ds. Pieter Boomsma (Amsterdam): “Toch zal ik juichen” n.a.v. Habakuk 3: 17-19

* Alle-Dag-Kerk Amsterdam, Middagpauzedienst 28 oktober 2020 *

Voorganger: Ds. Pieter Boomsma (Amsterdam)

Thema van de meditatie: Toch zal ik juichen n.a.v. Habakuk 3: 17-19

Heerlijk, ik mag vandaag naar mijn werk,’ zei een jonge buurvrouw kort geleden. Al lange tijd werkte ze thuis, op driehoog, en ze vond het geweldig dat ze nu weer haar collega’s zou ontmoeten. Vorige week sprak ik haar weer: ‘De muren komen op me af’, zei ze.

En dat gevoel van beklemming, van geen kant uit kunnen, van beperking, zullen veel mensen waarschijnlijk wel herkennen. Leven met vragen als ‘wanneer komt er een einde aan, hoelang gaat dit nog duren?’ Bedenken dat je alles verliest, wanneer je ook nog de moed verliest.

De profeet Habakuk zou onze buurvrouw, die ‘de muren op zich af ziet komen’ be­grijpen en hij zou voor haar een goede pastor kunnen zijn. Sprekend uit eigen ervaring.

Hij leefde omstreeks 600 voor Christus, in Juda. In het Bijbelboek dat naar hem is ge­noemd, wordt beschreven hoe ellendig het is in het land in die dagen. De Chaldeeën zijn als een tsunami over het land gedenderd en hebben het bezet. Aan onrecht en geweld lijkt geen einde te komen. De vraag waarom onschuldige mensen zoveel kwaad moeten verdragen houdt de profeet bezig.

Waarom? Waar hebben we het aan verdiend?  Is corona een straf van God? Of is het een wekker-roep, die ons duidelijk maakt dat het echt anders moet, dat we onze aarde niet langer kunnen uitbuiten. Ideeën genoeg, complottheorieën te over. Het zal in de tijd van Habakuk ook wel zo zijn geweest. Maar zelfs al weten we precies hoe en waarom, dan verandert dat nog niets aan de situatie. Dan voelen we ons nog steeds even machteloos. Weinig fysiek contact mogelijk. Geen geknuffel met kinderen, klein­kinderen en/of goede vrienden. Dreigende faillissementen, lege winkelstraten.

Waar blijft dat effect nou? Het coronavirus reageert traag op nieuw beleid’, las ik in een bericht .

Je hoort het Habakuk haast roepen: ‘Hoe lang nog, HEER, moet ik om hulp roepen en luistert u niet, moet ik ‘Geweld!’ schreeuwen en brengt u geen redding?’ Met die woorden begint het boek Habakuk.

Hoe zou deze profeet onze reacties vinden? Of het nu gaat om de protesteerders op het Malieveld of om de mensen die zuchtend en klagend uitzien naar betere tijden? Misschien mensen zoals wij?

Hij zal vast niet zeggen dat wij ons niet moeten aanstellen omdat het allemaal nog veel erger kan. Dat is misschien wel zo, maar zo’n houding, zo’n uitspraak helpt niet. Habakuk nodigt ons uit om – net als hij – het anders aan te pakken. Niet berusten, niet alleen maar komen met ‘niet klagen, maar dragen en bidden om kracht’. Je moet dat maar kunnen opbrengen.

Nee, Habakuk doet het net als Jezus zo’n 600 jaar later. In die tijd – rond het begin van onze jaartelling – was het land bezet door de Romeinen. Wie zich niet goed ge­droeg in de ogen van de bezetter, kon het ergste verwachten. Jezus, op wie de bezet­ter geen grip krijgt, wordt gekruisigd. Een ellendige dood, die voor ons vrede en bevrijding inhoudt – bij God thuisgebracht worden. Maar in die ellende wordt Jezus niet moedeloos of bitter, hij richt al zijn gevoelens, al zijn pijn, al zijn moeite op zijn Vader: ‘MIJN GOD, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ MIJN God. Niet : ‘Waarom overkomt dit mij? Als het zo moet, laat dan maar …’ Nee: ‘MIJN God’. Bij u moet en wil ik zijn. Van u verwacht ik alles.

Zo eindigt ook Habakuk. Middenin alle ellende klinkt zijn gebed:

Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn ….
toch zal ik juichen voor de HEER

Al is het knarsetandend, maar God zal ik danken, want hij is mijn helper en mijn be­vrijder.

Deze houding is niet een probleemoplosser, maar wie zo, gericht op de Levende, het hoofd biedt aan moeilijkheden, mag verwachten dat God doet wat hij in Jezus beloofde: ‘.. ik ben met jullie ..’ – ook als de muren op je afkomen.

Hou dus moed en blijf gericht!

Plaats een reactie