ds. Jannie Nijwening: ‘Vrucht dragen’ n.a.v. Marcus 4: 8a

*  Alle-Dag-Kerk, 11 maart 2015  *

Voorganger: ds. Jannie Nijwening, Den Haag

‘Vrucht dragen’ n.a.v. Marcus 4: 8a

Marcus 4
[1] Weer begon Hij aan het meer onderricht te geven. En er stroomde zo’n grote menigte bij Hem samen, dat Hij in een boot ging zitten op het water, terwijl al het volk langs het meer op de kant stond. [2] Hij gaf hun uitvoerig onderricht door middel van gelijkenissen. Hij zei: [3] ‘Luister! Een zaaier ging het land op om te zaaien. [4] Bij het zaaien viel er een deel op het pad, en de vogels kwamen het opeten. [5] Een ander deel viel op de rotsgrond, waar het niet veel aarde had, en het kwam meteen op, doordat het geen diepe grond had. [6] Toen de zon opkwam, verschroeide het, en doordat het geen wortel had, verdorde het. [7] Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het, en het leverde geen vrucht op. [8] De rest viel in goede aarde; het kwam op, groeide uit, en het leverde vrucht op; de opbrengst was dertig-, zestig-, ja honderdvoudig.’ [9] Hij zei: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen.’
[10] Toen Hij daarna met hen alleen was, stelden zijn metgezellen en de twaalf Hem vragen over zijn gelijkenissen. [11] Hij zei hun: ‘Jullie is het geheim van het koninkrijk van God toevertrouwd. Maar zij daarbuiten krijgen alles in gelijkenissen, [12] opdat* ze met hun ogen kijken en niet zien, en met hun oren horen en niet verstaan; tenzij* ze zich zullen bekeren en vergeving vinden.’
[13] Hij zei hun: ‘Jullie begrijpen* deze gelijkenis niet? Hoe zul je dan alle andere gelijkenissen vatten? [14] De zaaier zaait het woord. [15] Dit zijn de mensen* op het pad waar het woord wordt gezaaid: als ze het horen, komt meteen de satan en pakt het woord weg dat in hen gezaaid was. [16] Dit zijn de mensen die op de rotsgrond worden gezaaid: als die het woord horen, nemen ze het meteen met vreugde aan; [17] ze zijn niet echt geworteld, maar mensen van het ogenblik. Zo gauw er dan vanwege het woord onderdrukking ontstaat of vervolging, komen ze meteen ten val. [18] Weer anderen zijn zij die tussen de distels gezaaid worden; dat zijn de mensen die het woord gehoord hebben, [19] maar dan komen de zorgen om het bestaan, de begoocheling van de rijkdom, en nog andere begeerten het woord verstikken; het blijft zonder vrucht. [20] En dit zijn de mensen die in goede aarde gezaaid zijn: zij horen het woord en nemen het op en dragen dertig-, zestig-, ja honderdvoudig vrucht.’

Geliefde gemeente, mensen van God.
Vandaag is het biddag voor gewas en arbeid. Wat goed, dat het er nog is: deze heilige ruimte, deze heilige tijd.
Een plaats waar we de tijd nemen voor heilige teksten, te midden van een drukke stad. Stilstaan bij wat zo vanzelfsprekend lijkt: arbeid en vruchten.
In onze samenleving gaat het om heel andere woorden: efficiency, rendement, kosten-batenanalyse, economische groei. We zouden zomaar kunnen gaan denken dat alles om geld draait, dat alles berekenbaar en maakbaar is, wanneer we ons niet af en toe terugtrekken uit een dolgedraaide en vastgelopen wereld.
Hier zijn we, heilige tijd, heilige ruimte, om op adem te komen. Om weer te weten waartoe wij bestaan.

Op deze dag vertelt Jezus een verhaal. In plaats van zeggen: “dit moet je doen” of “zo is God en dit wil Hij”, vertelt Jezus graag verhalen.
Verhalen zijn open, verrassend, uitnodigend.
Je moet niets maar als je hebt geluisterd kan het zomaar gebeuren dat je verlangen wordt gewekt, je hart opengaat, en dat je zomaar zegt, voordat je het weet: ” ja, ik wil, ik wil ook, graag!”
Het verhaal dat Jezus vandaag vertelt komt uit het vierde hoofdstuk uit het evangelie naar Marcus. Het gaat over God, die over de akker loopt met een mand vol zaad en met weidse gebaren strooit hij het zaad in het rond.
We zien ze niet meer, deze zaaiers, ze zijn onze wereld uitgelopen.
We treffen ze nu alleen nog aan in onze musea, waar Van Gogh er eentje heeft bewaard op zijn warme, kleurrijke doek.
Zo zie ik God rondlopen, over de akker, de zon in de rug, als Jezus vertelt over God, de zaaier.
Het zaad kan overal terecht komen en het komt ook overal terecht, zegt Jezus.
Bijv. in vruchtbare grond, maar dat is slechts een van de vele mogelijkheden…
Het kan ook anders gaan: het zaad kan terecht komen op het pad, waar mensenvoeten de aarde hebben platgetreden. Of op rotsgrond. Of tussen distels.
Het zaad wordt gezaaid, met gulle hand, en God geeft het letterlijk uit handen, God zegene de greep.

Als Jezus alleen is met zijn leerlingen legt hij uit wat hij bedoelt met het beeld van de zaaiende God en de zaadjes. Het zaad is het woord, zegt Jezus.
Het woord dat God spreekt.
Het zaad kan overal terecht komen en we weten uit eigen ervaring dat dit ook met woorden het geval is.
Er bestaan dovemansoren, soms gaan woorden verloren in de veelheid van geluiden. Soms roept een woord zoveel innerlijke wrevel en weerstand op, dat we ons afsluiten.
Of soms zijn we dicht uit zelfbescherming, omdat het van binnen stormt, zoveel onrust, er kan niet meer bij.

Huub Oosterhuis dichtte er over in een van zijn liederen, over niet kunnen horen: “mijn oren dichtgestopt, mijn adem opgekropt, mijn hart van leegte zwaar.”
En over niet willen horen, want: “Zou ik uw woord verstaan, ik moest uw wegen gaan, U volgen hier en nu.” En dat is nogal wat. Juist in deze veertigdagentijd zijn we ons ervan bewust waar het heen gaat met die weg van Jezus.

Als Jezus vertelt dat het woord van God zo vaak geen ingang vindt bij ons, dat het zaad zo vaak niet in vruchtbare aarde valt, klinkt het niet verwijtend maar gewoon als een constatering. Zo is het vaak met ons gesteld: dat we niet kunnen horen, niet durven horen, dat we bang zijn.
Maar ondanks dat kan het toch gebeuren dat Gods stem, Gods stilte, tot ons spreekt en, opnieuw met de woorden van Oosterhuis, onze angst uiteen jaagt. Dat we vruchtbare grond worden, zomaar, ondanks onszelf.
Wanneer het zaad valt in vruchtbare aarde, wanneer we ons kunnen openstellen voor wat God zo graag tegen ons wil zeggen, dan gebeurt er iets prachtigs.
Het zaad valt in de aarde, kan wortels krijgen, geeft nieuw leven, geeft vrucht.
Mensen die worden aangeraakt door de Eeuwige komen tot rust, komen tot bloei. Soms gebeurt dat even en als we dat eenmaal hebben ervaren blijft het verlangen. We blijven onze wortels uitstrekken tot we datgene vinden waaruit we leven.

Misschien denkt u: het blijft allemaal wel wat vaag, wat geestelijk, maar laten we ons niet vergissen: als wij de vruchtbare aarde zijn waarin Gods zaad wortel kan schieten dan worden we andere mensen en gaan we anders kijken naar deze wereld. We nemen andere beslissingen, we worden kritisch en lastig, opmerkzaam en zorgzaam.
We doen niet langer mee met de dans om het gouden kalf maar we vragen naar wat goed is, heilzaam is, voor mensen, voor juist de meest kwetsbare mensen. We schrijven mensen niet af, als ze niet meer nuttig zijn en alleen maar geld kosten, maar we kijken door Gods ogen en zien de onschatbare waarde van ieder mensenkind.
Mensen zijn in Gods geen dingen die geld kosten of geld opbrengen, maar wij zijn dochters en zonen: kostbaar, onvervangbaar, oneindig geliefd.
“Zij zullen vruchten dragen, tot in hun ouderdom,” zo zongen wij aan het begin van deze viering.
Zo kijkt God naar ons.
Zo mogen wij naar elkaar en naar onszelf kijken.

Amen!

Plaats een reactie