laat je ballast los,‘ zegt hij … ‘alles wat je vermoeit en belast, breng het bij mij, ik geef je rust.‘ Dat klinkt best aantrekkelijk. Het klinkt ook wel een beetje gemakkelijk. Zo eenvoudig werkt het in het leven niet. Toch? Er is nogal wat mee te sjouwen. Verwachtingen van jezelf en anderen. Verplichtingen. Eisen die aan je worden gesteld. Verdriet dat je kan overkomen, waar je mee moet ‘dealen’. Sombere beelden voor de toekomst. Coronaperikelen, in sociaal en economisch opzicht. Het is toch niet zo gek dat je zwaar tilt aan het leven? Het is toch niet zo gek dat het leven kan voelen als een juk op je schouders. Zo’n juk van ‘twee emmertjes water halen’, maar dan niet als een spelletje, maar als realiteit in het leven. Gevulde emmers aan beide kanten, soms in wankel evenwicht. Zegt Jezus nu dat we er té zwaar aan tillen?

De coronatijd heeft een bijzonder fenomeen op gang gebracht. Zeker in de eerste golf, waarin de beperkingen ons aan huis kluisterden, werd er bijzonder veel opgeruimd in huizen. De gemeentelijke stortplaatsen gingen op extra momenten open, omdat ze de stroom mensen die spullen kwijt wilden, niet konden verwerken. De kringloopwinkels werden overspoeld met overtollige huisraad. Wat bleek? We hadden heel wat verzameld wat niet echt nodig was. Waar we wel buiten konden. In M vertelde Connie Palmen er gisteren ook over.

Is dat ook een beeld voor een geestelijk proces? De dingen die je meeneemt in het leven overzien en wat overtollig is opruimen? Coronatijd was en is een tijd om stilgezet te worden. Misschien meer dan anders word je gedwongen na te denken over hoofd- en bijzaken. Wat is ècht de moeite waard, ook om mee te nemen? En wat kan ik loslaten … wat kunnen we aan de kant zetten als overtollig, als ballast? In de kerk kwam zo’n her-ijktijd op gang. In bedrijven. In onze samenleving. Wat is echt nodig aan overleg en vergaderen en wat kan ook wel wat minder? Welke lijntjes kunnen korter? Wat kan er naar de stortplaats? Op allerlei plekken ontstaat nieuwe creativiteit. Lichter reizen maakt wendbaarder, zei ik. Lichter reizen schept ook ruimte. Leerden we ook als mensen, als gelovigen lichter reizen? Leerden we geconcentreerder luisteren naar die stem, die misschien in de drukte van alles wat vanzelfsprekend was wat ondergesneeuwd raakte?

Kom,‘ zegt die stem …., ‘kom bij mij, met alles wat je vermoeit en belast, dan zal ik je rust geven.‘ Rust, voor sommigen iets om je van af te keren… soms zelfs, omdat rust onrustig maakt. Voor anderen is rust een oerverlangen. Raynor Winn, de vrouw van Het Zoutpad, ontdekte al wandelend – met op haar schouders hun hele hebben en houden – dat er innerlijke rust kwam en dat die louterend werkte. Gaandeweg ontstond een verdieping, die indaalde tot in haar ziel. Rust. Zielenrust. Raynor en haar man zijn niet gelovig, maar ik denk dat de ervaring die zij opdoen, wel raakt aan een spirituele, godsdienstige dimensie.

En dan hoor ik weer die stem van Jezus. ‘Kom,‘ zegt hij. ‘Ik zal je rust geven.‘ Wat kun je daar naar verlangen! Naar een vorm van lichamelijke rust, van ontspanning. Naar een vorm van mentale rust, van even loslaten wat je meedraagt aan gedachten, opdrachten, verwachtingen en denkwerk rond je leven. Maar misschien gaat deze rust nog veel dieper. Tot op de bodem van je hart. Tot in je ziel. Tot in je diepste ‘ik’, die plek waarvan de psalmdichter zegt: God, u kent mij, beter dan ik mezelf ken. Je diepste ‘ik’, dat voor God geen geheimen kent. Jezus kon zich ten volle aan God toevertrouwen en vond daardoor die diepe rust. Als iemand in staat is het ons te leren, dan is hij het wel. Stap voor stap. Hij kan ons leren leven in afhankelijkheid, met overgave. Hij kan ons leren leven in eenvoud en vertrouwen. Hij kan ons leren in stilte te bidden tot de bron van alle leven. ‘Kom,‘ hoor ik hem zeggen …. ‘ik leer je leven met hart en ziel.’ Natuurlijk is dat met aandacht en bewogenheid voor anderen. Maar tegelijk is dat met aandacht en bewogenheid voor jezelf.

Kom, zegt Jezus. Het is een uitnodiging. Je moet niet, je mag. Wanneer Jezus je uitnodigt, zet hij je in de ruimte van Gods genade. Daar waar je niks hoeft. Daar waar je mag onderkennen en erkennen dat je soms vastloopt in het leven. Daar waar je je tekort kunt delen. Daar waar je onder ogen mag zien dat je een falend mens bent. In de ruimte van Gods genade mag je uitzoeken hoeveel je op je nek meesjouwt. Als de afgelopen tijd je dat nog niet heeft gebracht, kun je misschien de komende tijd ruimte nemen om na te denken wat er op de zolder, in de kelder en in de kamers van je leven opgeslagen ligt. Moet het echt allemaal mee? Of kun je ook iets achterlaten? ‘Kom bij mij,’ zegt Jezus, ‘met alles wat je vermoeit en belast. Neem mijn juk op je.’ Tja, in eerste instantie ben je geneigd te denken: Dat schiet toch niet op? Maar …. ja, dat schiet op. Het juk waar Jezus over spreekt, is niet het juk met de twee emmers op je eigen schouders. Het is een juk voor samen, zoals voor een span ossen …. Een juk dat je niet alleen draagt, maar met iemand. En niet zomaar iemand. Het is Jezus zelf. En zijn draagkracht kennen we, die is onbeperkt. Weet dat je uitgenodigd bent. Kom.

Amen

Plaats een reactie