ds. Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep): “Volg mij”, n.a.v. Matteüs 4: 18-22 en 9: 9-13 (NBV)

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst, 15 januari 2020 *

ds. Gert van de Meeberg (Nieuw-Vennep)

Volg mij“, n.a.v. Matteüs 4: 18-22 en 9: 9-13 (NBV)

Bijbellezing:

Matteüs 4: 18-22 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)
18 Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden hem. 21 Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden hem.

Matteüs 9: 9-13 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)
9 Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 10 Toen hij thuis aanlag voor de maal­tijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11 De farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12 Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13 Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Meditatie, thema: ‘Volg mij

Geliefde aanwezigen en luisteraars thuis,
Stel dat Jezus vandaag aan onze kerkdeur zou aankloppen: ‘Kom, dan gaan we heel Amsterdam door. Overal vertellen we het goede nieuws dat God van ons houdt. Volg mij!’ Wie van ons zou meteen met Jezus meegaan? ‘Ja, dat wil ik wel, maar ik moet eerst dit nog doen, en daarna dat, en dan, ja dán heb ik denk ik wel tijd om mee te gaan.’ Ik hoor het mezelf zeggen.

Toch worden u en jij en ik gevraagd om Hem te volgen. Want Hij heeft ons nodig om de liefde van God, Zijn Vader, en Zijn koninkrijk zichtbaar te maken. Niet morgen, maar vandaag.

Hoe het destijds ging, hoe Jezus zijn leerlingen riep, lazen we vanmiddag. Jezus houdt geen lange verhalen. Het enige wat Hij tegen de vissers Simon en Andreas zegt, is: Kom, volg mij! Ik zal jullie vissers van mensen maken . En kijk, ze laten zomaar hun netten achter om met Jezus mee te gaan! Hoe kan dat, vroeg ik me af?
Je moet weten dat het in die tijd niet ongebruikelijk was om als jonge man een tijdje leerling te worden bij een leermeester, een rabbi. Ook weten we uit een andere bron dat Simon en Andreas eerst leerlingen van Johannes de Doper zijn geweest.

Maar dan nog: het blijft een radicale keuze om met Jezus mee te gaan. Vooral als je bedenkt hoeveel zij achter moesten laten. Dat zien we bij de broers Jakobus en Johannes, zij laten hun vader achter om met Jezus mee te gaan. Dat is nogal wat.
En voor ons? Is geloven – en dus Jezus volgen – voor ons gewoon iets wat we erbij doen, als we tijd hebben, of hebben we er ook écht wat voor over? Ik weet het wel, vandaag komt Jezus niet letterlijk voorbij. Hij komt niet aan de deur van onze kerk om te vragen of we met Hem mee willen gaan.
Maar Hij komt wel aan de deur van je hart en zegt: ‘Volg mij.’ Wat is dan jouw antwoord daarop? Ben je bereid om Gods goede boodschap, het evangelie van Zijn liefde voor alle mensen, in je dagelijks leven zichtbaar te maken?

Nou, als je het zo bekijkt… dat is nogal wat… Ja, inderdaad; dat voelt groot, wat Jezus van die leerlingen – en dus óók van ons – vraagt. Maar aan de andere kant: het zijn maar eenvoudige vissers die gevraagd worden. En ze hoeven niet eerst een moeilijk tentamen te doen om Zijn leerling te worden. In al hun eenvoud en gewoon wie ze zijn, zonder eerst iets te moeten bewijzen, horen ze erbij. Dat vind ik heel mooi, vooral als je het zet naast onze prestatiemaa­tschappij.

Wij moeten van alles doen en van alles bewijzen om erbij te horen in deze wereld. Soms doen we ons anders voor dan we zijn, bang om afgewezen te worden. Of misschien vinden we dat anderen het veel beter doen of zijn we bang om fouten te maken. Jezus vraagt daar allemaal niet naar. Het enige wat Hij zegt is: ‘Volg mij!’
Wat een verademing is dat. Hij wil ieder van ons, hoe anderen ook over ons denken of hoe we ook over onszelf denken, inzetten voor de verkondiging van het evangelie, Gods goede boodschap van liefde, voor alle mensen. Jij mag bij Hem horen, gewoon zoals je bent.

Dat laat ook het verhaal van de tollenaar Matteüs zien. Er werd niet mis gedacht over tollenaars. Ze stonden te boek als wetteloos en zondig. Veel mensen keken dan ook op ‘die Matteüs’ neer. Jezus doet daar niet aan mee, integendeel. Als Hij langs het huis van Matteüs komt en op zijn deur klopt, zegt Hij slechts twee woorden: ‘Volg mij.’
Moet je nagaan. Uitgerekend een tollenaar, een medewerker van de belastingdienst van de zo gehate Romeinse overheid, hoort er óók bij. En ook hier lezen we verder niets over een gesprek tussen Jezus en de tollenaar. Matteüs staat op en volgt Hem. En dát hij er écht bij hoort, laat de volgende scène zien.

We zien Jezus samen met andere leerlingen met Matteüs, Zijn nieuwe leerling, aan tafel zitten. Daarbij heeft Matteüs ook nog eens zijn oude vrienden, tollenaars en andere zondaars, uitgenodigd. Je moet weten dat in die tijd samen eten betekende dat je solidair bent met diegene met wie je aan tafel zit. Dat Jezus dus met hén aan tafel zit, roept niet voor niets deze vraag op: ‘Waarom eet en drinkt Jezus met de tollenaars en de zondaars?’

En eigenlijk, als ik eerlijk ben, denk ik ook: Waarom doet Jezus dat? Wat wil Hij hiermee zeg­gen? Wat wil Hij ons duidelijk maken? Hij geeft zelf het antwoord, met een spreekwoord uit die tijd: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel’. Hij voegt daar nog aan toe: ‘Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ Oh? Is Hij dus alleen gekomen voor zondaars?
Het evangelie is blijkbaar niet bestemd voor fatsoenlijke mensen. Geldt het dan wel voor ons, als Jezus zegt ‘Volg mij’? Ik hoor toch niet tot die groep zondaars, zoals deze hier beschreven wordt? Wij zijn toch niet zoals die tollenaar Matteüs? Maar wees eens eerlijk, als je naar je eigen leven kijken, dan is het wel zo fair om toe te geven dat je soms ook verkeerde dingen doet of verkeerde keuzes maakt, waarmee je anderen of jezelf beschadigt. En als jij iemand bent die altijd alles goed doet, dan wil ik je na de dienst graag ontmoeten, want dat zou heel bijzonder zijn.
We hebben allemaal momenten waarop we nalaten om God en de ander lief te hebben. Dat is zonde. Maar besef je ook hoe onvoorstelbaar het is dat God je vergeeft, dat je altijd opnieuw mag beginnen. Jezus wijst niet met een beschuldigende vinger naar Matteüs wijst. Nee, Hij zegt alleen, zonder hem te veroordelen: ‘Volg mij ’.

Dat is alles, en dat is voldoende: vanaf dat moment verandert het leven van de tollenaar Matteüs radicaal. Zelfs zó, dat hij later – volgens de traditie – één van de evangelieschrijvers is geworden. Want als je Jezus gaat volgen, dan bèn je bereid om het verkeerde in je leven achter je te laten. En dan mág je, door zijn liefde en genade, opnieuw beginnen.

Geliefde aanwezigen, Jezus vraagt ook vandaag, aan u en jou en mij, om Hem te volgen. Ieder op zijn eigen manier, ieder met zijn eigen goede en minder goede kanten, ieder met zijn eigen plussen en minnen. Gewoon, zoals je bent. En als je besluit om net als Simon, Andreas, Jakobus, Johannes en Matteüs Hem te volgen, dan betekent dat niet dat je meteen een ge­weldige christen wordt, want die bestaan niet.

Eenvoudige vissers mogen bij Hem horen, tollenaars en andere zondaren mogen bij Hem horen; iedereen die bereid is ‘Ja’ te zeggen op zijn vraag ‘Volg mij’, is welkom. Want Hij houdt van ons allemaal, niemand uitgezonderd. Dát is Gods goede nieuws, het evangelie voor iedereen. Ook voor jou.
Amen.

Plaats een reactie