ds. Bas van der Graaf (Amsterdam): ‘Een mens is belangrijker dan regels of principes’, n.a.v. Mattheüs 12: 1-8

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 9 september 2020 *

Voorganger: Ds. Bas van der Graaf, Amsterdam

Een mens is belangrijker dan regels of principes” n.a.v. Mattheüs 12: 1-8

Gemeente, gasten in ons midden,
Hebt u zich ooit wel eens het slachtoffer van een systeem gevoeld? U weet wel: je staat bij het loket van een of ander instantie, maar de juffrouw achter de balie zegt alleen maar: “Het spijt me, het systeem zegt dat het niet kan. We kunnen geen uitzondering voor u maken.” (In de serie Little Britain zit een hilarische scène, waarin de man achter de balie steeds zegt: Computer says no!). Zulke momenten kunnen je razend maken, want je voelt je een nummer. Waardeloos is dat.

Ik ga een stukje lezen uit Mattheüs 12, waar Jezus met zijn leerlingen in zo’n zelfde soort situatie belandt, maar dan op religieus vlak. Voor Jezus is het aanleiding om er een belangrijke levensles uit te trekken.

Mattheüs 12: 1-8
1  In die tijd liep Jezus op een sabbat door de korenvelden. Zijn leerlingen hadden honger en begonnen aren te plukken en ervan te eten.
2  Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen hem: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets dat op sabbat niet mag.’
3  Hij antwoordde: ‘Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden,
4  hoe hij het huis van God binnenging en er met hen van de toonbroden at, terwijl noch hij noch zijn mannen daarvan mochten eten, alleen de priesters?
5  En hebt u niet in de wet gelezen dat de priesters die op sabbat in de tempel dienst doen en zo de sabbat ontwijden, onschuldig zijn?
6  Ik zeg u: hier gaat het om meer dan de tempel!
7  Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers,” dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld.
8  Want de Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

Jezus loopt met zijn leerlingen door de korenvelden. Zijn leerlingen hebben honger en plukken wat aren, wrijven de korrels eruit en eten ze op. De Farizeeën, die Jezus in de gaten houden, roepen in koor: Òhòhò, dat mág niet! Wat niet? Vinden ze dat de discipelen aan het stelen zijn? Nee, dat is het punt niet, want volgens de wet mochten mensen die honger hadden, aren plukken. De kneep zit hem bij de sabbat, de rustdag. Op die dag mocht er geen werk gedaan worden. Een mooi gebod, een geschenk van God aan de mens, zodat hij één dag per week op adem kan komen. Dat betekent het woord sabbat ook: op adem komen.

Maar nu komt het: de Farizeeën hadden van dit mooie geschenk een bijna niet te tillen wet gemaakt. Een dag waarop je niet alleen niet mocht werken, maar ook niks mocht doen wat maar enigszins, al was het maar heel in de verte, op werk léék. Dus aren plukken als je honger had – een toegestane handeling – was op sabbat verboden want het leek op oogsten. En dus zeggen ze: ‘Kijk, uw leerlingen doen iets wat op de sabbat niet mag.’

Het zou me niets verbazen als hier vanmiddag mensen zitten die zijn opgevoed met ongeveer dezelfde ideeën over de zòndag. In het calvinistisch Nederland ontwikkelde zich, samen met Schotland, een zeer strenge ethiek van zondagsrust. Ik zelf kom uit zo’n achtergrond. Als kind mocht ik op zondag niet buiten spelen (mijn vriendjes wel), uiteraard geen tv-kijken en – het allerergste – geen ijsje kopen op zondag. Het was, zacht gezegd, niet erg bevorderlijk voor mijn geloof. En ik vrees dat velen mede om die reden de weg van Jan Wolkers en Maarten ’t Hart zijn gegaan.

Als goede dingen tot een dogma, tot een systeem worden gemaakt, gaat de vreugde verloren. Dat geldt niet alleen voor religie, dat geldt ook voor heel veel andere dingen in het leven. Veel beleid in de politiek of in organisaties ontstaat als een logische reactie op bepaalde problemen. In het begin is het een zegen, maar dan gaat het stollen en wordt het systeem belangrijker dan de mensen voor wie het bedoeld was. Het is de tragiek van: het bederf van het beste is het slechtste.

Maar hoe reageert Jezus? Om te beginnen slaat hij de Farizeeën met twee bijbelteksten om de oren. Eén over koning David en zijn mannen, die op enig moment zo’n honger hadden dat ze de tempel binnengingen, daar de heilige broden, die er dagelijks werden neergelegd, meenamen en opaten. Heiligschennis, zou je zeggen. Maar Jezus wil zeggen: nood brak wet en er staat nergens dat God het veroordeelt. De andere tekst is een tekst uit de wet, de thora, waarin staat dat priesters op sabbat ondanks het verbod op werken tóch werk mochten doen, omdat er een hoger doel gediend werd, namelijk de dienst aan God in de tempel.

Jezus haalt dus 2 principes op. Nood breekt wet. En: Als er een hoger doel gediend wordt, vervalt de wet. Dat zát dus al in het Oude Testament, de bijbel waar de Farizeeën zich op beriepen.

Maar daar houdt Jezus het niet bij. Hij gaat nóg een stap verder. Hij zegt: “Ik zeg jullie dat hier een nóg hoger doel op het spel staat. Wat ik jullie zeg, gaat nog bóven de tempel uit. Ik ben namelijk heer en meester over de sabbat. Ik heb van mijn Vader in de hemel gezag gekregen om de wet opnieuw uit te leggen.

En ik zeg jullie waar het in de sabbat, maar eigenlijk in de hele wet om gaat: om barmhartigheid. Om barmhartigheid en niet om offers.

Een mens in nood telt altijd zwaarder dan de wet. Mensen zijn meer waard dan wat ook. Geen enkel systeem mag zwaarder wegen dan de menselijke maat. Barmhartigheid gaat boven gehoorzaamheid. Liefde gaat boven de wet.

Dit is een diepe levensles van Jezus. Niemand van ons hoeft zich aan onbarmhartige of onmenselijke systemen te onderwerpen. Laat niemand van ons ze ook aan anderen opleggen. Jezus is heer en meester over de sabbat. Heer en meester dus over de wet. Hij leert ons dat liefde en barmhartigheid de vervulling van de wet zijn. Dat schept ruimte!

Amen

Plaats een reactie