ds. Gert van de Meeberg: ‘De Reisgenoot’ n.a.v. Lucas 24: 13-35

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 26 april 2017  *

Voorganger: ds. Gert van de Meeberg, Halfweg-Zwanenburg

‘De Reisgenoot’ n.a.v. Lucas 24: 13-35 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)

Geliefde aanwezigen, geliefde luisteraars thuis,
We zien het voor ons, twee mensen die onderweg zijn. Het zijn Kleopas en een andere leerling van Jezus. Ze hebben samen vreselijke dagen doorgemaakt. Hun leermeester, hun beste vriend was gestorven. Hoe moet het nu verder? Het leek hen het beste om maar naar huis te gaan, naar Emmaüs, zo’n 12 kilometer verderop. Wat hebben ze nu nog te zoeken in Jeruzalem?
Onderweg praten ze over alles wat er is gebeurd. Enkelen van hen hadden, verscholen tussen de andere toeschouwers, gezien hoe Jezus stierf aan het kruis. Hartverscheurend. En dan die vrouwen, die ’s morgens opgewekt kwamen vertellen dat Jezus leeft. Hoe konden zij dat nou zeggen? Kletspraat vonden ze het. Ze konden niet geloven dat Hij is opgestaan. Nog niet. Wanhoop en verdriet laten het licht van de opstanding niet toe.
Misschien herkent u zichzelf wel in Kleopas en zijn medeleerling, en maakt u op dit moment ook een donkere tijd door. Je maakt je zorgen over je gezondheid of je weet niet hoe het verder zal gaan met je geliefde, die ziek is. Of je hebt veel verdriet omdat je nog kortgeleden zelf bij een graf stond, en besef je hoeveel je diegene mist. Of de dingen die in de wereld om ons heen gebeuren, hebben een grote impact. Onvoorstelbaar, want mensen elkaar soms aandoen. Dan verhinderen de tranen in je ogen om vol vreugde het wonder van Pasen te geloven.
Zo zien we deze twee leerlingen van Jezus met een zwaar gemoed naar huis gaan. Steeds opnieuw vertellen ze de gebeurtenissen van de afgelopen dagen aan elkaar. Zo gaat dat meestal, als je iets ingrijpends hebt meegemaakt. Dan blijf je dat verhaal vertellen. Maar dan heb je wel iemand nodig die naar jou wil luisteren. Deze twee reisgenoten laten ons zien hoe belangrijk het is om elkaar een luisterend oor te bieden.
Samen zijn zij onderweg, net zoals wij met elkaar onderweg zijn door het leven. Samen praten, naar elkaar luisteren en zo een reisgenoot voor de ander zijn, dat is zo belangrijk. Met wie loop jij mee om te luisteren, te praten of stil te zijn? Wilt u een reisgenoot voor een ander zijn? Of heb je juist zelf zo iemand nodig? Trouwens, met elkaar praten en naar elkaar luisteren verandert je situatie niet. Maar juist omdat je bij de ander terecht kan en je weet dat je verhaal gehoord en begrepen wordt, kun je de narigheid wel beter aan.
Zo is dat ook tussen die twee vrienden gegaan. Ze vinden steun bij elkaar. Dan komt Jezus naast hen lopen. Maar op dat moment zien ze nog niet dat Hij het is. Lucas vertelt ons ‘dat hun blik werd vertroebeld’, of in andere woorden ‘ze hadden een waas voor de ogen’. Hun ogen zijn moe van het huilen. Het belemmert hun zicht op de opgestane Heer. Hij vraagt hen waar ze toch zo druk over in gesprek zijn.

Ze blijven staan en met somber gezicht vragen ze: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ De twee reisgenoten vinden het onvoorstelbaar dat deze derde reisgenoot niet weet wat voor vreselijks zich heeft afgespeeld. Ze delen hun verdriet en ontzetting met Jezus, die voor hen op dat moment nog een onbekende is. Gaandeweg hun tocht naar huis maakt Jezus, stap voor stap, duidelijk waarom het zo met Hem moest gaan zoals het gegaan is. Dat Gods genade oneindig groot is, dankzij en ondanks Zijn dood aan het kruis. ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ zeggen ze later tegen elkaar.
Maar hun ogen worden pas ècht geopend als Jezus het brood neemt, het zegengebed uitspreekt, het breekt en het met hen deelt. Dan verdwijnt de waas van tranen uit hun ogen en zien ze dat het Jezus is, die al die tijd als Reisgenoot bij hen was. En ze kijken hun ogen uit: Jezus leeft! Wat een geweldig nieuws. De opstanding van Jezus maakt dat zij zelf opstaan; zonder de tafel af te ruimen, zo stel ik me dat voor, gaan ze direct terug naar Jeruzalem.
Buiten adem komen ze twee uur later weer bij de andere leerlingen. ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt!’ roepen ze elkaar toe. Wat een blijdschap moet er geweest zijn bij de leerlingen van Jezus. Het is ècht waar, Gods liefde kent geen grenzen. Zijn Licht is sterker dan de duisternis, Zijn liefde is sterker dan haat!
En wij? Is er bij u, jou en mij plaats voor dit goede, dit overweldigende nieuws? Ook bij ons kan een waas van tranen verhinderen om te geloven dat Jezus is opgestaan en dat Hij ook onze Reisgenoot wil zijn. Weet dat we in onze twijfel niet alleen staan. De Bijbel vertelt ons eerlijk dat zelfs zijn eigen leerlingen ook eerst niet konden geloven dat Jezus als de levende Heer nabij is.
Maar zodra ze Hem herkennen als hun Reisgenoot, keren ze opgewekt terug naar Jeruzalem om te vertellen dat Hij leeft. Zo raakten alle leerlingen van Jezus tòch overtuigd van de waarheid van dit alles en zijn zij het evangelie gaan vertellen. Gelukkig maar. Want daarom klinkt die goede boodschap vandaag nog steeds.
Geliefde aanwezigen en luisteraars thuis, nu is het aan ons om vanuit die vreugde van het Paasevangelie, elkaars reisgenoten te zijn. Praat met elkaar over wat je bezig houdt, wees een luisterend oor, of wees gewoon samen stil. Laat zo je licht voor elkaar schijnen, en weet: wie je ook bent, wat je ook meemaakt, Jezus is ook uw en jouw en mijn Reisgenoot. In alle seizoenen van ons leven.
Amen