ds. Carolien Cornelissen (Utrecht): ‘Met de hartelijke groeten’ n.a.v. 2 Korintiërs 1: 1-3 en 2 Korintiërs 13: 11-13

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 19 juli 2017  *

Voorganger: ds. Carolien Cornelissen (Utrecht)

‘Met de hartelijke groeten’
n.a.v. 2 Korintiërs 1: 1-3 en 2 Korintiërs 13: 11-13

Zusters en broeders,
Het is zomer, half Nederland is op vakantie. Via Whatsapp en Facebook kan de andere helft van Nederland de vakantiebelevenissen van de reizigers op de voet volgen.
Vorige generaties moesten het doen met een ansichtkaart. Op de voorzijde een foto van een pittoresk dorpje; op de achterzijde de groeten van de vakantiegangers.
Kinderen werden al vroeg ingewijd in dit ritueel. Op vakantiekolonies voor de bleekneusjes was er een gezamenlijk moment voor het schrijven van de ansichtkaart. Dat ging ongeveer zo:

Beste ouders,
Wij zijn goed aangekomen en het is hier heel mooi.
Met mij gaat het goed en ik hoop van U hetzelfde.
Meer weet ik niet.
Groeten van Uw liefhebbende dochter, Mieke

De traditie om elkaar de groeten te sturen is al heel oud. Paulus stuurt ze in zijn brieven. Elke brief begint en eindigt met groeten, van hemzelf en anderen die met hem zijn.
Zo lazen we aan begin van de brief aan de Korintiërs:
….Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.
En aan het slot:
….De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen.

De woorden van Paulus klinken heel wat gewichtiger dan ons ‘groetjes!’. En als we dan lezen dat de brief geschreven is aan de heiligen in Achaje en dat alle heiligen die hier zijn de lezers laten groeten, dan zouden we kunnen denken dat deze brief zeker niet voor ons eenvoudige zielen is bedoeld. Maar dat valt wel mee.
De heiligen in Achaje en de heiligen die bij Paulus zijn, zijn geen ‘heilige boontjes’ of uitzonderlijke personen.
Heilig betekent zoiets als: ‘apart gezet’. ‘Heiligen’ zijn mensen die hun leven apart zetten en zich wijden aan de Weg van Christus. Daarom spreekt Paulus alle gemeenteleden zo aan. Ook wij hier zijn in die zin allemaal ‘heiligen’.

Over een tijdspanne van een kleine 2000 jaar zijn de groeten van Paulus ook bij ons aangekomen. Dat schept een band tussen hem en ons, tussen de gelovigen in Korinte en Achaje, en ons hier en nu.

Maar wat zegt Paulus nu eigenlijk met zijn gewichtige woorden? Zijn het gewoon groetjes of is het meer?

Wat dat betreft kunnen we het vergelijken met de ansichtkaart van Mieke. Zowel Paulus als Mieke sturen een teken van leven. Daarbij sturen ze ook een wens. Mieke hoopt dat het haar ouders goed gaat, ze wenst hen het goede toe. Paulus doet hetzelfde. Hij wenst zijn lezers genade, vrede en liefde van God en Jezus Christus toe. Hij wenst ons het goede van God toe. Hij zegent ons.

Want dat is zegenen: het goede van God toewensen.

De woorden die het Grieks (έυλογητος) en Latijn (benedictus) kennen voor ‘zegenen’, betekenen letterlijk: goed spreken of zeggen. Zegenen is iets goeds zeggen voor iemand. Niet zomaar iets goeds, maar iets goeds uit naam van God. Je wenst iemand het goede van God toe.
Het Hebreeuwse woord voor zegenen heeft te maken met ‘knielen’ ברךּ (barak). Als je knielt, maak je jezelf kleiner en daarmee maak je de ander groter.

Als mensen God zegenen, maken ze God groot. In het Nederlands noemen we dat loven of prijzen.

Als God mensen zegent, maakt hij mensen ‘groot’. Zijn zegen geeft mensen wat ze nodig hebben om een ‘groter’, ‘beter’ mens te worden, wat ze nodig hebben om aan hun roeping te voldoen.
In verschillende bijbelverhalen wordt Gods zegen verbeeld in materiële zaken: vee, rijkdom, kinderen, een overwinning. Gezegende omstandigheden, toen zeker van levensbelang, helpen om te leven naar je roeping.

In andere verhalen komt Gods zegen tot uiting op immateriële manieren. Als God iemand kracht geeft, of woorden in de mond. Zo zegent hij hen die hij roept.
Mensen zegenen God, God zegent mensen, mensen zegenen mensen. Als je een ander mens zegent, dan wens je haar toe dat God haar zegent. Dat God deze mens groot maakt, maakt tot de mens zoals hij of zij bedoeld is.
Paulus doet dat met de woorden:
Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

Woorden die vaak in kerken te horen zijn, ook vandaag klonken ze weer. Deze zegen wenst ons ‘vrede’ en ‘genade’.

Vrede, sjaloom. Sjaloom is alles wat een goed mensenleven nodig heeft. Innerlijke en uiterlijke vrede. Rust en gerechtigheid. Een leven in sjaloom laat mensen tot hun recht komen.

Genade in het Latijn is gratia, een woord waar ons woord ‘gratis’ van afgeleid is. (Grieks: charis, χάρις). Genade is dat waar we goed beschouwd geen recht op hebben, maar wat we toch zomaar krijgen. Genade kun je niet verdienen, je krijgt het zomaar, gratis en voor niets, en toch is het niet goedkoop. Genade is, zeg maar, een cadeautje van God.

Vrede en genade van God zijn mooie woorden die je een ander mens kunt toewensen. Beter bestaat niet. Met genade en vrede kun je het leven door.
Want de bedoeling van zegenen is dat het niet bij woorden blijft. De mooie en goede woorden van een zegening dragen een opdracht in zich mee.
De zegen die jij hebt ontvangen mag je doorgeven. Gebruik de goede dingen die jij hebt ontvangen om anderen tot zegen te zijn. Maak van jouw gezegend zijn een levenshouding.

Zoals de Eeuwige het goede over jou uitspreekt, spreek jij zo het goede over anderen uit.
Zoals de Eeuwige genadig en barmhartig voor jou is, wees jij zo voor anderen.
Zoals de Eeuwige hoort naar mensen, laat zo jouw oren de nood van anderen horen.
Laat je voeten je naar de ander brengen. Laat je handen behulpzaam zijn.
Zoals jij gezegend bent, zegen zo een ander.
Wees gezegend, wees een zegen.

Amen

Plaats een reactie