ds. Jan Offringa: ‘De geliefde leerling’, n.a.v. Johannes 13: 21-26

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 15 februari 2017  *

Voorganger: ds Jan Offringa, Kesteren
De geliefde leerling, n.a.v. Johannes 13: 21-26

Onze lezing uit Johannes 13 komt uit bij Judas, maar vandaag wil ik het over die andere hoofdrolspeler hebben: de geliefde leerling van Jezus. De discipel die aan zijn boezem ligt, het hoofd bij zijn hart, en die tijdens de maaltijd ‒ in een kort onderonsje ‒ te horen krijgt wie Jezus zal verraden. Dit is de eerste keer dat hij opduikt. Wie is deze geliefde leerling?

Vanouds is gezegd: dat moet Johannes zijn, waarschijnlijk de jongste van de twaalf. Hij zou als geliefde leerling ook de schrijver van dit vierde evangelie zijn. Maar dat weten we niet zeker, want geen van de vier evangeliën is ondertekend. Misschien bent u daarvan op de hoogte, misschien ook niet. Maar de namen van Matteüs tot en met Johannes zijn er later door anderen aan toegekend, op basis van vermoedens en oude tradities. Je kunt er dus ook een vraagteken bij plaatsen. Want Johannes was een visser uit Galilea, en kon volgens het boek Handelingen lezen noch schrijven. Was hij wel in staat dit evangelie op te stellen, of het anders misschien te dicteren aan anderen? Wie zal het zeggen? Wat ook meespeelt: van deze geliefde leerling wordt verderop, in het lijdensverhaal, verteld dat hij goed thuis is in Jeruzalem. Ja, hij zou een kennis van de hogepriester zijn en gewoon diens paleis binnengaan, als Jezus daar wordt verhoord. Blijkbaar geniet hij enig aanzien in de stad. Maar hoe laat zich dat rijmen met een eenvoudige, ongeletterde visser uit Galilea? Hoe komt die aan zulke connecties in de hogere kringen van Jeruzalem?

Deze geliefde leerling heeft dus iets raadselachtigs. Was het Johannes of iemand anders? Laten we er een kleine speurtocht van maken, naar deze Mystery Guest in het vierde evangelie. Wie zijn andere kandidaten voor deze rol? Wat mij betreft komen er twee in beeld. De eerste is Lazarus, de broer van Maria en Martha. Hij wordt echt een vriend van Jezus genoemd. Jezus houdt van hem en huilt als Hij bij zijn graf staat. Maar ook wordt in Johannes 11 verteld dat Jezus hem opwekt uit de dood. Of je dat nu letterlijk of figuurlijk neemt ‒ was Lazarus lichamelijk of geestelijk dood? ‒ er is ongetwijfeld door toedoen van Jezus iets ingrijpends in zijn leven veranderd. Is hij vanaf dat moment Jezus gaan volgen, en is hij dan die geliefde leerling? Dan wordt duidelijk waarom we pas in Johannes 13 voor het eerst iets horen over deze geliefde leerling. Dan heeft dat alles te maken met wat net daarvoor, in Johannes 11, is verteld over de opwekking van Lazarus. En wat daar mooi bijpast: we weten dat Lazarus en zijn zusters dichtbij Jeruzalem wonen, in het dorpje Bethanië, op de helling van de Olijfberg. Misschien dat ze vandaar connecties, misschien wel familiebanden, hebben met de hogepriester. Die kans is groter dan in het geval van een visser uit Galilea.

Toch is dat laatste een zwakke schakel. Kon iemand als Lazarus, die waarschijnlijk niet rijk of belangrijk was, zomaar het huis van de hogepriester binnenlopen? Ontbrak het hem niet aan gezag of status? Als je daarop let, komt nog iemand anders in aanmerking. Zou het misschien Josef van Arimathea zijn? Van hem wordt gezegd dat hij in het geheim een leerling van Jezus is, maar dit niet in zijn omgeving – het vijandige Jeruzalem ‒ kan vertellen. Het is deze Josef die Pilatus om het gekruisigde lichaam van Jezus vraagt, om het te kunnen begraven. Hij heeft dus echt connecties in hogere kringen. En hij krijgt toestemming, hij legt Jezus in een graf waarvan hij weet dat het leeg is. Josef zou dan een jonge man uit een rijk, aristocratisch geslacht zijn, die zich vrijuit in Jeruzalem beweegt, terwijl hij in het geheim bij Jezus hoort. Zou hij de geliefde leerling zijn die ‒ na Maria Magdalena ‒ als eerste man bij het open graf aankomt? Als het inderdaad om Josef van Arimathea gaat, dan wist hij de weg. Hij had Jezus daar immers zelf begraven.

Twee goede opties, naast die van Johannes. Lag Lazarus, lag Josef van Arimathea met Jezus aan tafel, het hoofd op zijn borst, bij het hart van zijn Heer? Het zou kunnen. Maar er is nog een andere optie, een enigszins gewaagde die toch geen slechte papieren heeft. Hij wordt door meerdere kenners van Johannes gedeeld. Stel dat die geliefde leerling nooit bestaan heeft? Want Matteüs, Marcus en Lucas kennen hem niet, alleen bij Johannes komt hij voor. Stel dat hij een literaire creatie is, door iemand in het leven geroepen zoals romanschrijvers dat doen? Misschien om dit evangelie wat extra gezag en gewicht te geven ‒ het zou het verslag van een geheimzinnige ooggetuige zijn! Of misschien wel om het belang van Petrus te relativeren. Want volgens anderen was Petrus de belangrijkste leerling , de leider van de twaalf die het dichtst bij Jezus stond. Volgens dit vierde evangelie niet. Petrus staat minder op de voorgrond. Dat proef je ook in het fragment dat we lazen. Petrus ligt te ver van Jezus verwijderd om naar het verraad te vragen. Een ander kan dat wel: de geliefde leerling die aan de boezem van Jezus ligt.

Bestond hij echt, of is hij een literaire creatie? Die laatste optie lijkt verwarrend, maar heeft ook iets moois. Want zegt de schrijver daarmee niet: die geliefde leerling, beste lezer, die kun jij worden! Dan is dit een uitnodiging aan ons om zelf in die rol van geliefde leerling te stappen. Om zelf aan de boezem van Jezus te komen liggen, om te luisteren naar zijn hart, en hem te gaan volgen in woord en daad. Zoals Jezus als geliefde zoon aan de boezem van de Vader ligt, zo mogen wij als geliefde leerlingen aan zijn boezem liggen. Om te voelen waar zijn hart klopt, om Jezus’ hartstocht voor gerechtigheid te delen, om te ontdekken hoe je in liefde samenleeft en met elkaar vrede vindt in deze wereld. In die hartstocht van God laat Jezus ons laat delen. Met de vraag hem te volgen, op de weg van de liefde, naar het rijk van de vrede!

Amen