ds. Pieter Terpstra: ‘…. over je grens laten gaan …’ n.a.v. Ruth 1

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 2 november 2016  *

Voorganger: ds. Pieter Terpstra, Heemstede

‘…. over je grens laten gaan …’
n.a.v. Ruth 1

Over grenzen gaat het vanmiddag.
Lastig genoeg, in een tijd waarin vrijheid een veelgeprezen goed is. Vrijheid van mening, van geloof en van individualiteit. Allemaal waarden die ons dierbaar zijn.
En toch: ook die vrijheid kent grenzen – ook als we ze zelf niet kennen. Meestal ervaren we dat pas als we ze raken – of overschrijden. Dán is de boot aan.

Vaak zijn het lastigheden die mensen over grenzen laat gaan. Of crises.
En dan wordt het ingewikkeld welke grenzen je wilt bewaren of bewaken. Kijk maar eens naar de vragen die leven rond de vluchtelingen uit het Midden Oosten. Welke waarde gaat voor: die van gastvrijheid of die van eigenheid?

Langzaam maar zeker is het gesprek verschoven: van zorg en aandacht voor hen die op de vlucht geslagen zijn, naar zorg om de eigen toekomst. Dat is niet per se erg. Als die twee “zorgen” maar met elkaar in gesprek blijven.
Als de één maar niet tegen de ander wordt uitgespeeld.

Het is spannend om te midden van al die zorgen en spanningen het boekje Ruth open te slaan. Ook daar gaat het over honger, over vluchten. Over grenzen.

En zoals in de Europese crisis – want zo heet het meer en meer: een vluchtelingencrisis. En dat is veelzeggend! Is het nodig om de tijd even te schetsen.

In de tijd dat de rechters het volk leidden, brak er een hongersnood uit in het land.
In onze bijbel – let op dat is niet de oorspronkelijke volgorde, in de Hebreeuwse bijbel staat het boekje verderop…- volgt die zin op de laatste van Rechters: In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was.

Een koning-loos volk dus. Principe-loos lijkt het wel. Opportunistisch.
Wie de bijbel een beetje kent weet wat er gebeurt: dat gaat niet goed. En zo is het dan ook: er komt honger.

Zelfs uit Bethlehem trekken mensen weg.
Bethlehem – broodhuis.
En daarmee wordt het tot meer dan een verhaal over vluchtelingen alleen, of over honger. Daarmee wordt het een verhaal voor iedereen.

Wat doe je als je vastloopt? Als je bron opdroogt?

Elimelech zoekt de grens op – nee: hij gaat een grens over. Grenzen die veiligheid bieden – identiteit scheppen. Dít is mijn land, dít het jouwe.
Als jij nou daar blijft en daar doet wat jij wilt, dan doe ik dat hier.

Elimelech gaat de grens over – dat verwart, dat stoort.
Zoals ook vandaag de grensgangers ons verwarren en storen.
Ons wakker houden. Van ons zo beschaafde volkje angstige schreeuwers maken.

Elimelech (de Heer is koning) gaat naar Moab.
Zo radeloos kun je dus zijn: dat je de grens over gaat. Je veiligheid verlaat en op weg gaat. Dat klinkt zo mooi. Want Out of the box is helemaal hip. Totdat je het doet. Totdat duidelijk wordt wat het betekent. Elimelech gaat naar Moab. Dat is out of the box in het kwadraat. Moab – is het volkje dat in de Bijbel berucht is, omdat ze het volk in de woestijn niet te eten gaven.

Ik weet niet wat de bijbel nou van deze weg vindt.
Wat ik zie is dat de man die zijn leven probeert te redden, het verliest. Hoe dapper ik zijn poging ook vind – hoe moedig ook: de ene na de andere man sterft. Eerst Elimelech en daarna zijn zonen. Probeert het boekje ons te zeggen wat die man van Bethlehem eeuwen later zegt: dat een mens leeft van meer dan brood alleen?

Het wrange van crises is dat die vaak duidelijk maken waar het op aan komt.
Waar het om gaat. Het verhaal van Ruth doet dat ook.

Waar hoor ik bij? Waar hoor ik thuis?
Het is de vreemdeling – de ander – de mens die niet is zoals ik – die een weg wijst.
Als de weduwe terugvalt op oude zekerheden, ze wil terug naar Bethlehem – laat Ruth zien waar leven te vinden is.
Namelijk daar waar mensen elkaar niet ontbreken. Als de oorlog komt, en ik dan moet schuilen, mag ik dan bij jou?

Dát is de weg die Ruth wijst: dat je bij elkaar mag, als het erop aankomt.

Toen ik hier wegging, had ik alles zegt Naomi – die zichzelf Mara laat noemen.
Toen ik hier wegging had ik alles, maar de Heer heeft me met lege handen laten terugkeren

De lieflijke laat zich de Bittere noemen. En verbitterd is ze. Want zij heeft niet door wat er aan de hand is. Zij heeft niet door dat de Eeuwige niet in Bethlehem te vinden is, dat de toekomst niet daar is waar het brood is, maar daar waar mensen medemensen zijn.

De vreemdeling wijst de weg naar God. Daar waar je het niet verwacht. Dát is wat Ruth 1 ons wil duidelijk maken. Dat God, dat zijn zorg, over grenzen heen gaat.

Amen