ds. Jan Oortgiesen: ‘Gezegend ben je!’ n.a.v. Numeri 6: 22-27

*  Alle-Dag-Kerk, 28 december 2016  *

Voorganger: ds. Jan Oortgiesen, Ede

‘Gezegend ben je!’
n.a.v. Numeri 6, 22-27

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, zusters en broeders,

Het was nog maar net Kerst en over een paar dagen is het Oud en Nieuw. Dat brengt kerk en wereld samen. Onze voorvader en reformator Maarten Luther is misschien wel de enige die die beide gedenkwaardige dagen in kerk en wereld in één lied samen-brengt. In zijn bekende kinderlied dat hij schreef voor zijn eigen gezin: ‘Ik ben een engel van de Heer’. In het laatste vers komen kerst en oud en nieuw samen: ‘Ere zij God. Hij zendt zijn Zoon. De engelen zingen wonderschoon. Zo wensen zij ons allen saam een goed nieuwjaar in Jezus’ Naam’. Tot zover Luther in dit Lutherjaar!

Veel heil en zegen, zeiden we vroeger tegen elkaar bij het nieuwjaarwensen. Heil en zegen, daar kun je naar hunkeren, in onze hectische en kapotte wereld: Berlijn en Aleppo. Heil en zegen, daar kun je naar hunkeren in ons eigen soms zo bewogen leven. Zo kwam ik op de gedachte om vandaag ons oor te luister te leggen bij die bekende zegen uit Numeri 6.
De zegen op dit drempelmoment. Er zijn mensen die alleen maar daarvoor naar de kerk gaan. En soms is dat trouwens maar gelukkig en goed ook….. Want als al het andere tegenvalt dan ontvang je die nog in ieder geval…..

Zegen, wat is dat eigenlijk? Voorspoed, geluk, vruchtbaarheid van land en mens, kinderen/nageslacht? Soms lijkt het daar in de bijbel wel op.
Maar welvaart en zegen is niet synoniem, is niet hetzelfde. Zegen is meer. Iemand zei ooit: zegenen is stellen onder de bestraling van de liefde. Het is je afhankelijk weten van Gods toewending tot ons, zijn genegenheid …. Het is als het ware een goddelijke omhelzing. Het is het beste met iemand voor hebben. Een arm om je heen. Een hand boven je hoofd. De ander al het goede van de wereld gunnen. Voor een ander zo goed als God willen zijn. Het geeft ruimte en nieuw perspectief.

Laten we eens even luisteren naar Numeri 6, de woorden van de hogepriesterlijke zegen. Het is een prachtig stukje Hebreeuwse poëzie van een uitzonderlijke schoonheid. Het zijn behalve 3 keer de Godsnaam maar 12 woorden in het Hebreeuws – naar de 12 stammen in Israël – , drie hele korte zinnen of spreuken, die steeds een paar woorden langer worden. Liturgische kunst van de hoogste orde. Joodse rabbijnen zeggen dat het ritme van deze zegen lijkt op het kloppen van het hart. Beracha, benedicere, eulogie: goed over iemand spreken, iets leuks over iemand zeggen, zo dat tie er van opknapt, roemen, lofprijzen….Het is eigenlijk iemand tot ontplooiing brengen. Tot de ware bestemming, op nieuwe gedachten en wegen. Prijzen en loven zijn synoniemen voor zegenen. Het is vaarwel zeggen. Het laatste woord is vrede, sjaloom. Dat is de ontknoping, de climax, de culminatie, daar barst het in uit. Het heeft dus ook iets met de politiek te maken, met het goede, het welzijn zoeken voor de wereld waarin men leeft. Niemand en niets uitgesloten!

Zegenen is dus goede woorden spreken. Elkaar oprichten. Overeind helpen dus. Opdat mensen verder kunnen. Het is meer dan een gebed of een vrome wens. Het is een heilzame kracht ten goede, een verkondiging op zichzelf, een zekere belofte. Zegenen is zo tegen iemand praten dat je het beste in hem of haar naar boven haalt, iemand groot maken in plaats van kleineren, vervloeken, neerhalen en afbreken. ‘Niet doen’(schreef hoogleraar ethicus Gerrit de Kruijf vlak voor zijn overlijden) ‘een gezegend mens telt voor twee. …. Zegenen, dat is jouw roeping in het leven.’

De inhoud van deze 3 korte regels uit Numeri, waar je nog veel en veel meer over zou kunnen zeggen, is eigenlijk het hele evangelie in een notendop. De boodschap van dat kind in de kribbe. Het is het getuigenis van die visserman uit Nazareth, waar Paulus ook zo hoog van opgeeft in zijn brieven. Het is de verkondiging van die man aan het kruis. Dat is de grond, het fundament waarop wij mogen staan, waarop we kunnen bouwen. God gaat met ons mee! Hij wendt zijn gelaat niet af van ons, maar verlicht ons met zijn glans en gloed! Hij wendt ons toe zijn liefelijk gelaat. Jaar uit, jaar in. Gezegend ben je!

Aan het eind van elke kerkdienst gaan we de kerk weer uit en de wereld in. Als gezegende mensen. Daar begint de liturgie, de dienst van de kerk (in de samenleving) eigenlijk pas echt. Op straat en in het leven van alledag. Gedragen door de zegen van de geboren Heer om in de wereld tot een zegen te zijn. Met vertrouwen de toekomst tegemoet. Ga met God en Hij zal met je zijn!

God zal met je meegaan, zo las ik ergens,
als licht in je ogen
en lamp voor je voet,
als hand op je hoofd
en arm om je schouder,
als baken bij ontij
en verte die wenkt,
als groet op je lippen
en hoop in je hart,
als stem die je uitdaagt
en woord dat je weg zoekt.
Zo houdt Hij de droom in ons gaande
en schenkt Hij ons het leven.

Hier klopt in ieder geval het hart van God, zoals dat klonk in de kerstnacht in de velden van Efratha. De zegen is een gave van God. Een gave. En een opgave, een opdracht. Niet vrijblijvend. God kijkt ons stralend en vriendelijk aan. Ik mag er zijn. Op hoop van zegen. Ik voel me door Hem, die gekomen is en komen zal, een gezegend mens. Wij mogen gezegend onderweg het nieuwe jaar in dat voor ons ligt. Want gezegend ben je. Gezegend, om tot een zegen te zijn.

Zoals bij andere volken ook heel natuurlijk, niet alleen in de kerkdienst, maar ook in het doodgewone alledaagse leven, op straat, als men elkaar groet: à Dieu, Gruss Gott, sjalom, vaya con dios, salem aleichem.

De zegen mag het laatste woord hebben. In de kerkdienst. In het leven van elke dag. In 2016 en in 2017. Jaar uit, jaar in.
Met Maarten Luther belijden ook wij daarom op dit drempelmoment: ‘Ere zij God. Hij zendt zijn Zoon. De engelen zingen wonderschoon. Zo wensen zij ons allen saam een goed nieuwjaar in Jezus’ Naam’.

Lof zij de Vader – in de Zoon – door de Heilige Geest.
Amen.