ds. Jannie Nijwening: ‘Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen’ n.a.v. Matteüs 28: 19

* Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 14 juni 2017 *

Voorganger: ds. Jannie Nijwening, Den Haag

‘Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen’
n.a.v. Matteüs 28: 19

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het Evangelie van Matteüs eindigt met deze verzen:
[16] De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, [17] en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. [18] Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. [19] Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, [20] en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Kortgeleden, met Hemelvaart, hebben we het verhaal gehoord over Jezus, die afscheid neemt van zijn leerlingen en van de nieuwe wijze waarop Jezus aanwezig is in ons midden: door de Geest van God, in en tussen mensen die samenkomen in de naam van Jezus.
De mens Jezus van Nazareth was een Joodse rabbi die drie jaar rondwandelde op aarde, onderricht gaf, mensen heelde. Zijn levenswijze, zijn geweldloze weerbaarheid, zijn liefde tot het eind, bracht hem in conflict met de machthebbers.
Elk jaar volgen we Jezus in de veertigdagentijd op zijn weg die lijkt dood te lopen aan het kruis.
Maar het verhaal wil dat zijn leven daar niet eindigt, dat hij op een nieuwe manier aanwezig is.
Hoe, dat is voor ons niet te bevatten.
Hij werd niet meteen herkend, door de mensen die jarenlang niet van zijn zijde waren geweken.

De evangelisten vertellen elk op hun eigen wijze dat er een speciaal moment is waarop Hij wordt herkend: wanneer Hij het brood breekt en de zegen uitspreekt, wanneer Hij je noemt bij je naam zoals alleen Hij dat kan.
Hij is er nog op een bepaalde fysieke manier, maar het is een overgangsfase om zijn leerlingen en vrienden en vriendinnen voor te bereiden op een leven waarin Hij niet meer tastbaar in hun midden is.

Lukas vertelt in het eerste hoofdstuk van zijn boek Handelingen: 40 dagen is Jezus op een nieuwe manier bij zijn leerlingen en zij vragen hem wat hen te wachten staat, hoe lang het nog duurt voordat het land zal zijn bevrijd van de Romeinen. Wanneer komt er weer een koning, een zoon van David? Die vraag is niet relevant, zegt de Opgestane. Je moet niet gaan zitten wachten tot de omstandigheden gunstig zijn… er is altijd wel wat.
Het enige dat telt is dit: jullie zullen kracht ontvangen, Geest van God, zodat jullie tegen de verdrukking in, in bezet gebied, kunt getuigen van mij.
Mijn verhaal moet doorgaan, en jullie zullen daartoe in staat zijn dank zij de gave van Gods Geest.

Het begint in Jeruzalem, de Stad van Vrede… ach, was het maar waar… Daar begint het en van daaruit gaat de vredesboodschap verder in steeds bredere kringen: Judea, Samaria, tot dat de hele wereld de goede, de blijde boodschap heeft gehoord.

In het evangelie van Matteüs zijn de leerlingen in Galilea, het gebied waarop vanuit Juda werd neergekeken: daar woonden de mensen die de Tora niet kenden en als ze haar wel kenden, namen ze het niet zo nauw.
Daar is de berg waar ze moeten zijn, waar Jezus afscheid van hen neemt, alweer een berg!
En wat is de opdracht, wat zijn Jezus’ laatste woorden in het evangelie naar Matteüs?
Niet: jullie moeten een kerk gaan beginnen.
Niet: jullie moeten in mij geloven.
Niet: jullie moeten een leer opstellen en vervolgens ruzie gaan maken en mensen uitsluiten die volgens jullie niet de juiste leer aanhangen.

Als we de kerkgeschiedenis bekijken, dan krijgen we de indruk dat we de woorden van Jezus wel zo hebben opgevat. We hebben er een zendingsopdracht van gemaakt: wij gaan de wereld wel eens de waarheid vertellen. En vervolgens is het lichaam van Christus gebroken in talloze stukjes.
Daarom is het zo bevrijdend om stil te staan bij het slot van Matteüs, waar Jezus heel eenvoudig zegt: Ga op weg, maak alle volken tot mijn leerlingen!
Meester, leraar, Jezus gaat weg van deze wereld en Hij draagt zijn leerlingen en ons op om zijn taak als leraar over te nemen.

Jezus zegt: zorg ervoor dat mensen kennismaken met wat ik jullie deze drie jaren heb proberen bij te brengen en het is de bedoeling dat jullie dat zelf ook, met vallen en opstaan, in de praktijk gaan brengen.
Het onderwijs van Jezus is geen theoretische leergang: het is de bedoeling dat we ook stage lopen, dat we het in de praktijk brengen.
Dat we zijn woorden proberen te leven. En als we lezen over Jezus’ hemelvaart, vanaf de berg, dan worden we natuurlijk herinnerd aan die andere berg van Matteüs, waar Jezus de Bergrede uitsprak.
Gelukkig de armen, gelukkig mensen die verdriet hebben, gelukkig zachtaardige mensen, gelukkig ben je, wanneer je je er niet bij neer kunt leggen dat het gaat zoals het gaat in de wereld, gelukkig de barmhartigen, gelukkig de zuiveren van hart, gelukkig mensen die vrede brengen.

Altijd als we de Bergrede horen, als we de evangeliën lezen en Jezus horen zeggen: “Oordeel niet! ” en “keer ook je andere wang toe wanneer je geslagen wordt ”, dan beseffen we dat we niet alleen maar leraar zijn maar ook leerling blijven, tot onze laatste dag. En het is ook niet aan ons om andere cijfers te geven, dat mogen we met een gerust hart overlaten aan de vader van Jezus. En van Jezus mogen we leren dat zijn vader ons geen onvoldoende geeft als eindcijfer, maar ons altijd weer, elke dag opnieuw, nieuwe kansen geeft, ons aanmoedigt. Dat is genade!

Amen.

Plaats een reactie