ds. Marjolijn de Waal: ‘Gelukkig de treurenden‘ n.a.v. Mattheus 5: 1-10

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 29 juni 2016  *

Voorganger: ds. Marjolijn de Waal, Vijfhuizen

‘Gelukkig de treurenden’ n.a.v. Mattheus 5: 1-10

Broeders en zusters in Jezus Christus, geliefde mensen,

Gelukkig worden genoemd, wie wil dat niet? Gezien alle boeken en tijdschriften die erover verschijnen denk ik dat ik niet de enige ben, die me soms afvraagt: ben ik wel gelukkig en, wat is geluk eigenlijk?

Gelukkig zijn, aldus het Van Dale woordenboek, is een aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving.
Ongelukkig zijn is daaraan tegenovergesteld en is een toestand van ontevredenheid, en gaat vaak gepaard met depressie, overspannenheid, woede en verdriet.

Geen wonder dat we met z’n allen altijd bezig zijn om gelukkig te zijn. Want depressie, overspannenheid, verdriet.. dat willen we toch het liefst vermijden?
Als geluk is wat van Dale ons voorschotelt: een aangename toestand waarin men zijn wensen bevredigd ziet en vrede heeft met zichzelf en zijn omgeving.. dan kunnen we nog lang bezig zijn met streven naar geluk, denk ik zo maar.
Hebben we misschien net vrede met onszelf, gebeurt er wel weer wat in onze omgeving. Hebben we die omgeving net weer op orde, is er vast wel weer een nieuwe wens die om de hoek komt kijken.

Geluk is een begrip dat in onze tijd voor overspannenheid zorgt. Want als je niet gelukkig bent, dan doe je iets verkeerd.. nee, zeggen we dan: je hoeft niet ongelukkig te zijn, het gaat er om hoe je met de dingen omgaat. Met als gevolg dat we soms én verdrietig en gefrustreerd zijn én ook nog eens onszelf de schuld geven dat het niet lukt om daar overheen te stappen. Op een gekke manier werkt ons begrip van gelukkig zijn depressie in de hand.

Vandaag wordt onze aandacht getrokken door die man die daar op een berg staat. Hij gelooft in een andere wereld. Hij gaat zitten, en begint te spreken. Gelukkig ben je als je treurt, gelukkig ben je als je zachtmoedig bent, gelukkig ben je als je een vredestichter bent..
Misschien wel de bekendste woorden van Jezus. Hij noemt mensen ‘gelukkig’. Waarschijnlijk niet de mensen die zichzelf dolgelukkig zullen noemen. In dit verhaal is geluk niet iets wat je zelf kan bereiken, een gemoedstoestand die je na moet streven, die als je het niet bent, toch echt aan jezelf te danken hebt.. geen zelfhulphandboeken kunnen hierbij helpen.

Geluk is hier helemaal niet iets wat je als mens zelf kunt bereiken. Het zegt vooral iets over God. Want gelukkig zijn betekent hier, dat Gods oog op je is. God heeft mensen in bepaalde situaties op het oog. Zij zijn degenen aan wie het koninkrijk van God gegeven wordt. En om die reden worden ze gelukkig genoemd.
Het wordt over ze uitgeroepen. Gelukkig ben jij, en jij.. en jij. Los van menselijke prestaties wordt het koninkrijk hier gepresenteerd als een gave, een cadeau als het ware, van God. En zij die het horen, ontvangen dat goede nieuws.

Wat een prachtige tekst hè? De Bergrede is echt een tekst waar je van gaat dromen. En zo zat ik, al dromend in de bus.

Totdat ik de krant opensloeg en een column las. Over een vluchteling die in ons land terecht was gekomen na de gruwelijkste dingen te hebben meegemaakt in zijn land van herkomst: Zuid-Soedan.
Hij heeft vrouwen verkracht en vermoord zien worden voor zijn eigen ogen, toen hij nog maar een kind was. Nu moet hij in Nederland getest worden op zijn mentale gezondheid om te kijken of hij hulp en opvang krijgt. Steeds weer moet hij zijn verhaal vertellen. Steeds weer wordt alles boven gehaald.
In de tussentijd moest hij zelf op zoek gaan naar een manier om ’s nachts nog in slaap te komen, nu alle herinneringen hem uit zijn slaap hielden: zijn oplossing werd het bier van de Aldi.
En de uitslag van de test? Hij krijgt geen opvang of psychische hulp omdat hij een drankprobleem heeft waar hij eerst zélf vanaf moet komen.

Dit verhaal maakte me wanhopig. En boos. Wat nou gelukkig zijn zij die.. ? Wat voor geluk dan? Wanneer dan eindelijk? Wanneer wordt dat koninkrijk toch werkelijkheid? En ik merkte dat de woorden van de Bergrede langzaam een gebed werden, een uitschreeuwen naar God: laat dit toch werkelijkheid worden.

Gelukkig de treurenden. Niet de mensen die het niet is gelukt om hun lot te accepteren, of de mensen die ontevreden zijn omdat niet al hun wensen bevredigd zijn en daarom treuren. Maar de mensen die tot wanhoop gedreven worden omdat Gods gerechtigheid uitblijft. Verdriet hebben omdat het onrecht nog altijd het recht overheerst.

Soms heel groot en heel ver weg, zoals de beelden van vluchtelingen op zee.
Maar soms ook heel dichtbij, als je kind gepest wordt, als iemand in je omgeving het leven nauwelijks meer aan kan, om wat voor reden dan ook, als trauma’s uit de jeugd het hele leven van iemand verstoren: Als die mooie droom van het koninkrijk vooral een droom is. Als de tranen je over de wangen stromen. Of als je stilletjes huilt van binnen.

Die tranen zijn volgens Jezus het teken van het koninkrijk. Laat die tranen spreken, want ze vertellen een verhaal van waar het in Gods koninkrijk over gaat. Moeilijk te begrijpen soms als de wanhoop de overhand neemt. En ook geen antwoord op al onze vragen.
Maar die tranen zijn een vorm van tegenstand. Accepteer de onderdrukking, het onrecht niet. Maar treur erom, huil erom. Laat je raken. Misschien kun je de bergrede wel samenvatten in: Gelukkig zijn zij die zich laten raken.

Karel Eykman hertaalt de bergrede zo: alvast gefeliciteerd jij die zachtmoedig bent, alvast gefeliciteerd jij die verdriet hebt. Feliciteren is iemand geluk toewensen. Maar als God je feliciteert, betekent het dat hij zegt: mijn oog is op jou. Dat zegt misschien niets over gelukkig zijn in de betekenis van Van Dale, maar het is een geheim dat je mag ontvangen. Je verdriet kan je heel eenzaam maken, soms raakt iets je zo, maar heb je het gevoel dat niemand het ziet.
Of is iets voor een ander maar klein, terwijl het voor jou zo groot is. Alvast gefeliciteerd, zegt God. Want voor jou is het koninkrijk. Je zult getroost worden, en laat die wetenschap je nu al troosten.

In de Bergrede wisselen heden en toekomst elkaar af. Het levert toekomstdromen en vergezichten op, maar soms worden we daar zomaar uit opgeschrikt door berichten en beelden. Dat maakt dat we scherp en alert blijven. Het koninkrijk is aangebroken, maar het is nog niet voltooid.

De vervulling van het koninkrijk is wel begónnen met de gelukwensen voor diegenen die arm zijn, onderdrukt worden, de treurenden, de zachtmoedigen, de vredestichters. Dat is een keerpunt, een andere boodschap dan die klonk in de 1ste eeuw en ook vandaag nog. Dat je weet dat de belofte gegeven is geeft perspectief. Want nog steeds klinken die woorden: alvast gefeliciteerd!

Amen