ds. Mirjam Sloots: ‘Aangeraakt!?’, n.a.v. Jacobus 5: 13-15

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 25 januari 2017  *

Voorganger: Ds. Mirjam Sloots (Koog Zaandijk)

Aangeraakt!?, n.a.v. Jacobus 5: 13-15

Lieve mensen,
Aangeraakt, geraakt worden, wanneer gebeurt ons dat? Waardoor worden we geraakt?

Ik zag een tijdje geleden een fotootje in de krant van een klein jongetje die met z’n handjes de snaren van een harp vasthoudt. Aan de andere kant van de harp zie je twee volwassen handen de harp bespelen. Het gezicht van die persoon is niet in beeld. Het blijkt de moeder van het jongetje te zijn. De titel van het artikel is ‘Ik wil haar raken’.
De schrijver Willem Jan Otten vertelt dat hij bij deze jeugdfoto heel sterk moest denken aan het schilderij van Michel Angelo van God en Adam in de Sixtijnse Kapel in Rome.
Daarop is te zien hoe de Schepper vanuit een schelpachtige wolk rechts zijn rechterarm uitstrekt naar de linker wijsvinger van Adam. En Willem Jan Otten zegt dan:
‘We zeggen dat God daar doende is te creëren per vingertop. Maar wat we zien is iets anders. Adam is al klaar. De feitelijke scheppingsarbeid is al achter de rug – de eerste mens is al vervaardigd, uit stof, klei, materie, wat hier op dit plafond natuurlijk vooral betekent: uit verf.’ Michel Angelo’s Schepper heeft eigenlijk nog maar één ding in petto: hij wil Adam wekken. Tot bewustzijn brengen, opdat hij beseft dat hij bestaat. En dat de schepping bestaat, en dus God. Het is duidelijk dat het op het schildering nog net niet zover is. Gods blik richt zich op de ruimte tussen de vingertoppen. Adam heeft de dromerige oogopslag van iemand die nog moet ontwaken.
Die ruimte tussen de vingertoppen…  Daar gebeurt het of kan het gaan gebeuren. Dat je geraakt wordt en tot bewustzijn komt, in aanraking met God. Maar willen wij wel geraakt worden? Willen wij God raken zoals dat jongetje de handen van zijn moeder zocht?
In de tekst van Jesaja, vraagt God aan de mens: vertrouw je mij het werk van mijn handen toe? Dat is een cruciale vraag: vertrouwen wij God het werk van zijn handen toe?
Ook al begrijp je niet precies op welke wijze God werkt. De onzichtbare God. De God met de onzichtbare handen. Durf je die te vertrouwen?

Al vanaf het volk Israël hebben volksstammen daar moeite mee gehad. Liever een godenbeeld, ‘eigenhandig vervaardigd’. Dan wist je waar je aan toe was. Het beeld gaf geen antwoord, maar je zag het wel. Een ‘handtastelijk’ geloof. We willen het kunnen vatten, grijpen, begrijpen.

“Maar ‘ik’,” zegt God, “ik (de onzichtbare), noemde jou al bij je naam voordat je mij kende.
Vertrouw je mij het werk van mijn handen toe?” Het is de profeet Jesaja, die God hier laat spreken. Het is zijn eigen geloofservaring dat God het vertrouwen van mensen waard is.
Hij houdt een vurig betoog voor deze God, die hemel en aarde gemaakt heeft. In de hoop dat mensen het vertrouwen zouden hervinden, geraakt door woorden die de ruimte tussen de vingers vullen.

Eeuwen later staat een massa mensen vol vertrouwen bij een man die bekend staat vanwege zijn wonderbaarlijke genezingen. Tja is het vertrouwen? Of misschien ook wel een gevoel van sensatie. Hopen op een glimp van dat spektakel dat je wilt opvangen. ‘Want geloof je echt dat Hij het gaat doen? Iemand genezen? Door de menigte wordt een man naar voren geschoven, die er nogal hulpeloos uitziet. Hij stoot vreemde klanken uit. Niet te verstaan, alleen misschien door diegenen die ‘m kennen. ‘Leg ‘m de handen op, ‘leg ‘m de handen op’, schreeuwt de groep tegen die ene man. En je zegt nog tegen je buurman: ‘denk jij dat Hij het gaat doen.’ En je buurman zegt: ‘Ik weet het niet. Hij ziet er nogal moe uit, net alsof hij het zat begint te worden al deze aandacht.‘ Plotseling staat de hulpeloze man, tegenover de man, van wie de groep veel verwacht. In een grote cirkel staan ze erom heen. Je voelt de spanning. Zo’n moment dat je niet zou willen missen. Nu gaat het gebeuren…. Gaat Hij het doen, hoe gaat hij het doen? En dan… legt die ene man de hand op de schouder van die ander en neemt ‘m mee de kring uit. Loopt weg, van de groep… Neemt hem terzijde, onder vier ogen…. Je zou kunnen zeggen dat de mooiste dingen in het leven zich voltrekken in de intimiteit van onder vier  ogen. Waar je elkaar van hart tot hart ontmoet: vrienden, vriendinnen, grootouders met hun kleinkind, geliefden. Twee personen. Meer is niet nodig. Jezus staat tegenover de dove man. Hij steekt zijn vingers in zijn oren, spuugt op zijn vingers en raakt zijn tong aan. Waarom doet Jezus dat? Is dat niet een beetje overdreven? Nou, als je je verplaatst in die dove man, dan is die gebarentaal van Jezus wel de taal die hij verstaat. Jezus blijft dus in wat hij doet, heel dicht bij die man: (gebaren:) ‘het gaat om je oren, het gaat om je tong,’ probeert hij duidelijk te maken. En dan kijkt Jezus op naar de hemel en zucht. En dan zegt Hij tegen de dove man: Éffatha’, dat wil zeggen: “word geopend.“ Dat is mooi gezegd: ‘word geopend’. Niet: word beter, of vanaf nu af aan ben jij genezen, maar ‘word geopend’. Het lijkt alsof Jezus door zijn blik naar de hemel en die zucht, en de woorden wordt geopend, de weg wil openen tussen die man en God, zodat er op die weg iets kan gebeuren. (Aan)geraakt….

Tijdens onze vakantie in Amerika zaten we met ons gezin in een presbyteriaanse kerk in Philadelphia. Deze kerk heeft een zelfde kerkstructuur als onze protestantse. Er was om 11 uur een moderne eigentijdse dienst, om half 10 was er een traditionele. En niet alleen vanwege het tijdstip kozen we voor de tweede dienst. Een soort praiseband begon. Daarna kwam de predikant iedereen persoonlijk begroeten en startte met een gebed. Vervolgens was er het ontmoetingsmoment. Iedereen maakte kennis met iedereen. Handen schudden, namen uitwisselen en een beetje over je achtergrond. De predikant hield een vrije (uit het hoofd) meditatie, die mij erg aansprak. Het ging over het aanraken van Jezus, zelfs de slip van z’n mantel was voor sommigen genoeg. In het verlengde daarvan noemde hij de gebedsmantels van de joden waaraan loshangende strengen stof je dagelijks herinneren aan de wet. Mocht je het vergeten dan struikel je soms over die strengen, om je weer bij je geloof te bepalen. Of je houdt ze juist stevig vast.

God heeft ons rituelen gegeven, zei hij, die voor ons tastbaar maken dat hij aanwezig is. Zo is ook olie altijd teken geweest van Gods aanwezigheid. Aan die olie is op zich niets heiligs. Het is gewone olie. Het is, zei de predikant: heel mooi dat God zich aan gewone mensen via dingen die je kunt voelen, ruiken, zien, wil bepalen bij zijn aanwezigheid. Hij noemde een voorbeeld uit zijn vorige ge-meente waarin een meisje voor een auto was gelopen. Haar arm was heel erg beschadigd. Er volgden vele operaties. Ze kreeg infecties, nog meer operaties volgden. Door de doctoren werd gezegd, dat haar arm mogelijk geamputeerd zou moeten worden. De gemeente leefde erg mee. De predikant belde de ouders van het meisje op en vroeg: “Wat kunnen wij voor jullie doen? Is het een idee dat ik samen met de oudsten/ouderlingen kom om samen met jullie te bidden, en haar met olie te zalven. Olie is niet heilig op zich, maar staat voor Gods aanwezigheid, dus God is er ook nu bij. Zo wordt de lading voor mij anders dan pretentieuze gebedsgenezers soms doen voorkomen. Geen mirakel, gewone olie is teken van Gods aanwezigheid.

De ouders overlegden met het meisje. Ze vonden het samen een goed idee. De ouderlingen kwamen, ze baden samen en ze zalfden het meisje. De predikant vervolgde niet met een miraculeuze genezing, zoals je misschien zou verwachten. Hij vertelde dat hij maanden later de ouders weer sprak en ze tegen hem zeiden: “die avond was voor ons heel belangrijk. Voor die avond ging alles naar ons gevoel bergafwaarts. En na die avond is het ook nog heel moeilijk geweest. En toch was die avond voor ons achteraf gezien een keerpunt. Het ging voor ons gevoel weer wat bergopwaarts.“ Dat kwam, zeiden ze: ‘omdat we op die avond ons gevoel van wanhoop zijn kwijtgeraakt’
Deze woorden hebben mij echt geraakt: “Op die avond zijn we ons gevoel van wanhoop kwijtgeraakt.”

In alle drie verhalen die ik noemde speelt het geraakt, het aangeraakt worden een rol. Door de handen van God, door de handen van Jezus, door onze handen. Er wordt een bewustzijn geopend, een gevoelige snaar geraakt, een besef van vertrouwen om Gods aanwezigheid te kunnen ervaren ook in de handen van een ander. Handen die heel kunnen maken, misschien niet beter, maar wel in een opening naar God.

Laten we zo openstaan om geraakt, aangeraakt te worden, door God, door Jezus, door de ander. En laten we zelf de ander (aan)raken om daarin Gods handen te zijn en Gods helende kracht door te geven aan elkaar.

De wanhoop voorbij….

Plaats een reactie