ds. Gert van de Meeberg: ‘Wie is jouw herder?’ n.a.v. Psalm 23

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 17 februari 2016  *

Voorganger: ds. Gert van de Meeberg (Protestantse gemeente te Halfweg-Zwanenburg)

‘Wie is jouw herder?’ n.a.v. Psalm 23 (Nieuwe Bijbelvertaling 2004)

Geliefde aanwezigen, geliefde luisteraars thuis,
Psalm 23 is overbekend, het is een Psalm die eigenlijk iedereen wel kent. Valt er dan nog wel iets over te zeggen? Of is het al zo vaak gelezen, hebben we er al zo vaak over gezongen, dat er niet veel meer in te ontdekken valt?

Eigenlijk lijkt deze Psalm op een oude munt, die al zo vaak gebruikt is dat deze versleten raakt. Toch houdt deze Bijbeltekst zijn waarde, net zoals een munt waarde houdt. Maar, hoe kunnen we het oppoetsen, zodat het opnieuw gaat glanzen voor ons? Dat zal ik proberen door samen met u nauwkeurig te gaan kijken naar het eerste vers. Ja, echt, zelfs over dat ene vers is nog veel te vertellen!

De HEER is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

Wacht even. Voor ik verder ga. Als ik bedenk hoeveel eeuwen er verstreken zijn tussen het opschrijven toen, en het lezen nu, kan ik dan begrijpen wat David wil zeggen? Natuurlijk is het moeilijk om erachter te komen wat voor gedachten hij had toen hij die woorden opschreef.

Ik waag een poging, door te beginnen met deze vraag: Wie is jouw herder? David zou in mijn beleving meteen geantwoord hebben met: De HÉÉR is mijn herder!

Hoort u dat dán die bekende woorden anders klinken, als je het als een antwoord op de vraag ‘wie is jouw herder’ ziet? Zo bekeken komt de nadruk te liggen op uw, jouw en mijn keuze welke herder we volgen. Zeggen wij het David na: ‘De HÉÉR is mijn herder.’ Want, als we eerlijk naar onszelf kijken, wie is dan onze herder?

En dan bedoel ik dus niet dat beeld van die herder die liefelijk voor zijn schaapjes zorgt. Het herderschap was geen lief beroep. Als herder moest je een grote kudde leiden, beschermen tegen gevaren, ze brengen naar een veilige weide waar gegeten en gedronken kon worden.

Bovendien werd in die tijd de naam herder ook gegeven aan leiders van het volk, zoals koningen en gezagvoerders. Het was hun taak om het volk als een herder te leiden, hun eigen belangen en verlangens daaraan ondergeschikt te maken.
Als je het zo bekijkt, dan is dat nogal wat als David, die machtige koning, niet zichzelf bovenaan zet, maar de HEER zijn herder noemt. Daarmee erkent hij dat God de hoogste is, en niet hij. Met dat korte zinnetje ‘de HEER is mijn herder’, zegt David, die herder en koning was: ‘Niemand of niets anders volg ik dan de HEER alleen.’

Ja, zegt u, dat klinkt prachtig, maar we weten allemaal dat David ook wel eens van het rechte pad afweek. Inderdaad, dat deed hij. Zoals elk mens fouten maakt, zoals iedereen het soms moeilijk vindt om de verleidingen van andere herders te weerstaan.

Lukt het u, lukt het ons, om altijd de HEER alleen als enige herder te volgen? Kunnen wij altijd volmondig, zonder schroom zeggen: ‘de HEER is mijn herder, alleen Hem volg ik’? Want er zijn genoeg andere herders die we kunnen volgen. Een paar voorbeelden.

Één van die herders zegt bijvoorbeeld: ‘Als het maar goed voelt, dan is het goed’. Veel schapen volgen hem, ze vinden dat een wijze les. Maar je kunt toch niet altijd alleen op je gevoel afgaan? We hebben toch ook verstand gekregen?

Een populaire herder biedt allerlei wijsheden aan. ‘Als je dat toonaangevende boek leest en die cursus volgt, dan weet je precies hoe je gelukkig wordt’. Veel schapen volgen hem en vinden dat er best wel iets in zit. Maar helpen al die zogenoemde wijsheden écht als het erom spant?

De media is een herder die veel invloed heeft. ‘Als je gelooft wat er in de krant staat en wat op tv gezegd wordt, dan ben je helemaal van deze tijd’. Veel schapen volgen hem. Maar waar blijft onze kritische blik, als we alles maar voor waar aan nemen?

Hebzucht kan ook een herder voor ons zijn. ‘Je hebt nooit genoeg geld, genoeg spullen, genoeg rijkdom en aanzien, het kan altijd meer!’ Veel schapen volgen hem. Maar wordt het leven echt mooier en beter, door van alles meer te hebben?

En zo zijn er nog veel meer herders te noemen die we kunnen volgen. Mensen zijn kuddedieren, dus voor je het weet loop je mee in de massa en volg je een vreemde herder, omdat dat nu eenmaal de trend is. Daarom is het goed en heilzaam om telkens weer deze vraag te stellen: ‘Wie is jouw herder?’ en dan te antwoorden: ‘De HÉÉR is mijn herder.’

Wat zou de wereld prachtig worden, onvoorstelbaar mooi, als we allemaal die ene, goede herder, zouden volgen. Er zou geen onrecht meer zijn, geen haat en nijd, geen oorlog en terreur, geen ik-gerichtheid. Wat zou de wereld dán mooi zijn, precies zoals het vervolg van vers 1 zegt: ‘… het ontbreekt mij aan niets’.

Want, als je God als je herder erkent, als je Hem de eer geeft en Hem het belangrijkste vindt, dan ontbreekt het je aan niets, omdat Hij er altijd voor je is, in goede en slechte dagen, in grazige weiden en in donkere dalen. Zijn Naam HEER betekent immers ‘Ik zal er zijn’. Altijd is Hij er bij, daar mag je op vertrouwen.

Toch lees ik nóg meer in die woorden ‘het ontbreekt mij aan niets’. Want, als je naar het Hebreeuws kijkt, dan zou je het ook zo kunnen vertalen: De HEER is mijn herder, ik kom niet te kort. ‘Ik kom niet te kort’ betekent vooral, dat er voldoende is. Geen overdaad dus, geen overvloed, zoals dat wel doorklinkt in ‘het ontbreekt mij aan niets’ en ‘’k heb al wat mij lust’.
Net zoals er destijds voor het volk Israël bij hun tocht door de woestijn voldoende manna was – men mocht en kon het niet bewaren, want dan bedierf het – zo wordt dat ook hier bedoeld. Dus als ik God de HEER als mijn herder volg, kom ik niet te kort.

En juist omdat ik bij God ervaar niet te kort te komen, mag – of beter moet – ik bereid zijn om anderen ook niet te kort te doen. Want dan volg je deze herder, de HEER, pas goed. Jezus is ons daarin tot voorbeeld geweest. In Psalm 23 wordt God de HEER de herder genoemd, in het Nieuwe Testament wordt Jezus de goede herder genoemd.

Hij wil ons leiden, Hij wijst ons de goede weg, Hij leert ons om niet onze ogen te sluiten voor onrecht en verdriet. Hij roept op tot actie, tot compassie, tot gebed voor hen die dat zo hard nodig hebben. En in dat herderschap ging Jezus ver, zelfs tot het uiterste. Hij was bereid om zijn leven te geven voor ons, zijn schapen. Daardoor komen we niet tekort, ook al schieten we tekort.

Laten we die Herder volgen, door mensen te zijn,
met ogen die niet alleen kijken, maar ook kunnen aanzien;
met oren die niet alleen horen, maar ook kunnen luisteren;
met een mond die niet alleen praat, maar ook kan spreken;
met een verstand dat niet alleen begrijpt, maar ook kan verstaan;
met een hart dat niet alleen klopt, maar ook bewogen kan zijn;
met handen die niet alleen grijpen, maar zich ook kunnen openen;
met voeten die niet alleen voorbij rennen, maar ook tegemoet kunnen komen,
want zo zijn wij gezegend en elkaar tot zegen.

Amen.

Reactie ( 1 )

  1. Beantwoorden
    Pietermannen says:

    Inderdaad, Psalm 23, De Heer is mijn HERDER.
    Al veel over geschreven, en toch is het weer mogelijk, het vanuit een ander gezichtspunt, te belichten.

Plaats een reactie