ds. Joost Röselaers (Amsterdam): “God en het lot” n.a.v. Mattheüs 6: 5 – 8

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 7 oktober 2020  *

Voorganger: ds. Joost Röselaers (Amsterdam)

Meditatie, thema: “God en het lot” n.a.v. Mattheüs 6: 5 – 8

Vandaag begin ik met een verhaal, dat ons (als in een spiegel) kan laten zien, wat de Corona-crisis van ons vraagt. Het verhaal is van de pas overleden Hongaarse schrijver György Konrad. Het staat in zijn roman ‘De bezoeker’. In dat boek wordt een man midden in de nacht uit zijn bed gebeld. Hij sloft naar buiten, maar er is niemand te zien. Al scheldend wil hij zijn bed weer instappen. Dan hoort hij een zacht geschrei, en valt zijn oog op een dik ingepakte zuigeling, die voor zijn deur is gelegd. Hij wenst degene die dat pakketje bij hem heeft gedropt hel en verdoemenis toe. Dan krijgt hij het aan de stok met de hogere machten:

‘Zeg eens God, wat is dat nou!’ Roept hij naar de hemel. ‘Op nummer drie woont Pikor, op nummer zeven Zahor; Waarom moest dat kreng, die schreeuwlelijk uitgerekend bij mij, bij nummer vijf, neerleggen, voor ze er stiekem vandoor ging? Waarom heeft ze precies mij uitgekozen? Zeg eens God, hebt u mij dat koopje soms geleverd?’ Zal hij het geschenk maar bij een van zijn buren leggen, vraagt hij zich af, aanbellen en maken dat hij wegkomt?

Hij doet het niet. Hij tilt de zuigeling op, en denkt al aan de noodzakelijke praktische maatregelen. Later, bij de luierwas, komt nog maar zelden de vraag bij hem op, waaróm de keuze juist op hem, op nummer vijf, is gevallen…

‘God, hebt u mij dit koopje soms geleverd?’ Die vraag kan altijd weer opkomen, wanneer een mens, net als deze man, onverwacht en onaangenaam bezoek krijgt. Op dit moment is dat wereldwijd het geval. In januari lag het Corona-virus zomaar ineens op de stoep voor de deur van China. Maar het beperkte zich niet tot dat adres. Via Italië kwam het ook bij ons. Waarom overkomt ons dit? Is het soms de wil van God? Of is het het systeem, waar we deel van uitmaken, dat zich tegen ons keert? De natuur? De ramp is zo groot, dat jij je er heel klein bij gaat voelen. En hoe rationeel denkend je normaal gesproken ook bent, het onderbuikgevoel kan zich aan je opdringen: dat het niet alleen maar toeval is, dat dit nu gebeurt: ‘God, hebt u mij dit koopje soms geleverd?’

God en het lot. Het is van alle tijden en alle plaatsen, dat de mens geneigd is, om deze twee met elkaar te verbinden. Ook in de Christelijke traditie is een vaker gehoord geluid: Wat er gebeurt, is Gods wil.
Als je dat een beetje tot je door laat dringen, zou je bijna zeggen dat de mens liever met de duistere voorzienigheid van een god leeft, dan met een onbeantwoorde vraag. En misschien is dat ook wel het moeilijkste, dat er is. Het uithouden, met een last of pijn, die zomaar binnenbreekt in je leven.

Toch is dat de weg, die de Bijbel wijst. In dit boek wordt het lot al vanaf bladzijde één losgemaakt van God. Daar krijgt de mens immers meteen zijn toekomst zelf in handen.

Breng de aarde onder je gezag, zegt de Eeuwige er tegen Adam; Het is vanaf nu jouw taak, om haar te bewerken en te bewaren. Daarom vallen God en het lot nooit samen, in de Bijbel.

Je weet daardoor niet altijd, waarom er gebeurt: wat je overkomt. Misschien ben je zelf verantwoordelijk. Misschien heeft een ander de schuld. Misschien zijn het de krachten van de natuur, die aan het werk zijn. Maar ìn alles wat er gebeurt: ìs God er wel. God is er, als een stem die meespreekt, in je beslissingen; Een stem, die je soms tegenspreekt; Zoals in het verhaal van de man uit het boek ‘de bezoeker’. Als hem iets overkomt, richt hij zich meteen tot God. En op één of andere manier is God er dan ook bij. Het is, of de Eeuwige hem zachtjes aanspreekt op zijn verantwoordelijkheid. En de man luistert, al is het aanvankelijk nog zo tegen zijn zin. Hij weet zich geroepen, om te doen wat nodig is.

Dàt is dan ook, waar we om vragen, als we bidden: Uw wil geschiede. Niet: Laat er maar gebeuren, wat u voor ons bedacht hebt; Maar: Laat ìn wat er gebeurt: uw wil gedaan worden.

Laat in wat er gebeurt uw wil gedaan worden: weliswaar bid je dat meestal met elkaar, in de kerkdienst, maar je bent er tegelijk alleen mee: met God. Dit gebed gaat altijd over jezelf. En over niemand anders. Over de vraag wat jou, gegeven de situatie, te doen staat. Helaas is dat niet altijd helder en duidelijk. Er is de ‘thora’, de eerste vijf boeken uit de Bijbel, waarop we kunnen teruggrijpen. Met als kern daarvan de ‘tien woorden’. En ‘thora’ betekent letterlijk zoiets als ‘wijzing’, ‘richtingwijzer’. Jezus heeft de kern ervan samengevat met

‘Heb God lief en je naaste zoals jezelf.’ Maar liefde, dat is iets dat in elke tijd, en elke situatie, op een andere manier vorm moet krijgen. Het is een zoektocht, wat de wil van God is, als je op een kruispunt staat. Het is wikken en wegen, vallen en opstaan. De troost van het Onze Vader is, dat je in die zoektocht niet alleen bent.
Een oudere collega van mij zei ooit: ‘Bidden, dat is voor mij werkoverleg met God’. Dat is wat het gebed, dat Jezus ons leerde, je aanreikt. Ruimte voor werkoverleg. Een stil gesprek, met iemand die richtingsgevoel heeft.

Laat in wat er gebeurt uw wil gedaan worden. Laat ons één zijn, in liefde, ondanks alle offers, die dit vraagt.
Mag dit gebed ons dragen, ook in de tijd die komt.
Amen.

 

 

Plaats een reactie