ds. Mirjam Sloots: ‘The sound of Silence’ n.a.v. 1 Koningen 19: 1-18

*  Alle-Dag-Kerk, 30 september 2015  *

Voorganger: ds. Mirjam Sloots

‘The sound of Silence’ n.a.v. 1 Koningen 19: 1-18

Lieve mensen van God, broeders en zusters van Jezus Christus,

Hoelang kun je stil zijn? Hoe vaak komt u op een plek waar het helemaal stil is?

In de natuur kun je die ervaring soms nog hebben. Ver weg in een bos of in de bergen op vakantie.

Of een kerk binnenlopen, waar dan zo’n gewijde stilte hangt.

In Nederland vindt sinds 2011 jaarlijks een ‘dag van de stilte’ plaats op de laatste zondag van oktober. Dat is dit jaar op 25 oktober. Het is de dag waarop de wintertijd ingaat. We hebben op deze dag een uur extra. Dit uur kunnen we gebruiken voor stilte, zo staat er op de website te lezen.

Ik had er nog niet eerder van gehoord, maar ik vind het een aardige gedachte. Zo’n dag van de stilte en dat extra uur gebruiken voor stilte. Op de website www.dagvandestilte.nl staat: ‘Stilte is universeel, zij is van niemand en van ons allemaal. Zij verbindt mensen met elkaar, ongeacht cultuur, religie of politieke overtuiging.’

Stilte die verbindt.

Hebben we dat niet allemaal heel erg nodig op dit moment?

Stilte die verbindt.

We leven in een rare tijd, met zoveel schokkend nieuws en beelden en meningen die over elkaar heen buitelen, dat de behoefte om eens even stil te staan en bij te komen en rustig na te denken en dingen op een rijtje te zetten bij veel mensen groeit.

Ik merk het op Facebook, waar het bericht ‘15 vragen en antwoorden voor wie de draad kwijt is in het vluchtelingendebat’ heel veel gedeeld wordt.

Veel mensen hebben behoefte om in alle rust hun eigen standpunt te kunnen bepalen op basis van goede achtergrondinformatie. Je niet mee laten slepen door angst of schreeuwerige berichten, maar in alle rust bepalen: ‘Wat is er aan de hand?’
Wat moet er gebeuren? Wat kan Europa en ons land het beste doen? Wat kunnen wij persoonlijk het beste doen?.’

Even stilstaan en je kop niet gek laten maken….

Soms kun je leren van de geschiedenis – zelfs het dagblad Trouw ziet in de massale vluchtelingenstromen een parallel met de Bijbelse Exodus. En in hetzelfde blad werd Duitsland benoemt als de barmhartige Samaritaan.
Er hangt een besef in de lucht dat wat er nu gebeurt ons iets wil zeggen, een appèl doet aan ons gelovig geweten. Zelfs dat dit een cruciaal moment kan zijn in onze geschiedenis. Hoe kijken we later terug op dit moment? Hebben we net op tijd gedaan wat nodig was, of gaan wij de geschiedenis in als een generatie, die op een cruciaal moment niet wist te handelen?

Als het volk Israël aan Babels stromen zit, verbannen uit eigen land, ver van Jeruzalem en de tempel, dan komen de vragen: hoe heeft het zover kunnen komen?

De profeet Elia leefde in de 9e eeuw voor Christus. Zijn geschiedenis wordt achteraf van een profetisch commentaar voorzien, zoals dat in het boek 1 Koningen opgetekend staat. Hoe kon het toch dat zelfs een grote profeet als Elia niet bij machte was om het volk Israël terug te brengen naar die Ene God?

De ultieme test heeft net plaatsgevonden op de berg Karmel. ‘Wil de echte God opstaan?’ was de vraag van Elia. Maar Elia moet nu vrezen voor zijn eigen leven. Koningin Izebel wil hem ombrengen en Elia vlucht voor zijn leven, naar Juda.

En dan vindt er iets opvallends plaats: Elia laat zijn knecht daar achter, gaat zelf een dagreis de woestijn in en bidt dan tot God om te mogen sterven: ‘Neem mijn leven Heer, het is genoeg geweest.’ Ik ben niet beter dan mijn vaderen. Neem mij weg…“

Wat is er in het hoofd van Elia omgegaan? Waarom wil hij niet verder?

Ik moest ineens denken aan Joost Zwagerman, de bekende schrijver, wiens vader ooit een zelfmoordpoging deed. Hij vertelde dat door zijn eigen depressies hij zich beter kon voorstellen dat zo’n gedachte in je op kan komen. Hij beschreef die depressie als een ‘Ravage in je hoofd. Iets neemt het over.’ Zijn vrienden vragen zich af of ‘iets’ het overgenomen heeft van Joost Zwagerman, toen bleek dat hij zijn eigen leven beëindigd had.

Het lied van Simon en Garfunkel ‘The Sound of Silence’ begint met: ‘Hallo duisternis, mijn oude vriend, ik kom weer met je praten.’ Dat raakt me meteen zo’n zin: ‘Hallo duisternis, mijn oude vriend’. Daarmee wordt iets uitgedrukt als: ‘ik heb ervaring met duisternis, met donkerheid, met tegenslag en teleurstelling’, je herkent het bijna als een oude vriend.

Elia heeft ook een doodswens, maar net op tijd raakt een engel hem aan en spoort hem aan om zijn reis te vervolgen. Je zou iedereen die met duisternis te maken heeft, zo’n engel gunnen.

De engel zegt tegen Elia: ‘Sta op, eet en drink want de weg is lang.’

Veertig dagen en veertig nachten, een tijd van bezinning, gaat Elia totdat hij bij de berg van God uitkomt: de Horeb. Daar verschuilt hij zich in een grot. Er komt van alles op hem af. Alle godsbeelden komen voorbij: storm, vuur, aardbeving, maar daarin is God niet.

‘Kom naar buiten Elia’, ’sluit je niet op, verberg je niet’, maar kom naar buiten.
Zo voelt Elia zich innerlijk aangesproken.

Kunstenaar Harbert Booij maakte een indrukwekkend schilderij van het tevoorschijn komen van Elia. Je ziet een gestalte die zich omhuld heeft en omgeven wordt door zachte windvlagen. Voor zich ziet hij een opening van donkere rotsen in een stormachtige wind en vuurvlammen. Daar moet hij doorheen.

De zachte omhullende stilte van Gods aanwezigheid, haalt Elia er doorheen.
Willen we de waarde van de stilte leren ervaren dan moeten we onszelf tot zwijgen brengen. Onszelf aan de stilte wagen, ons aan de stilte uit handen geven.
Ons toevertrouwen aan een stilte, waarin God aanwezig is.

‘En in die stilte hoorde ik de stem van God’, zegt Elia, ‘de stem van een zachte stilte.’

Deze ervaring blijkt in Elia’s leven een keerpunt en breekpunt te zijn geweest. Voor de vervolgde profeet breekt de toekomst open. Hij ontstijgt de nauwte van de angst. In het hart van de stilte hoort hij de opdracht om zonder angst op zijn schreden terug te keren en zijn weg te hervatten om beslissingen te nemen met ingrijpende religieus-politieke gevolgen.

De Joodse vrouw Etty Hillesum schreef op 29 maart 1942, dus te midden van de 2e Wereldoorlog: ‘Men moet ondanks de vele mensen, de vele vragen, altijd een grote stilte met zich meedragen, waarin men zich steeds terugtrekken kan, ook te midden van de grootste drukte.’

Simon and Garfunkel schreven hun lied ‘The Sound of Silence’ (het geluid van stilte) nadat President Kennedy vermoord was. En je kunt je voorstellen dat er een grote stilte is gevallen toen. Met de vraag wat nu? Het land was in diepe rouw gehuld.

Wat was er overgebleven van het visioen?

Maar het lied vervolgt na de duisternis als volgt:

‘Een visioen plaagt me. Dat visioen laat zijn zaad achter terwijl ik slaap. En het visioen is geplant in mijn gedachten. Is dat het visioen van Kennedy, van een vreedzamer wereld? Is dat hetzelfde visioen als van de profeet Jesaja en Elia? Het visioen dat ook Jezus voor ogen heeft?

In het lied volgt een droom waarin de nacht in tweeën wordt gespleten
door het geluid van de stilte.

De stilte in dit lied vraagt om iemand die in die stilte durft te spreken.
In de stilte spreekt God tot Elia. De stilte vraagt om een spreken. Een innerlijke goddelijke stem.
Waarvan uit je de balans kunt opmaken in je eigen leven.

‘En de woorden van de profeten zijn als een teken’, zingen Simon en Garfunkel, ‘die nog steeds op de muren van de metro en de flatgebouwen staan.’ Je zou in dit kader president Kennedy een profeet kunnen noemen. Zijn woorden, zijn visioen, klinkt nog steeds door.

Hoe ervaren wij de stilte? De stilte kan aan de ene kant moeilijk en zwaar zijn, bijvoorbeeld als je iemand mist. Maar in die stilte kan ook Gods stem verstaan worden. Dat dubbele gevoel van de stilte wordt prachtig bezongen in een lied op de melodie van ‘The Sound of Silence’. Het heet ‘Stilte’ en wordt ten gehore gebracht door ‘Kithara’, vier zangeressen die zichzelf begeleiden op gitaar. De tekst klinkt als volgt:

In het midden van de nacht
Heer, fluister ik uw naam heel zacht
Want U neemt mij aan zoals Ik ben
U kent mij zoals niemand kent
Ik ben bang Heer
Want de nacht is kil en koud
Zo benauwd
Ik hoor alleen maar stilte

De mensen gaan gewoon maar door
Er is niemand die mij hoort
Niemand die mij verwarmen kan
Heer wat duurt de nacht ontzettend lang
Want ik zie geen ster aan de donkere hemel staan
en zelfs geen maan
Ik hoor alleen maar stilte

Maar in de stilte zegt U mij
Mijn lieve kind, ik ben dichtbij
In de stilte zal ik bij je zijn
Met je delen in je angst en pijn
Door te zwijgen zal je horen wat ik wil
Wees daarom stil
Ik spreek tot jou in Stilte

Dank Heer, dat ik nu weet
Dat u nimmer mij vergeet
Dat door zwijgen ik spreken kan
Dat door luisteren ik horen kan
Dat de stilte waardevol kan zijn
U vult mij met uw woord in stilte

Is de nacht dan nu voorbij?
Nam U mijn angst weg van mij?
Ja, de stilte is anders stil
De nacht is koud, maar niet meer kil
En ik weet nu dat hier in de stilte
Gods woorden juist aanwezig zijn.
U spreekt tot mij
Dank U voor de Stilte

Amen

Plaats een reactie