ds. Jan van Langevelde: ‘Vurig en eensgezind bidden’ n.a.v. Handelingen 1: 12-14

*  Alle-Dag-Kerk, 20 mei 2015  *

Voorganger: ds. Jan van Langevelde

‘Vurig en eensgezind bidden’ n.a.v. Handelingen 1: 12-14

Het gebeurde bij de Klaagmuur. Een groep joodse feministen – ze noemen zich ‘Women of the Wall’ – wilde daar gaan bidden; op dezelfde wijze waarop ook mannen dat doen. Dat was echter tegen het zere been van de ultra-orthodoxe Joden. Die vinden het namelijk ongepast dat mannen en vrouwen zich samen hardop en met dezelfde rituelen (sjalen e.d.) tot God richten.
Dat uitgerekend het gebed een bron van ruzie is, voelt natuurlijk niet goed. Het is ook heel ver verwijderd van wat we lezen in Handelingen 1. Daar schetst Lucas het beeld van mannen én vrouwen die juist heel eensgezind sámen bidden. Nota bene vlakbij diezelfde Klaagmuur…! Over dat gebed en het feit dat leerlingen van Jezus sámen bidden wil ik een moment met u nadenken.

Van beide worden nogal wat christenen onrustig. Ze vinden bidden namelijk lastig en spannend. Ze voelen mee met Jezus’ leerlingen toen die hun Meester vroegen: ‘Heer leer ons bidden’. Stil in jezelf bidden, o.k., dat lukt nog wel. Maar hardop en sámen…?! Zelfs in de beste relaties blijft dat – merk ik – een gevoelig onderwerp. Je snapt dan ook waarom in de kerken maar een handjevol mensen meedoen met gebedskringen.

Toch is het belangrijk om ook sámen te bidden. Dat wordt bevestigd door de gebeurtenissen na de hemelvaart van Jezus. Tegen Zijn leerlingen had de opgestane Heer gezegd, dat ze in Jeruzalem moesten blijven. Ze hadden namelijk nog iets tegoed van hun Vader in de hemel. Hij heeft beloofd dat ze de Heilige Geest krijgen. Wel, dat is natuurlijk dan de moeite waard om op te wachten! Dat doen Jezus’ leerlingen dan ook. Maar boeiend is om te zien hóe ze dat doen! Niet sceptisch of gelaten, met de armen over elkaar, maar bíddend! Maar liefst tien dagen lang komen ze samen om te bidden om de vervulling van de belofte die Jezus gaf.

Ongetwijfeld hebben ze elkaar daarbij herinnerd aan wat de Heiland eerder al ‘ns gezegd had:
‘als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden’, Mt.18: 19v.
Twee of drie – dat is: niet alleen, maar sámen! God houdt van ‘sámen’.  En daarom ook van gezamenlijk gebed. Dat voegt iets toe aan in je eentje bidden.

Ik noem een paar winstpunten:  Je vult elkaar aan en brengt elkaar op meer gedachten.  Ook kan het gebed van de ander je stimuleren. Het voorkomt dat het vuur in je eigen hart dooft. Ook Lucas suggereert zoiets. ‘Vurig wijdden ze zich aan het gebed’, schrijft hij.
Hoe belangrijk dat gebed met elkaar is, wist ook bisschop Ignatius.  Al in de 2e eeuw na Christus schreef hij:
‘Spant u in vaker samen te komen voor het dankgebed en de lofprijzing van God, want als u vaak samenkomt, worden de machten van satan vernietigd’.
Dat laatste is een verrassende suggestie: als gelovigen samen bidden ‘worden de machten van satan vernietigd’. Dat doet me denken aan wat Petrus schrijft: ‘de duivel gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi’. Petrus schrijft die woorden na Pasen.  Want hoewel Jezus de duivel heeft overwonnen door te sterven en op te staan, is ons leven daarmee nog helemaal in rustig en veilig vaarwater gekomen. We leven nog steeds in bezet gebied. De duivel zal er tot de wederkomst van Jezus álles aan doen om het prachtige werk van God te dwarsbomen en af te breken. En zijn pijlen richt hij daarbij dus eerst en vooral op de kerk, op de volgelingen van Jezus.
Om die reden raadt Paulus christenen in zijn brief aan Efeze dringend aan de wapenrusting van God aan te trekken. ‘Om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel’, zegt hij. En hij roept hen op om waakzaam te blijven en ‘voortdurend voor alle heiligen’ te bidden.

Die aansporingen moeten ook wij ter harte nemen. Waakzaam zijn en bidden, ook samen. Totdat Jezus terugkomt en ómdat Hij terugkomt. Dat doet mij denken aan het lied  dat ik vroeger als kind in de kerk leerde zingen: ‘Uw Koninkrijk koom’ toch, o HEER!  Ai, werp de troon des satans neer;  regeer ons door Uw Geest en Woord;  Uw lof word’ eens alom gehoord’.
Er staat dus veel op het spel.  Daarom moet de kerk ook vandaag bidden, niet slap en verdeeld, maar vurig en eensgezind. Omdat we allemaal dezelfde vijand hebben.

Ook in het bovenvertrek  waar de leerlingen van Jezus na Zijn hemelvaart speciaal samenkomen om te bidden,  wordt zo vurig én eensgezind gebeden. Omdat ze allemaal verlangend uitzien naar de komst van de Geest; ze ernaar verlangen  dat die Geest hen moed zal geven om de geestelijke strijd aan te gaan en de kracht van het geloof om te overwinnen.

Nood leert bidden, zeggen we wel ‘ns.  Laat ook de nood van de tijd waarin wij leven ons aanzetten tot vurig en eensgezind gebed. De aangrijpende feiten van de wereld waarin wij leven liegen er niet om. De duivel gaat rond inderdaad nog steeds rond als een brullende leeuw…!
Laten we daarom samen bidden. Amen

Plaats een reactie