ds. Conny Berbée-Bakhuis (Abbenes): ‘Wat is geluk?’ n.a.v. Mattheüs 5: 1-12

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 29 januari 2020 *

Voorganger: Ds. Conny Berbée-Bakhuis (Abbenes)

Thema: Wat is geluk? n.a.v. Mattheus 5 : 1 – 12

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
In de liturgie van de kerk zitten er maar een paar weken tussen Jezus’ geboorte en zijn eerste verschijning in het openbaar. In werkelijkheid waren het dertig jaar, waarover ons nauwelijks iets bekend is. En toch kun je met een zeker recht zeggen dat die jaren heel belangrijk zijn geweest voor zijn latere leven. Immers, de dingen die Hij later verkondigde, zijn manier van leven, zijn spreken over God en zijn omgaan met mensen, dat alles moet Hij thuis hebben opgedaan; daar moet Hij de mens zijn geworden over wie wij nu nog spreken. Thuis, van zijn ouders, heeft Hij leren vertrouwen op God; en daar ook moet Hij hebben leren houden van mensen. In die jaren is zijn visie gegroeid op de toekomst en de weg daarheen.
Voordat Hij met zijn gedachten naar buiten wilde treden, liet Hij zich dopen door Johannes. En direct daarna scheurde de hemel open, en klonk er een stem: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon; in Jou vind Ik vreugde’. Dat wil zeggen: Jij bent een mens naar mijn hart. Zo’n mens word je niet vanzelf. Zo iemand kun je alleen worden als je in je kinderjaren en in je jeugd ouders en andere lieve mensen om je heen hebt gehad die je voorgingen in vertrouwen op God en in liefde voor mensen, die maken dat je je gelukkig voelt.

Als de kinderen met elkaar hun vriendenboekjes uitwisselen, om daar wat moois in te schrijven of te tekenen, dan is ook steevast één van de vragen: wat wil je later worden? De meeste dames willen natuurlijk prinses worden. Bij de jongens spreekt brandweerman nog altijd tot de verbeelding. En ooit las ik zelfs dat het één jongen een aardig idee leek om konijn te worden. Het was ook z’n lievelingsdier. Nou, we zullen zien… De vaders of moeders, opa’s en oma’s schrijven meestal dat ze graag gezond oud willen worden en ook graag gelukkig willen zijn.

We hebben er vanmiddag al over gelezen en gezongen. Geluk en gelukkig zijn, wat is dat eigenlijk? Is geluk ergens van afhankelijk? Is geluk afhankelijk van Geld? ‘Geld maakt niet gelukkig’ is het gezegde, waar sommigen zachtjes aan toevoegen, ‘maar het is wel makkelijk als je het hebt’. Want je zult altijd maar van het minimum moeten rondkomen, of nooit de financiële ruimte hebben voor iets meer dan de absolute basismiddelen. Tegelijkertijd is geluk ook weer niet te koop.
Is geluk afhankelijk van je werk of je maatschappelijke positie? Het is natuurlijk fijn als het allemaal goed gaat en dat er waardering is voor het werk dat je doet. Aan de andere kant kunnen hoge verwachtingen soms ook als een loden last op je schouders gaan liggen, je kunt er zelfs onder gebukt gaan en je daardoor diep ongelukkig voelen.

Is geluk afhankelijk van je gezondheid? Iedereen is uiteraard blij en dankbaar als zijn of haar gezondheid goed is. Dat is je alles waard. Maar is iemand die ziek is of een handicap heeft, per definitie ongelukkig?
Als we het evangelie mogen geloven dan kunnen juist die mensen zich gelukkig prijzen, die het in onze ogen weinig getroffen hebben in hun leven. De armen van geest, zij die treuren, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. De omgekeerde wereld: mensen die het niet voor de wind gaat, die slachtoffer zijn van een of andere situatie, die zijn de gelukkigen. Wat is dan dat geluk dat juist hen ten deel zou vallen, volgens het evangeliewoord? Of is het niets anders dan een liefdeloos zoethoudertje: nu gaan de bloemen nog dood en gaat de zon nog voor je onder, maar straks… stil maar wacht maar, alles wordt nieuw.

Negen maal klinkt het woordje gelukkig, in de eerste zinnen van de redevoering die Jezus op de berg houdt. We lezen hoe een massa mensen zich om Jezus heen verzamelt. Vol verlangen, hunkerend naar een woord, naar genezing, naar de verheffing uit hun soms bittere ellende.
Toen Jezus de schare zag, ging Hij de berg op. Door de stilte van de bergen op te zoeken wil Jezus zich opnieuw verbinden met de bron van zijn leven. Met de Geest van God, om zichzelf niet te verliezen in de verwachtingen die de mensen van hem hebben. In dat licht mogen we de woorden verstaan die hij daarna aan zijn leerlingen leert. Alsof hij hen wil inwijden in de geheimen van het leven: “Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk”. Zo staat het in de oude vertaling.
De nieuwe vertaling klinkt misschien minder poëtisch maar er staat beter verwoord waar het om gaat: “Gelukkig wie nederig van hart zijn”. Je zou kunnen zeggen, gelukkig zij die niet voortdurend bezig zijn met hun ego, met hun zekerheden, met hun behoefte om alles in eigen hand te houden…. Maar die arm en leeg durven te zijn in hun denken en in hun doen. Die het aandurven om de stilte zonder woorden, het leven zonder antwoorden te ervaren.
Als je vol bent van jezelf, dan kan de Heer je niks geven. Omdat er niks bij kan. Zolang je nog het gevoel hebt dat God het met jou wel getroffen heeft, kan Hij toch geen zegen aan je kwijt? Dan hoor je tot de ‘rijken van geest’, die het woord ‘afhankelijkheid’ niet in hun woordenboek hebben staan. Je kunt ‘rijk van geest’ zijn op verschillende manieren. Je kunt zo knap en geleerd zijn, dat je de dingen van het geloof toch echt te simpel vindt. Je kunt zo populair zijn op school of op je werk, dat je bijna naast je schoenen loopt van trots. Je kunt jezelf ook zo’n goede gelovige vinden dat je je haast verheven voelt bij hen die nog maar net beginnen er iets van te ontdekken.

Ja en dan komt toch ook letterlijke rijkdom wel om de hoek kijken. Wij zijn met z’n allen in onze westerse wereld zó rijk, dat de openheid voor het evangelie er niet bijzonder door bevorderd wordt. Ik bedoel het heel praktisch. We hebben allemaal zó goed te eten, wie voelt zich nou voor z’n avondmaaltijd nog afhankelijk van Gods goede zorg? We hebben verder zulke knappe doktoren, wat kunnen de artsen allemaal niet vandaag de dag? Wie vertrouwt er bij alle medische zorg nou nog bovenal op God?
Dat doen de armen van geest. Dat zijn degenen die ook in dagen van voorspoed weten dat we uiteindelijk alles van Hem moeten verwachten. Die door de middelen heen zien naar de God, die erachter staat. Achter de gaven kijken ze naar de Gever. Zalig de armen van geest.

Ik vond in een bundel van Phil Bosmans een mooie gedachte die ik graag tot besluit met u wil delen:

‘Vandaag nog’
Probeer vandaag gelukkig te zijn.
Vandaag, niet morgen, overmorgen of het volgende jaar!
Wil je een zeker middel kennen om nooit gelukkig te worden?
Blijf dan triest en vol heimwee hangen in de mooie dagen, die voorbij zijn of blijf maar eeuwig wachten op het geluk dat komen moet.
Denk niet te vlug, dat je gelukkig zult zijn, als je getrouwd bent, als je een huis of een auto hebt, als je later veel geld bezit en een goede positie.
Als je vandaag niet gelukkig kunt zijn, geloof maar niet dat er morgen een wonder gebeurt. Dus, houd op met je miseries van gisteren te herkauwen en maak je geen nutteloze zorgen voor morgen.
Je zoekt je geluk te ver, zoals een mens soms z’n bril zoekt, die hij op de neus heeft.
Het ware geluk is niet fantastisch, niet duur en niet veraf. Het geluk is vlakbij, maar je moet het vinden en kunnen waarderen. Geloof me, vandaag bloeien er zoveel kleine vreugden om je hart en rond je huis. Het is de kunst ze te ontdekken en er dankbaar voor te zijn.

Amen

Plaats een reactie