ds. Ruben van Zwieten: ‘Pin hem er op vast!’ n.a.v. Richteren 4

*  Alle-Dag-Kerk, 4 februari 2015  *

Voorganger: ds. Ruben van Zwieten, Amsterdam

‘Pin hem er op vast!’ n.a.v. Richteren 4

Parijs, Verviers, Hilversum. De gebeurtenissen boezemen ons angst in. Agenten nemen sinds vorige week hun wapen mee naar huis. Het wapen verhuist -voor het geval iets gebeurt onderweg naar huis- mee van het bureau naar het nachtkastje.

Wat is de aanleiding tot deze angst? We kunnen 1. zelf persoonlijk slachtoffer worden, 2. er kunnen aanslagen gepleegd worden in ons land bij mensen die we kennen en 3. de toestand in de wereld baart zorgen.

Juist nu moeten we goed nadenken wat er gebeurt. Op het scherpst van de snede kunnen we iets werkelijks proeven en diagnosticeren van het menselijk leven en samenleven. Straks als de storm weer is gaan liggen, kunnen we ons gemakkelijker aan de scherpte van de waarheid onttrekken.

Om na te denken over onze huidige angst, introduceer ik de term: vijand. Vijand past niet bij neutrale mensen. Als je liever diplomatiek en als een klein Zwitserland wilt zijn, praat je liever niet in termen van vriend en vijand. We zeggen al snel: ik zeg dit nu wel, maar ‘pin me er niet op vast’. Tsja voor je het weet zit je aan grond genageld, gevangen tussen vriend en vijand. Je komt in een permanente twijfel of je nu je hand moet gebruiken om deze uit te steken of dat die gebruikt moet worden om mee te slaan. Ook in onze politiek met een onversneden wij-zij denken tijdens verkiezingstijd, blijkt later vaak een gezworen vijand ineens een goede vriend te kunnen zijn als de wind iets anders waait. De poldercultuur noemen we dat. Op het ene moment is hij je gedoogpartner en het andere moment krijg van hem ‘een vieze smaak in de mond’. Bovendien leven we in een liberale democratie met een bijbehorende vrije markt waar de vriend-vijand tegenstelling niet heel erg welkom is. De markt moet gelden als een neutrale arbiter die blind is voor iemands privé opvattingen. Op de markt bestaan immers geen vijanden maar enkel concurrenten. Meningen, argumenten en overtuigingen raken door deze neiging tot conflict-vermijding op de achtergrond. Over een liberaal werd weleens spottend door een filosoof gezegd: als je een liberaal vraagt: Christus of Barabas, dan zegt hij: laten we een commissie, een parlementaire enquête instellen om de zaak grondig te onderzoeken.

En natuurlijk, voor wie komt uit de tijd van de verzuiling waar meningen en overtuigingen hele dorpen en later ook families in tweeën spleten kwam een tijdperk van neutralisatie en depolitisering niet verkeerd uit.

Het kritisch bewustzijn is in die fase in toenemende mate wel afgekocht met materiële consumptie en vermaak. Lang geleden heeft Nietzsche al eens beschreven hoe de westerse wereld zich bewoog richting van wat hij noemt ‘de laatste mens’. Dat is een apathisch wezen dat niet in staat is om te dromen, geen risico’s neemt en op zoek is naar gemak en veiligheid. Zonder enige grote hartstocht of maatschappelijke betrokkenheid. Overdag en ’s nachts hebben we onze kleine pleziertjes, maar intussen blijft hij goed op zijn gezondheid letten. “Ik heb het geluk ontdekt”, zegt de laatste mens met een knipoog. Op deze wijze wil je tolerantie jegens elkaar bevorderen. Je bent per slot van rekening slechts een matchmaker van vraag en aanbod. Dit moet leiden tot het leven van een lang, tot tevredenheid stemmend leven vol materiële rijkdom en persoonlijk geluk. Dit is de tolerante zogeheten Eerste Wereld. Nu hebben we hier een fundamentalistische reactie op gekregen. Namelijk het wijden van je leven aan een of andere alles overtreffende missie, bereid om alles daarvoor op het spel te zetten, tot verlies van het eigen leven aan toe. Voor Nietzsche zijn beide levensstijlen nihilistisch. De Laatste mens, passief nihilistisch, druk bezig met zijn stompzinnige dagelijkse pleziertjes en de moslimradicaal, actief nihilistisch, die met zelfvernietiging bereid is te sterven voor zijn ideaal.

We moeten durven over vijanden te spreken. We moeten durven onze vijanden lief te hebben. We moeten ook als een Debora (woorddaad en zoemende honingbij) en als Jaël (hand van god) onze vijand op de aarde  proberen te stoppen. Weg van de aarde onder de hemel. Op de aarde moet broederschap kunnen zijn onder de hemel. De vijand die dat bedreigt wordt door de dames uit Richteren met een hamer en een tentpin aan de grond genageld. Ze pinnen hem er op vast. Wat is je ja waard als je ook niet nee zegt? Alleen JHWH, alleen Jezus kan werkelijk de vijand liefhebben.

Maar toch, pin ons er ook maar op vast:

We nagelen de vijand aan de grond én hebben de vijand lief.

Plaats een reactie