ds. Mirjam Sloots: ‘Zorgeloos?!’ n.a.v. Matteüs 6: 25-27

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 8 juni 2016  *

Voorganger: Ds. Mirjam Sloots

Zorgeloos?!’ n.a.v. Matteüs 6: 25-27

25. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding? 26. Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? 27. Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?

Ter inleiding
Het thema van deze dienst is: Zorgeloos?! Met een vraagteken en een uitroepteken. Dus laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Wie van u voelt zich vandaag zorgeloos? Zorgeloos gevoel associeer ik met vakantie, helemaal vrij. Even nergens aan denken…. Kan voor iedereen anders zijn. En soms is het helemaal niet mogelijk om zorgeloos te zijn. Wat kunnen we dan met een uitspraak van Jezus ‘Wees niet bezorgd! Let op de vogels in de lucht of de bloemen op het veld.’ Waarom zegt hij dat? Is dat wel reëel? Beweegt ons leven zich niet tussen de behoefte aan zorgeloosheid en het vraagteken. Tussen Kyrie en Gloria?

Ik kwam een YouTube-filmpje tegen dat naar mijn mening een mooie link is naar wat Jezus bedoelt. Het gaat om een bepaalde blikrichting.
De titel van het filmpje is: “what’s that” . In het Nederlands ’Wat is dat?’
Het verhaal begint met een vader en een zoon die op een bankje in een grote tuin voor een landhuis zitten. De vader is oud en de zoon, ik schat een jaar of 35, leest de krant. De oude vader ziet een vogel in een struik en vraagt: ‘wat is dat?’.
De zoon kijkt op en zegt: ‘dat is een mus.’
Na een tijdje vraagt de vader opnieuw, kijkend naar de vogel: ‘wat is dat?’
En de zoon kijkt nog eens op van zijn krant en zegt met een oog op de vogel, een lichtelijk geïrriteerd: ‘dat zeg ik toch: een mus’.
Hij gaat de krant weer lezen. Zijn oude vader kijkt nogmaals naar de vogel en vraagt: ‘Wat is dat?’ Nu slaat de zoon nijdig de krant dicht en zegt boos tegen z’n vader:
‘Wat wil je nou toch? Ik heb je toch allang gezegd dat het een mus is.’
De oude vader gaat weg en loopt naar het landhuis. Hij komt terug met een oud boekje, hij slaat het open en tikt op een bepaald gedeelte van de bladzijde en zegt tegen zijn zoon: ‘lees hardop’.

De zoon leest: ‘mijn jongste zoon was drie jaar en zat naast mij op een bankje. Hij zag een vogeltje en vroeg me: ‘wat is dat?’ Ik zei: een mus. Maar die kleine jongen vroeg opnieuw: ‘Wat is dat?’ En ik zei opnieuw: een mus. In totaal vroeg hij het me 21 keer en elke keer gaf ik bij de aanblik van dat onschuldige gezicht van mijn jongen hem een knuffel en zei: ‘een mus.’ De (35-jarige) zoon kijkt naar zijn oude vader, zichtbaar ontroerd. Geeft hem een kus op zijn hoofd en een knuffel.
Dit verhaal ontroert mij, omdat het zo prachtig weergeeft, hoe hetzelfde kan gebeuren, maar met een andere blik beoordeeld wordt.

Lieve mensen van God, broeders en zusters van Jezus Christus,

Een wijze journalist werd eens gevraagd iets te vertellen over goed en slecht nieuws.
Hij nam een groot wit doek en zette er met viltstift een zwarte punt op (laten zien).
Wat ziet u? vroeg hij aan de omstanders.

Een zwarte punt, zei iedereen. Niemand noemde het grote witte vlak er omheen.

Veel mensen klagen over de grote hoeveelheid slecht nieuws, die we via de krant en de televisie voorgeschoteld krijgen. Want er gebeuren toch immers ook zoveel mooie dingen, als je om je heen kijkt. Deze komen echter zelden in het nieuws. Er is meer aandacht voor het ene vliegtuig dat neerstort dan voor de duizend die wel veilig aankomen.
Zo worden wij gedwongen om alleen de zwarte stip te zien en niet het grote witte vlak erom heen.

Als ik tegenwoordig naar het jeugdjournaal kijk, word ik er niet vrolijk van. Een vliegtuigongeluk, kinderen die vermist worden of misbruikt en voor hun leven verminkt.
Het is natuurlijk goed om kinderen wereldwijs te maken, maar is zoveel slecht nieuws goed voor de levenshouding van het kind? Kinderen wordt een stukje van hun veilige jeugd ontnomen. Ook kinderen – zo blijkt – leven niet meer in een gevaarloze windstille zone.

Bij al het wereldnieuws, lijkt het nieuws over een kind dat vermist wordt mensen extra te raken. Het komt heel dichtbij. De gedachte dat zoiets ook je eigen kinderen of kleinkinderen kan overkomen ligt voor de hand. Toch houden we het meestal ver van ons, die gedachte.
Maar op zulke momenten worden we er weer bij bepaald dat we weliswaar een heleboel kunnen regelen, een heleboel voorzorgsmaatregelen kunnen treffen, heel voorzichtig kunnen zijn, ons verzekeren tegen allerlei onheil – maar dat we niet alles in de hand hebben.
En dat rampen ook ons kunnen overkomen. Daar valt geen verzekering tegen af te sluiten.

We leven in een wereld zo lijkt het, waar we bitter weinig invloed op kunnen uitoefenen.
Tenminste als het gaat om de dingen waarbij als het er echt op aan komt en als het gaat over de echt belangrijke dingen, de dingen die ons leven helemaal overhoop kunnen gooien.
Je kunt zomaar naar de dokter gaan en horen dat er niets meer aan te doen is.
Je hoort dat je niet meer thuis kunt blijven en naar het verpleeghuis moet. Ook dat is een dramatische verandering. Er kan zomaar een telefoontje komen dat een familielid of vriend naar het ziekenhuis moet, of dat iemand is overleden. Je relatie kan zomaar stuklopen, ook al ging je ervan uit dat het voor altijd zou zijn. Een bedrijf reorganiseert en jij bent boven de 50, ineens niet meer nodig.

Het gaat steeds om de angstige gewaarwording dat je de loop van je leven niet zelf in de hand hebt. We kunnen ons verzekeren, ons indekken, leven in de illusie dat we de boel onder controle houden, dat de echt erge dingen niet binnen de muren van ons huis komen. Tot er iets gebeurt. Op zo’n moment komt het erop aan. Op dat soort momenten blijkt wat de werkelijke waarde is in ons leven. Wat onze kijk op het leven bepaalt.

Bezorgdheid om ons leven en degenen die ons dierbaar zijn, het kan ons in de ban houden.
Onze ogen worden getrokken naar de zwarte stip op het witte doek. En dan zegt Jezus, schijnbaar luchtig in de tekst van vanmorgen: Weest niet bezorgd! Maar dat zijn we juist wel.
De zorgeloosheid van de bloemen op het veld en de vogels en vlinders die fladderen door de lucht, het staat ver van ons af; die zorgeloosheid lijkt goedkoop en valt ons zwaar. Hoe kun je nou niet bezorgd zijn in deze wereld, met alles wat ons kan overkomen of overkomen is? Is dat niet wereldvreemd?

Maar Jezus woorden over niet bezorgd zijn, komen niet uit de lucht vallen. Zij volgen op andere woorden van Jezus, over de manier waarop wij mensen de wereld en eigen leven bekijken. Wij kijken met onze ogen. En Jezus noemt het oog, de lamp van het lichaam.
Wanneer je oog alleen duisternis ziet, dan wordt heel je lichaam en dus ook je geest bepaald door die duistere blik. Wie met een zuiver oog kijkt, verlicht zijn hele lichaam.
Bezorgdheid, zo stelt Jezus, vertroebelt je blik. Een bezorgdheid die je leven in een angstige greep houdt. Angstvallig probeer je je leven in de hand te houden. En juist dat vertroebelt je blik, stelt Jezus. Want wie kan zijn eigen leven of dat van anderen in de hand houden?
Een heldere blik, een heldere kijk op het leven, begint met het loslaten van dat idee.
Het loslaten van het idee dat we toch op de een of andere manier nog invloed zouden kunnen uitoefenen op die grote dingen die ons kunnen overkomen, die calamiteiten, die rampen die ons leven door elkaar schudden.

We kunnen beginnen met het loslaten van de gedachte dat, als we het juiste recept maar zouden weten, we de dingen nog in de hand zouden kunnen houden. Een heldere kijk op het leven begint met onszelf loslaten, onszelf en allen die ons lief en dierbaar zijn los te laten en toe te vertrouwen. Vertrouwen, daar begint het mee. Met het je met huid en haar, met lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid toe te vertrouwen aan de God van hemel en aarde, die Jezus als zijn Vader beschouwt. Vertrouwen voorop, vertrouwen als basis. Ook als het allemaal heel anders gaat dan je dacht of hoopte. Of als je er helemaal niets meer van begrijpt. Vertrouwen. Vertrouwen dat Hij je draagt, dat Hij het goede met je voor heeft, dat God je zal opvangen, uiteindelijk als je valt, dat Hij je houvast is als al het andere wegvalt.

Toevertrouwen dat doe je aan iemand die van je houdt. Zoals een kind zich toevertrouwt aan vader of moeder. Toevertrouwen. Ook al begrijp je het niet. Ook al had je voor jezelf of voor je levenspartner, je kinderen, je vrienden – of zelfs voor die onbekende mensen in verre plaatsen of landen het zo heel anders gedacht – ook al lijkt het alsof geen van je gebeden verhoord wordt – met dat onvoorwaardelijke vertrouwen, daar begint het mee. En daar eindigt het ook mee. Daar staat en valt alles mee. Met de vraag of je je aan God toevertrouwt. Of je Hem durft te aanvaarden als de betrouwbare, die zichzelf heeft laten kennen in Jezus Christus.

Een heldere kijk op het leven is dan, dat je erop vertrouwt dat in de chaos van het leven, bij alle rampen die er kunnen gebeuren, bij alle onzekerheid en angst en pijn, God je leven draagt en uiteindelijk zal leiden naar zijn bestemming. Dat Hij erop uit is dat je door alle donkerheid die er soms is, heen, de mens wordt zoals je bedoeld bent. Alleen dat vertrouwen geeft innerlijke vrede, uit de beklemmende bezorgdheid vandaan.
Wie zichzelf durft los te laten en toe te vertrouwen aan God, die krijgt een andere kijk op het leven. Onze blik ontspant, wordt verruimd. Niet langer in de ban gehouden van de zwarte stip, de zwarte vlek in ons bestaan, maar met zicht op het witte doek.

Het witte doek staat voor de mooie dingen in het leven hier en nu en uiteindelijk het witte licht achter de horizon van ons bestaan, in het eeuwige leven bij God.

Durft u zich toe te vertrouwen aan God?

Amen