ds. Riegonda van Welie-Kaai (Warmond): “De boom van kennis van goed en kwaad”, n.a.v. Genesis 2: 15 – 3: 9

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 16 augustus 2017  *

Voorganger: Ds Riegonda van Welie-Kaai (Warmond)

De boom van kennis van goed en kwaad‘, n.a.v. Genesis 2: 15  –  3: 9

Gemeente van Christus.
God plaatst de mens in ons bijbelverhaal in de tuin van Eden, om deze te bewerken en erover te waken, zo staat er. God vertelt de mens dat hij van alle bomen in deze tuin mag eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad. Na een tijdje komt de slang in ons verhaal naar voren: het sluwste, slimste dier van alle dieren. En de slang vraagt aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’

‘We mogen van de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordt de vrouw, behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven. ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zegt de slang. Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis hebben van goed en kwaad….

De vrouw kijkt naar de boom. De vruchten zien er toch wel heerlijk uit. Ze zijn een lust voor het oog. En ja, de slang vertelt de mens dat door die vrucht zij als de goden zullen zijn, en ja, de vrouw vindt dit, met het door de slang vertelde in haar achterhoofd dan ook toch zeker wel heel aantrekkelijk dat de boom de mens machtige wijsheid zou schenken. ‘Als de goden zijn, zo machtig zijn’… Ze plukt een paar vruchten en eet ervan. Ze geeft ook wat aan haar man, die bij haar is, en ook hij eet ervan. Dan gaan hun ogen open en ontdekken ze dat ze naakt zijn….

Het blijft altijd een fascinerende vraag waarom God die boom nu in die tuin heeft geplaatst. Het klassieke antwoord op die vraag is om de gehoorzaamheid van de mens aan God te beproeven, te testen. Volgt de mens de bevelen van God op of is de mens ongehoorzaam aan God? Doorstaat de mens deze proef? Toch komt uit deze interpretatie van ons verhaal een soort van blindelingse gehoorzaamheid op ons af. God verbiedt de mens om van die boom te eten, maar de mens weet eigenlijk niet waarom hij dat niet mag. Moet de mens dan van God blindelings bevelen opvolgen, en zijn verstand uitschakelen: dat is toch niet de boodschap van dit bijbelverhaal?

Nu, laten we eens kijken: wat betekent die boom precies, de boom van kennis van goed en kwaad? Wel, deze boom is niet zozeer, zoals ik vroeger altijd dacht, de boom van de ethiek. God wil niet verhinderen dat de mens het onderscheid kent tussen goed en kwaad, tussen recht en krom, tussen rechtvaardig en onrechtvaardig. Nee, deze kant wil het paradijsverhaal niet op. De boom van kennis van goed en kwaad staat eerder voor de boom van goddelijke kennis, van hogere kennis, van kennis zoals ze dachten in die bijbelse tijd dat de goden die hadden van goed en kwaad, waardoor je macht hebt in de wereld, waardoor je de wereld een bepaalde kant op kunt sturen. De boom van kennis van goed en kwaad, het is de boom van: kennis is macht. De boom van goed en kwaad heeft hier te maken met de machtige kennis en wijsheid zoals een god of de koning die bezit. Ja, de slang verklapt het al: door het eten van de vrucht van deze boom zullen jullie als de goden zijn…. De slang spreekt hier sluwe maar toch geen onware woorden uit…

De mens in dit klassieke oerverhaal, u, jij en ik, de mens kijkt naar de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad, de boom van het krijgen van de macht, van het ontvangen van een machtspositie, en zodoende zijn de vruchten een lust voor het oog van de mens. Het is toch wel erg aanlokkelijk dat deze boom ons machtige wijsheid zal schenken. Wijsheid, kennis, macht, invloed, de situatie precies laten gaan zoals wij willen, het als de goden zijn: het zijn verleidelijke vruchten voor de mens, niet alleen toen maar ook nu.

En zo is dit klassieke verhaal uit bijbelboek Genesis niet het verhaal dat de blindelingse gehoorzaamheid van de mens aan God wil testen. Maar uit dit verhaal komt een andere vraag van God naar voren, God wil weten wat er in ons hart leeft: God ziet de mens aan en vraagt: hoe belangrijk is de macht voor u, voor jou, voor mij? Hoe belangrijk is invloed voor u, voor jou, voor mij? Hoe graag willen wij als de goden zijn, onze macht doen laten gelden, onze zin doordrukken, hoe graag willen wij onze visie allesoverheersend laten zijn?

Hoe graag wil de mens zoals de goden zijn? Volgens dit verhaal graag, heel graag. Volgens dit verhaal is de mens menigmaal niet opgewassen tegen de verleiding van kennis en macht. De mens gaat nogal eens ‘over lijken’ om die macht te krijgen en te behouden.

En zo is dit verhaal in eerste instantie een spiegel over ons mens-zijn… In dit verhaal zouden we onszelf kunnen herkennen, en deze kant van ons mensen zouden we voor Gods aangezicht kunnen neerleggen, of we kunnen onszelf in dit verhaal niet herkennen, en onszelf ervoor afsluiten en zeggen: ‘Dit gaat over anderen, niet over mij.’

Maar gelukkig… gelukkig klinkt in de kerk elke keer weer het evangelie, de goede boodschap van God, juist ook voor die mensen die met pijn in hun hart zich in dit verhaal herkennen: Het evangelie, dat luidt: Vreest niet, Christus is gekomen om de hand naar ons uit te strekken en te zeggen: blijf hierover niet treuren: God reinigt onze schuld.

Amen.