ds. Jan Offringa: ‘Ik ben met jullie’ n.a.v. Matteüs 28: 16-20

*  Alle-Dag-Kerk, 27 mei 2015  *

Voorganger: ds. Jan Offringa

‘Ik ben met jullie’ n.a.v. Matteüs 28: 16-20

Een jaar of tien geleden waren we als gezin een paar dagen in het Duitse Trier. Een mooie, oude stad met een rijk Romeins verleden. Trier heeft niet alleen een indrukwekkende Dom, maar ook een oud keizerlijk paleis. Een enorm hoge zaal die je klein maakt als je binnenkomt. Dat is precies de bedoeling van zo’n Romeinse keizer. Hij wil zijn bezoek meteen imponeren. Jij als nietig mensje moet het niet in je hoofd halen je stem te verheffen tegen zo’n machtige heerser. Zo kan architectuur op je inwerken. In dat monumentale gebouw huist nu een sober ingerichte Lutherse kerk. Weinig kleur, weinig kunst. Dat klinkt nogal saai, maar het heeft ook iets moois. Want al kan ik genieten van een kerk vol dingen die je zinnen prikkelen ‒ ook een lege kerk kan iets met me doen. Daar word je niet afgeleid door wat van buitenaf de aandacht trekt, maar meer terug geworpen op jezelf. Op je eigen gedachten en herinneringen. Op je innerlijke gesprek ook, dat voortgaande gesprek met God en met jezelf. Misschien verraadt dat wel mijn protestantse inborst: kunnen genieten van de leegte van een kerk.

Toch is die kerk in Trier niet helemaal leeg. Er staat een bijzonder fraaie kaarsenstandaard. Smeedijzeren hoepels, in de breedte en in de hoogte, vormen samen een wereldbol. En op die hoepels kun je een kaarsje plaatsen, om iemand te gedenken die je lief is. Zo ontstaan op die wereldbol een paar prachtige cirkels van licht. Wat verder bijzonder is: er staat met de rondingen mee een bijbeltekst boven, eveneens uit ijzer gesmeed. U voelt het al aankomen, het zijn de afscheidswoorden van Jezus uit Matteüs 28: ‘Zie, Ik ben met jullie alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld’.

Al met al een indrukwekkend geheel, overtuigend in zijn eenvoud: die wereldbol, de kaarsjes en dat bijbelcitaat. De symboliek en de woorden sluiten naadloos bij elkaar aan. De wereld staat in het licht van Christus en zijn belofte: tot het laatst toe zal Hij bij ons zijn. Dat zijn hoopvolle woorden. Ook omdat Jezus hier niet spreekt over de ondergang, maar over de voleinding, de voltooiing van deze wereld. Dat kan ons aanspreken, in een tijd dat menigeen hier vraagtekens bij zet. Want gaan we het wel redden op deze aarde, nu telkens weer grof geweld oplaait en mensen op drift raken? Gaan we het redden, nu blijkt dat het klimaat echt fors aan het veranderen is en het water snel stijgt. Toevallig zag ik dit weekend een science fiction-film – niet mijn favoriete genre ‒ die daarop inspeelt. Ruimtevaarders gaan elders in het heelal op zoek naar een leefbare planeet, omdat het hier op aarde een aflopende zaak is. En in een TV-gesprek hoorde ik een politica van de Christen Unie iets zeggen in de trant van: laat Jezus maar snel terugkomen, want we gaan het zo niet redden.

Te midden van zulke pessimistische uitingen klinkt het slot van Matteüs als een verademing. Deze wereld heeft toekomst, God zelf blijft haar trouw en zal haar voltooien. De machten van het kwaad zijn wel sterk, maar zullen niet overwinnen. Want de ware macht, zo horen we in Matteüs 28, is aan Christus gegeven. Anders dan bij een keizer is zijn macht niet gebouwd op dwang en geweld maar enkel op liefde, op goedheid en genade, op barmhartigheid en gerechtigheid. Met deze liefdeskracht zal Hij uiteindelijk alle weerstand ondermijnen en overwinnen. Daarover schrijft Paulus ook in I Korintiërs 15: als Christus alle vijanden heeft onderworpen, dan zal God alles in allen zijn. Dan doortrekt zijn Geest alle mensen en dingen, dan is alle leed geleden en ziet deze wereld haar voltooiing tegemoet.

Eigenlijk gaat het in deze slotwoorden dus om een dubbele belofte, niet alleen voor de toekomst ‒ de voltooiing ‒ maar ook voor het heden. Want daar begint het mee, met de toezegging van zijn nabijheid: ‘Zie, Ik ben met jullie’. In ons broze, onzekere bestaan zal de levende Heer er zijn, om ons te steunen en te dragen. Hij voedt en vult ons met de gloed van zijn nabijheid. Die belofte doet denken aan Mozes’ ontmoeting bij de brandende braamstruik. Als een wankele Mozes opziet tegen zijn taak om zijn volk weg te leiden uit Egypte, belooft God hem zijn gloedvolle nabijheid. Mozes hoort die wonderlijke naam: ‘Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn voor jou’. Die heeft iets ongrijpbaars, zo van: hoe Ik er ben, dat zul je wel merken, dat krijg je niet op papier of in beeld. Maar durf erop te vertrouwen, dat God je niet loslaat. Dat Hij er op geheel eigen wijze zal zijn, om je heen of diep van binnen. In die lijn belooft Christus zijn volgelingen dat Hij hen nabij zal zijn.

Deze dingen komen samen in een tekst van Alfred Bronswijk, getiteld ‘Belofte’. Daarmee sluit ik af:

In de diepte van je gevoelens
In de hoogte van je gedachten
In het zilver van je spreken
In het goud van je zwijgen
Leg Ik, de Heer, mijn belofte:
Ik ben die Ik ben

In het verlangen van je dromen,
In je angst voor de werkelijkheid
In de veelheid van je talenten
In de beperking van je mogelijkheden
Leg Ik, de Heer, mijn belofte:
Ik ben die Ik ben

In de schaduw van je verleden
In het onzekere van je toekomst
In de last van je onmacht
In de zegen van je daden
Leg Ik, de Heer, mijn belofte:
Ik ben die Ik ben, voor jou – al jouw dagen.

Ik zou daar aan willen toevoegen: tot aan de voltooiing van deze wereld.

Amen

Plaats een reactie