ds. Martin van der Klis (Bunschoten-Spakenburg): “Welkom in Gods huis” n.a.v. Jesaja 56: 3-7

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 23 augustus 2017  *

Voorganger: Ds Martin van der Klis   (Bunschoten-Spakenburg)

Welkom in Gods huis, n.a.v. Jesaja 56: 3-7

yad vashem

We lezen enkele verzen uit Jesaja 56.
In dat gedeelte hoort u dat God in de tempel een gedenkteken en een naam neerzet. Een gedenkteken en een naam.
In het Hebreeuws Yad va-shem. יָד וַשֵׁם (jad = hand; wa sjem = en naam) denk aan ‘handwijzer’, ‘gedenkteken’.
Zo heet ook het monument in Jeruzalem om de miljoenen slachtoffers van de Holocaust te gedenken. Zij mogen niet vergeten worden.
Die naam “Yad vashem” komt uit Jesaja 56.
Maar in Jesaja 56 zijn het geen mensen die overleden zijn… Het zijn mensen in het nu
Wie mogen wij nu niet vergeten?

We lezen Jesaja 56 vers 3-7.
3 De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom.’ 4 Want dit zegt de HEER: De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, 5 hem geef ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad.
Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is. 6 En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn – ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan mijn verbond –, 7 hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.

Afgelopen zomer waren wij op vakantie in Luxemburg. Op vakantie heb ik de neiging elke kerk die ik tegenkom even binnen te lopen. Dus wij in Clervaux, Echternach, en andere dorpen en steden een kerk binnen. Vaak indrukwekkende gebouwen, met dikke muren, pracht en praal. Maar in Luxemburg kom je ook kleine dorpskerkjes tegen, die heel intiem aanvoelen.
Het zijn rooms-katholieke kerken. En die zijn altijd open. Voor iedereen…
En dat vind ik mooi. Die plekken waar mensen eeuw-in eeuw-uit God hebben gezocht en het leven hebben gevierd… daar mag je zijn. De deuren staan open, voor iedereen!
Een open gebouw zien we ook in Israël staan. Jesaja schrijft erover. Het is het huis van God, de tempel.

Maar er gaat iets mis. Niet iedereen voelt zich welkom in die tempel. Deuren gaan dicht… voor vreemdelingen…
Het zijn mensen die mee zijn gekomen uit het verre Babel, toen de Israëlieten weer terugkeerden naar hun eigen land.
Jesaja heeft het zelfs letterlijk over “kinderen van vreemdelingen”, alsof Jesaja al denkt aan de tweede generatie die het ook moeilijk zal krijgen, daar in Israël.
Vreemdelingen. Ze voelen, merken in alles: ik heb hier geen echt thuis. Terwijl ze wel bij God en zijn volk willen horen. Maar ze zeggen: Ik zie er anders uit. Ik heb andere gewoonten. Ik kook anders… misschien wat langer, en met meer kruiden… Ik hoor er niet bij.

De kerkmensen van toen kijken hen scheef aan. Maar dan moet hun God ook wel zo zijn! En dat zeggen ze ook! De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.

Een tweede groep voelt zich ook niet welkom… Dat zijn eunuchen. Mannen die gecastreerd zijn. Met opzet. Omdat ze bijvoorbeeld in dienst waren bij een baas en geen bedreiging mochten vormen voor de vrouwen in het huis. Moet je je eens indenken wat dat betekent.
Je persoon, wie je bent… verandert. In het meest intieme word je aangetast.
Je toekomst verandert. Nooit meer eigen kinderen. Je naam wordt niet doorgegeven.
Zo’n man zegt hier:   Ik ben maar een dorre boom…  Niet vruchtbaar, zonder leven.

Het leven kan soms zo oneerlijk zijn. Zovele mensen missen echt iets of iemand in hun leven. Misschien u ook wel.
Dat kunnen kinderen zijn, of vrienden, of een zinvolle dagbesteding, of contact met je ouders…

Wat stelt mijn leven voor? … kan je in je donkere dagen zeggen. Wat stel ik voor?… Niets… ik voel me niets… een dorre boom, zegt iemand daar in Israël.

Ook nu in een kerk in dorp of stad kunnen er mensen zijn, die zich niet thuis voelen, omdat ze anders zijn dan anderen. Ze zien er anders uit. Hebben een andere geaardheid. Beleven hun geloof op een andere manier.
Ook nu worden mensen gepest op de werkvloer, gediscrimineerd vanwege hun huidskleur, of zelfs tot niets gemaakt, onbelangrijk gemaakt.
Een Syrische jongen die in een Nederlands zwembad verdronk, werd in een artikel door iemand als lastig beschouwd, omdat andere bezoekers moesten stoppen met zwemmen….

Voor Jesája zijn twee woorden belangrijk. Recht en gerechtigheid. En waar die woorden voor staan: leven vanuit Gods geboden, eerlijkheid, opkomen voor een ander… dat moet juist een bescherming zijn voor iedereen in de samenleving.

In die tijd zeker voor mensen die kwetsbaar waren: weduwen, wezen, armen… En Jesaja voegt er nog twee aan toe: de vreemdeling en de eunuch. Ze willen God dienen, maar ervaren: het is niet voor mij.

– De vreemdeling zegt:
De HEER zondert mij zeker af van zijn volk!

Maar God zegt: “Dat moet je niet zeggen. Wil je Mij en de gemeente alsjeblieft niet vereenzelvigen? Luister naar wat Ik zeg: Voel je je niet thuis? Weet dat je welkom bent bij Mij. Laat Mijn huis jouw thuis zijn. Mijn huis is er voor alle volken.”

– En de eunuch… die zegt:
Ik ben maar niets, een dorre boom.

“Nee, wil je dat niet zeggen?” zegt God. “Wil je nooit zeggen dat je niets bent? Je bent belangrijk.”

God zegt in deze profetie: in mijn huis plaats ik een monument, een gedènkteken… zodat iedereen kan zien en weten dat jij erbij hoort!
Het is een statement naar de hele samenleving van toen: Jij hoort erbij!
Elke emancipatiebeweging begint ook hiermee, met het besef: Ik ben geen dorre boom, ik ben iemand, ik mag er zijn, ik ben onderdeel van de samenleving.

God laat dat hier zien en horen. Een gedenkteken en een naam krijg je, een shem.
Het is een naam die ééuwig blijft. Jij blijft voor altijd in Gods gedachten.

Jouw naam wordt niet vergeten. Yad va-shem.

Lieve mensen, in de samenleving, maar ook binnen de kerk is er grote diversiteit.  We zijn verschillend.
Maar tegelijk is er een eenheid. We zijn schepselen van God. We zijn kinderen van één Vader.
Vanmiddag uit vele delen van het land zijn wij samengekomen.
Hoe verschillend we hier ook zijn, we zingen samen, en we bidden samen, en luisteren naar de Bijbel.

Welkom, wie je ook bent, hoe anders je je ook voelt.

De deuren gaan open.
Van kerken in Clervaux en Echternach.
Van deze kerk hier op het Begijnhof.

Als teken dat de deur van Gods hart open gaat… voor jou.

Amen.

Reactie ( 1 )

  1. Beantwoorden
    Anja Leppink says:

    Dank u voor deze mooie meditatie ……God is goed en maakt geen onderscheid….

    Helaas mis ik, dat u de nadruk legt, zoals Gods Woord het doet, op:

    De vreemdeling, die zich met de Heer heeft verbonden…..laat hij niet zeggen:

    En:
    De eunich, die Mijn sabbath in acht neemt, die keuzes maakt naar Mijn wil, die vasthoudt aan Mijn verbond…..

    En: de vreemdeling, die zich met de Heer heeft verbonden om Hem te dienen en Zijn Naam lief te hebben, o, dienaar van de Heer te zijn….

    Het geldt dus alleen voor die vreemdeling, ontmande of wie dan ook, dat zij bovenstaande in acht nemen.

Plaats een reactie