ds. Martin van der Klis: ‘In zijn hand’, n.a.v. Johannes 10: 28

*  Alle-Dag-Kerk, 6 juli 2016  *

Voorganger: Ds. Martin van der Klis, Bunschoten-Spakenburg

‘In zijn hand’, n.a.v. Johannes 10: 28

Lieve mensen, broeders en zusters,

1.
Onlangs was ik bij iemand op bezoek,
iemand die ik wegens vertrek naar een andere plaats vele jaren niet gezien en gesproken had.
Ik kwam bij hem thuis, en het leek alsof ik er gisteren nog geweest was!
Alles in huis zag er nog precies hetzelfde uit.
De bank, de schilderijen aan de muur, de foto’s op een tafeltje…
Maar toen we met elkaar zaten te praten, bleek dat er véél veranderd was.

Zijn vrouw was ziek geworden. Hij had haar jarenlang liefdevol verzorgd, tot het niet langer ging.
Ze had zoveel hulp nodig; hulp die hij niet meer kon geven. Zijn handen waren daarvoor te klein, te zwak.
Zij moest naar een verpleeghuis. Hij moest haar loslaten.
Dat ik op bezoek was bij hem, had een reden. Zijn vrouw was kort terug overleden.
Dat betekende voor hem: haar helemaal moeten loslaten.
Nee, niet in liefde… want de liefde blijft altijd bestaan.
Maar iets doen voor haar, wat hij zo graag deed, dat was nu echt voorbij.
En dat is misschien wel het moeilijkste dat een mens moet opbrengen.
Dat je moet zeggen: ik kan nu niets meer doen…
Onze handen zijn zwak en leeg. We hebben geen grip op het leven. We komen kracht te kort.

Wat moet je daarmee?
Met al die gevoelens… die u misschien ook wel kent. Dat machteloze, dat lege. Is dat het enige dat we kunnen zeggen?

2.
Ik wil het met u hebben over ònze handen, maar óók over de handen van Jezus.
Jezus is de centrale persoon in ons geloof.
We proberen steeds maar weer te kijken en te luisteren naar Hem.
Wat Hij zei, wat Hij deed, de weg die Hij wees….
Miljoenen, miljarden mensen laten zich door Hem inspireren en bemoedigen.
En ook wij vanmiddag…

Wat Jezus zegt?
Luister maar.
De evangelist Johannes heeft déze woorden van Jezus opgeschreven. Het staat in Johannes 10 vers 28.
Jezus zegt daar: Ik geef ze eeuwig leven:
ze zullen nooit verloren gaan
en niemand zal ze uit mijn hand roven.
Die “ze”… dat zijn mensen die bij Jezus horen,
zoals schapen bij een herder.

Deze woorden kunnen vertrouwen in ons aanwakkeren. Je mag die woorden gerust heel persoonlijk opvatten. Dat Jezus tegen u, tegen jou zegt:
Ik geef je eeuwig leven:
je zult nooit verloren gaan
en niemand zal je uit mijn hand roven.

U, jij in zijn hand.
U, jij…

En wat mooi, als je nu ook aan je geliefden denkt, hen die je misschien al los moest laten.
Onze handen zijn er. Die kunnen veel betekenen voor een ander. Maar ze zijn vaak ook zo zwak.
Wat ik u vanmiddag wil vertellen is dat de hand van Jezus er ook is.

3.
Kent u Psalm 139?
De Psalm die gaat over “God die ons kent”? over “God die altijd bij ons is”.
David, de dichter van deze Psalm, weet:
Er is iemand die altijd bij je is, je vasthoudt, je draagt….
Hij zegt:
9. Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad, al ging ik wonen voorbij de verste zee,
10. ook daar… zou uw hand mij leiden, zou uw rechterhand mij vasthouden.

Ook daar…
Maar – wat wonderlijk! – even vóór deze regels zegt David:
zelfs in de dood…
zelfs daar en dan….
houdt U mij vast.

Het is eigenlijk te wonderlijk, te groot om dat te geloven. Maar dit is wat Jezus bedoelt, als Hij zegt:
Niemand… verzin maar iemand, verzin maar iets…
Niemand kan je uit mijn hand roven.
Mijn hand is altijd bij je, zegenend op je, dragend onder je,

4.
Maar hoe kan dat? denkt u misschien. Wij in de hand van Jezus? Wat een raar beeld..!
In zijn àrmen misschien.
Een mens kan een ànder mens in zijn àrmen nemen!
Maar een heel mèns, of zelfs meerdere mensen in één hand….?
Dat kan je je misschien voorstellen bij een kleine baby….

Bij de geboorte van onze oudste dochter, kregen wij van iemand een beeldje, dat uit twee delen bestaat.
Een beeld van twee handen: Het zijn twee handen, die de handen van Jezus symboliseren.
En in die handen ligt een beeldje van een kleine baby: Jezus, die voor je kind zorgt.

Dat is wel voor te stellen. Een baby in de hand van Jezus. Maar geldt dat ook voor ons, volwassen mensen?

Ja! Ik denk het wel.

Want de handen van Jezus zijn niet zómaar handen. Het zijn goddelijke handen. Jezus’ handen zijn tegelijk de handen van God!

5.
Jezus zegt in Johannes 10 vers 28: Niemand zal ze uit mijn hand roven….
En daar overheen zegt Hij, in vers 29: Niemand kan het uit de hand… van mijn Váder roven! … de Vader en ik zijn één.

Je bent in de hand van Jezus. En dat is de hand van God de Vader.
– De hand die hemel en aarde gemaakt heeft.
– Het is zijn hand, zijn rèchterhand, waarmee Hij mensen redt en bevrijd. Die grote Vaderhand draagt ons.

Wat een rust en troost kan dit ons schenken, juist als je denkt aan je eigen kleinheid, je zwakke handen, die graag zoveel méér zouden willen doen…

Je moet loslaten, en je kùnt loslaten. Want de eeuwige handen van Jezus zijn er.

U en ik, maar ook hij en zij… Goddank! We zijn in zijn hand.

Amen.