ds. Niek Scholten: ‘Toekomst zien’ n.a.v. Jesaja 40: 1-11

Alle-Dag-Kerk, 9 december 2015

Voorganger: ds. Niek Scholten, Amsterdam

‘Toekomst zien’ n.a.v. Jesaja 40: 1-11

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De Messiah van Händel opent ermee, met die troost: Comfort ye, my People’. Prachtige, inderdaad troostende muziek.

Eigenlijk muziek voor Advent – met kerst ben je (om zo te zeggen) al ‘te laat’. Het eerste deel van de Messiah staat immers bol van teksten als deze. Ze zeggen allemaal: er is een ommekeer op handen, de huidige misère zal niet langer zo blijven.

De kunst van het verwachten is dat. Toekomst zien. Dat het goed komt.

Dat zie je niet in onze realiteit. Die is verwarrend. Die is donker gekleurd. Zoals de dagen van december. Onze situatie is ingewikkeld. We raken verstrikt in geweld, in foute bondgenootschappen, in héél foute wapenleveranties. En uit de brandhaarden komt een eindeloze stoet ballingen onze kant op.

Denk niet dat dat uniek is voor onze tijd. In Jesaja’s tijd was het precies zo.

De kunst van het verwachten, toekomst zien – dat is dan niet minder dan een wonder dat je kan overkomen. Jesaja maakt dat wonder mee, tot zijn eigen verbazing ziet hij toch toekomst. Niet ergens in een lichtpuntje in zijn wereld, maar in wat God hem zégt.

Dat klinkt als een grote tegenstelling – en dat is het ook. Het ligt niet voor de hand dat we optimistisch zijn, tenzij je je kop in het zand steekt.

Maar deze werkelijkheid in al zijn verdriet en wanhoop en wanórde serieus nemen, onder ogen zien en toch toekomst zien, daar komt de ‘Geest des Heren’ aan te pas.

Toekomst zien? ‘De mensen zijn toch als gras, het zal verdorren en verwelken – je bent toch in een zucht weer van deze aardbodem verdwenen?’, zegt iemand. Misschien Jesaja zelf. Wat zul je roepen over een keer ten goede als onze toekomst toch alleen maar de dood is?

En dan klinkt die tegenstem, dat dwarse, geluid dat uit de hemel komt: ‘Inderdaad: gras ís het mensenvolk! Gras zal verdorren, een bloem verwelken, maar het woord van onze God zal altijd opstaan!

Er zal altijd een stem íngaan tégen hoe het is onder de mensen en met de mensen en tussen de mensen. De ruzies, de liefdeloosheid, de verwijdering en de onmin tussen mensen – daar gaat een stem tegenin.
‘Troost, troost mijn volk’, zegt die stem. Bij alle verdriet en tegenslag is niet een bitter zwijgen het laatste, maar een stem die zó roept! Het zijn de eerste woorden aan het einde van een ijzingwekkende, Godverlaten stilte. Zij zijn het eerste licht aan het einde van een stikdonkere nacht. Een hand die je wordt gereikt toen je dacht dat je zou verdrinken.

Een troost die niet sust, maar vertrouwen wekt.

Een troost die de mogelijkheid uitschreeuwt dat we een weg kunnen vrijmaken in deze woestijn voor God: voor liefde en gerechtigheid die opnieuw onze wereld binnen komen. Báán zo’n weg. Verlaag de bergen, hoog de dalen op. Effen het bultige.

Want de bergen waar je tegenop ziet, zullen geslecht worden. De diepe kloven tussen mensen, tussen wanhoop en hoop, tussen defaitisme en moed, worden overbrugd. Er moeten wegen komen, réchte (rechtvaardige) paden naar elkaar. Om elkaar te bemoedigen en de hand te reiken. Zó dat de één de ander weer op gelijke hoogte in de ogen kan zien.

Er komt een nieuw begin: schuld en beschuldiging die tussen mensen in staan, schuld naar God toe – hij doorbreekt het zelf. We mogen thuis komen in het leven, thuis komen bij onze lieve Heer, thuis komen bij elkaar, bij bekenden én vreemden!

Want alle schuld én beschuldiging zijn nu wel eens voorbij. Nu is het wel genoeg daarmee: met dat elkaar de maat nemen en elkaar op een weegschaaltje leggen.

Letterlijk zegt Jesaja: je zult zien hoe God zijn gewicht in de schaal legt: zijn liefde, zijn kracht om opnieuw te beginnen, zijn toekomst.

Zo mag de Advent voor ons zijn; toekomst zien, niet het verleden en zelfs niet het heden doorslaggevend laten zijn.

Er komt iemand, je mag iemand verwachten, die nieuw leven brengt, nieuw leven is.

Amen

Plaats een reactie