ds. Bas van der Graaf: ‘De Geest van God bidt voor en in ons’ n.a.v. Romeinen 8: 18-27

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 1 juni 2016  *

Voorganger: ds. Bas van der Graaf, Amsterdam

De Geest van God bidt voor en in ons’ n.a.v. Romeinen 8: 18-27

Gemeente, gasten in ons midden,

Hebben jullie dat ook wel eens: dat je gewoon echt niet weet wat je bidden moet? Gewoon omdat de hoeveelheid lijden in de wereld je te veel wordt? Ik had daar zelf de laatste weken nogal last van. Al die berichten in de kranten, een aantal heftige berichten uit mijn naaste omgeving, het werd me allemaal te veel. Ik kon er geen woorden meer voor vinden. Misschien zit u of jij ook wel in zo’n situatie op dit moment.

In deze wat sprakeloze tijd moest ik opeens weer denken aan het Pinkster-evangelie van de apostel Paulus. Zo worden de woorden uit de brief die hij aan de christenen in Rome schreef wel genoemd. Het zijn bijzondere woorden, want waar je misschien zou verwachten dat hij over de Heilige Geest zou schrijven op een juichende Halleluja-toon, is zijn toon er in werkelijkheid een van zuchten en steunen. Alles in dit stukje kreunt en steunt van ellende, alles zucht onder het lijden van deze tijd. En wat bén ik blij dat ook déze versie van het Pinksterevangelie in onze bijbel staat, want waar zouden we anders de woorden vinden die recht doen aan hoe we ons vaak voelen. Paulus is zich maar al te bewust van het lijden van de wereld dat ook aan gelovigen niet voorbij gaat.

Maar wat ís het Pinkster-evangelie volgens dit stukje? Dat bestaat op zijn minst uit drie delen. Drie dingen die ons worden verzekerd van het werk dat de heilige Geest van God wil doen in het leven van ieder die geloof hecht aan het goede nieuws van Jezus.

Het eerste is dat de Geest een voorschot geeft van de nieuwe wereld die God, vanuit de kracht van de opstanding van Jezus, gaat scheppen. Met de opstanding van Jezus is die nieuwe wereld volgens Paulus al begonnen, maar er zit op dit moment een enorm gat tussen wat vanuit die opstanding beloofd wordt en wat we dagelijks om ons heen ervaren. Dat gat is zó groot dat we ons allemaal wel herkennen in de woorden van Gerard Reve die dichtte: ‘Dat koninkrijk van U, U weet wel, komt daar nog wat van?’. Paulus zegt hier: jazeker, kijk maar naar de Heilige Geest die je hebt ontvangen. Die Geest is niks minder dan een soort voorproefje van wat komen gaat. Door de ervaring van de Geest proef je soms al een beetje hoe het wordt. Maar dat niet alleen: de Geest is er ook een onderpand van, een garantstelling van God dat het echt zal gebeuren. Doordat de Geest ons verbindt met de opgestane Heer zijn we ook met die opstanding verbonden. Door die Geest houden we de moed erin, al zakt die ons vaak in de schoenen.
Het tweede is dat de Geest ons, als het ons aan woorden ontbreekt, doorgrondt. Met andere woorden: de Geest van God doorzoekt ons hart en speurt naar wat ons ten diepste beweegt en beroert. Als we aan niemand kunnen duidelijk maken wat er diep in ons leeft – zelfs aan God niet – komt de Geest ons te hulp om te luisteren naar onze diepste schreeuw en om ons te begrijpen. De Geest helpt ons in onze zwakheid door te doen wat geen mens voor ons kan doen: ons doorgronden.

En het derde is dat de Geest voor ons bidt met woordloze zuchten. Als de Geest ons doorgrondt vindt hij daar allerlei diepe zuchten waar geen woorden voor zijn. Maar als wij met stomheid geslagen zijn, neemt hij het woord. Of nee, ik moet het anders zeggen: neemt hij ons zuchten en draagt dat tot voor God. En God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Paulus zegt het zo: Wij weten immers niet wat we ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. Ik vind dat telkens weer zo ontroerend, maar ook zo bemoedigend!

De Geest van God verbindt ons met Gods nieuwe wereld en overstemt onze sprakeloosheid. Dat is ongeveer het Pinksterevangelie volgens dit stukje uit de brief van Paulus. Ik hoop dat jullie het meenemen van deze plek in de luwte als jullie het volle leven weer ingaan. Dat je eraan denkt op momenten dat je niet meer weet wat je zeggen of bidden moet. En dat je er dan moed uit put, om maar gewoon stil te zijn om de Geest het woord te laten doen. Maar dat je er ook aan denkt als je de sprakeloosheid bij een ander ziet. Dat je dan niet meteen begint te praten – goed bedoelde woorden die echter het lijden van de ander niet doorgronden – maar dat je stilletjes voor je uit bidt tot de Heilige Geest dat hij voor de ander zal bidden. Je kunt dat zelfs doen voor degene die straks tegenover je in de tram zit en waaraan je ziet dat er iets mis is.

De Geest van God verbindt ons met Gods nieuwe wereld, hij doorgrondt ons en bidt voor ons. Daar kunnen we mee verder.

Amen