ds. Marleen Blootens: “Geduld” n.a.v. Jakobus 5: 7-11

*  Alle-Dag-Kerk, 10 augustus 2016  *

Voorganger: ds. Marleen Blootens, Amsterdam

“Geduld” n.a.v. Jakobus 5: 7-11

Een paar weken geleden kwamen we aan op een camping in Zuid Frankrijk. Ik droomde van een romantisch weekje kamperen. Aan een rivier, fluitende vogels en het geluid van krekels. Een glas rode wijn en een goed boek terwijl langzaam de zon ondergaat.
Het eerste wat we ontdekten was dat we de campingtafel waren vergeten. Want hoe romantisch ik ook denk over kamperen, ik ben er eigenlijk niet zo goed in. En mijn geliefde had zich jaren geleden al voorgenomen nooit meer te kamperen. Maar het leek op weg naar deze zomer toch ineens niet zo’n slecht idee. En dus besloten we, we gaan het gewoon weer proberen – kamperen.
Halverwege het opzetten van de tent waren we allebei veranderd in de mindere versie van onszelf. Hij chagrijning, ik chagrijning. En natuurlijk begon het in de eerste nacht te regenen en het bleef regenen in de dagen daarna. U begrijpt, dit keer was kamperen écht de laatste keer. We kwamen tot de conclusie dat we er simpelweg niet het geduld voor hebben. Maar het zette me ook aan het denken. Geduld, wat maakt dat ik wel of geen geduld heb? En wat dat eigenlijk is – geduld.
Als predikant ontmoet ik voortdurend mensen die geduld moeten opbrengen. Vorige week nog bezocht ik een ouder echtpaar en één van hen is volledig afhankelijk van zorg. Maar het is vakantie en dus liep alles anders met de zorg. Toen ik om 10:30 aanbelde was er nog niemand geweest van de zorg. Ik trof meneer aan in bed. Wat een geduld vraagt het van je als je afhankelijk bent van zorg. Elke dag wachten tot de thuiszorg komt.
Geduld is een vrucht van de Geest van God, schrijft Paulus. Niet alleen Paulus, maar ook andere auteurs in de Bijbel spreken over geduld. Zoals in de brief van Jacobus, ik wil er een stukje uit lezen.

Lezen Jakobus 5: 7-11
Heb geduld, broeders en zusters, tot de Heer komt. Denk eens aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen. 8. Wees net zo geduldig en houd moed, want de Heer zal spoedig komen. 9. Klaag niet over elkaar, broeders en zusters, want daarmee roept u het oordeel over u af. Bedenk dat de rechter voor de deur staat. 10. Neem een voorbeeld aan het geduldige lijden van de profeten die in de naam van de Heer spraken. 11. Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.

In de context van deze brief heeft geduld de betekenis dat je langzaam bent met je boosheid, om het oordeel aan God te laten. Geduld is de keus om je boosheid en je frustratie voor je te houden. Eerder in deze brief schrijft Jakobus ‘ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.’
Maar dat valt niet mee. Of het nu gaat om een tentje opzetten in de regen of je geduld opbrengen als je in de wacht staat aan de telefoon – nog 15 wachtenden voor u. Of het moment dat je gillende peuter op de grond gaat liggen in de supermarkt.
Jakobus vergelijkt geduld met het werk van een boer. Hij moet wachten en vertrouwen dat er opnieuw regen zal komen in het najaar. Tot die tijd moet de boer geduld hebben. Maar in het wachten groeit iets nieuws. De boer oefent zijn geduld als hij wacht op de regen. Hij moet vertrouwen op de kracht van de schepping. De tijd zal laten zien dat zijn werk niet voor niets is. Zelfs als dit jaar de oogst mislukt, zijn er volgend jaar nieuwe kansen.

Geduld oefenen is dus meer dan alleen maar tot 10 tellen om niet boos te worden. Het oefenen van geduld is oefenen in vertrouwen. Het is oefenen dat hoewel je niet weet wat er komt, hoewel je niet weet of je verlangens vervuld worden, hoewel je misschien wel enorm gefrustreerd raakt, er een moment komt waarop je weet waarom het goed was om geduldig te blijven.
Geduld. In onze relaties is geduld vooral een proeve van liefde. Want blijkt de liefde niet juist op de momenten dat de ander geduld met je heeft? Dat de ander geduld met je heeft, als je slecht in je vel zit, als je onaardig doet of bang bent. Als er dan iemand is die geduld met je heeft, dan is dat een teken van liefde. De kracht van de liefde blijkt in een moment waarop je geduld voor iemand opbrengt. Er spreekt liefde uit het moment dat je besluit om traag te zijn in het boos worden.

De liefde van God heeft deze toon. Misschien kent u het verhaal waarin God zich voorstelt als een geduldige God. Het volk Israël reist door de woestijn en voortdurend verliezen ze hun geduld. Ze verliezen keer op keer het vertrouwen in een goede afloop. En als Mozes op de berg met God verblijft, duurt het ze veel te lang. Ze vragen Aaron een gouden stier voor hen te maken – een God die ze kunnen zien. Niet een God die van hen vraagt om geduld te oefenen – maar gewoon een God die te koop is.
Woedend is Mozes als hij ziet wat er is gebeurd. Vervolgens smeekt hij namens het volk God om genade. God nodigt hem uit op de Sinaï. Mozes krijgt een tweede kans om voor het volk de wet te ontvangen. Als God aan Mozes voorbij trekt stelt hij zichzelf voor ‘Ik ben een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat’.

De liefde bewijst zich in geduld. Gods liefde bewijst zich in geduld met ons. God heeft geduld met al ons gestuntel en gedoe. Met ons ongeloof en gedraai. Met ons getwijfel en onze vragen. God is eindeloos traag in boosheid. Als God ons zo bekijkt. Geduldig en liefdevol, dan is het toch een goed idee als wij ook geduldig zijn met onszelf en met de mensen om ons heen?
Wie weet wat er allemaal in ons kan groeien aan liefde en vertrouwen als we kiezen voor geduld, zoals de boer wacht op wat er komt. Kome wat komt, de Heer is immers liefdevol en barmhartig.
Amen