ds. Riegonda van Welie-Kaai: ‘Over de storm op het meer…’, n.a.v. Markus 4: de verzen 35 – 41,

Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst, 26 oktober 2016  *

Voorganger: ds. Riegonda van Welie-Kaai

De meditatie is geschreven naar aanleiding van het bekende bijbelgedeelte uit

Markus 4: de verzen 35 – 41, over de storm op het meer…

Gemeente van Christus, mensen hier vanmiddag bijeengekomen,

Ons bijbelgedeelte van vanmiddag laat ons zien dat, zelfs wanneer God in de concrete gestalte van Jezus bij de mens in de levensboot zit, dat ook dan een hevige storm kan gaan waaien….En de leerlingen die met Jezus in deze hevige storm op het meer terechtkomen, beschuldigen Jezus ervan dat hij er niet gevoelig voor zou zijn dat zijn leerlingen straks door deze storm zouden verdrinken. “Meester”, schreeuwen zij uit, “kan het u niet schelen dat wij vergaan?”

In deze vraag aan Jezus lezen wij ook de reden waarom de leerlingen zo bang zijn voor die hevige storm. Jezus’ leerlingen, zij worden overmand door doodsangst. Angst overmeestert hen omdat zij het gevoel hebben de dood recht in de ogen te kijken…. Dat lijkt me niet vreemd of gek. Er zijn, naar ik vermoed, weinig mensen, die niet angstig zouden worden van zo’n grote storm op zee, van zo’n confronterende gebeurtenis in je leven die je dwingt om te beseffen dat ook jouw leven niet onsterfelijk of onvergankelijk is…

Geconfronteerd worden met de eindigheid van het leven, plotseling, net zoals de discipelen. Misschien bent u ook wel eens overvallen door vragen die zijn opgekomen door het besef dat niet men sterft (men, ja dat is de onpersoonlijke ander, los van mij), maar dat ook ik zal sterven… Zal ik pijn moeten lijden, of zal ik plotseling overlijden? Zal ik sterk afhankelijk worden van anderen om mij heen, of blijft me dat bespaard? Ja, gevoelens van angst komen veelal naar boven wanneer de mens de eindigheid van zijn leven recht in de ogen aankijkt…

Nu, het intrigerende van ons bijbelgedeelte van vanmiddag vind ik Jezus’ antwoord op de angst van de leerlingen. Jezus, hij stelt in zijn antwoord twee vragen aan hen: De eerste vraag luidt: ‘waarom hebben jullie zo weinig moed?’….De tweede vraag is: ‘Geloven jullie nog steeds niet?’ Jezus’ eerste vraag gaat over moed hebben, de tweede over geloof. En ja, moed en geloof, ik denk dat die twee opmerkingen met elkaar te maken hebben, zij staan in elkaars verlengde. Moed hebben, dat heeft te maken met geloof. Moed, dat kan worden geput uit geloof. Geloof, dat is de bron, de krachtbron, om moed te ontvangen in het leven. Door geloof kan moed in de mens worden geboren.

Moed, wat is dat nu eigenlijk? De Dikke Van Dale beschrijft moed als volgt: moed is het vermogen van iemand om ondanks zijn angst toch te doen wat nodig is…Moed, dat gaat dus eigenlijk over een menselijk doen en laten, dat zich niet laat verkrampen door angst; Een moedig mens laat zich niet gevangen nemen door de angst. Vaak brengt angst paniek bij mensen naar boven waardoor mannen en vrouwen bijvoorbeeld veel scherper en feller in hun woorden en reacties worden… Moed gaat dus niet over het niet meer hebben van angst. De angst is zeker niet weg. De angst is niet verdwenen. De Dikke van Dale zegt immers: moed is het vermogen van iemand om ONDANKS zijn angst toch te doen wat nodig is. De angst is er nog wel, maar er is iets wat boven de angst uitstijgt, waardoor de mens toch niet verkrampt… Moed, zij is sterker dan de angst. Moed zorgt ervoor dat de angst niet meer aan het roer staat.

Nu, zoals ik eerder vertelde, is geloof een krachtbron waaruit moed geput kan worden. Maar hoe dan? Wel, hoe kan geloof een bron zijn waaruit wij mensen, leerlingen van Jezus’ Christus, moed kunnen putten? Geloof, het betekent letterlijk vanuit het Grieks vertrouwen, vertrouwen op God. Ok, maar dan blijft de vraag nog steeds staan? Hoe kan vertrouwen op God de mens moed geven om zich niet te laten verkrampen door angsten voor de storm, de wind en het water op onze levensweg?

Ik denk dat theoloog Dietrich Bonhoeffer ons hierin een treffende richtingaanwijzer geeft in het gedicht dat door hem geschreven is. Bonhoeffer, misschien heeft u wel eens van die naam gehoord. Hij was een predikant die de moed had om op te staan tegen het nazisme, een theoloog die de moed had om zich te verzetten tegen het bewind van Hitler, hetgeen hij met zijn leven heeft moeten bekopen.

Bonhoeffer, hij geeft ons, denk ik, in één van zijn teksten, later een lied geworden, een belangrijke aanwijzing op welke wijze vertrouwen op God een mens de moed kan geven om zich niet te laten verkrampen door angst. Hij schrijft:

“Door goede machten trouw en stil omgeven, behoed, getroost, zo wonderlijk en klaar…”

Geloof, ja dat is dat vertrouwen op die goede, trouwe en stille machten, God, en Christus, door wie wij mensen omgeven worden, dag in, dag uit. Geloof, dat is het vertrouwen op die goede machten, God, en Christus, in wie wij liefderijk geborgen zijn en blijven….in leven en in sterven. Dat vertrouwen kan ons moed geven, niet in eerste instantie heldenmoed zoals bij Bonhoeffer maar wel moed om überhaupt te bestaan, moed om te zijn in deze wereld, moed om je leven daadwerkelijk te leven…. De angst gaat niet weg, de angst verdwijnt niet, maar de moed die kan worden geboren uit geloof, uit dat vertrouwen op die goede trouwe stille macht, die ons te allen tijde omgeeft, laat ons minder of niet verkrampen.

Amen.