ds. Ruurd van der Weg: Komt verwondert u hier, mensen! n.a.v. Lucas 2: 1-20

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 23 december 2015  *

Voorganger: ds. Ruurd van der Weg,

predikant-geestelijk verzorger bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol

Kerstmeditatie

Thema: Komt, verwondert u hier, mensen! (oftewel: kunnen we ons nog verwonderen in tijden van afnemend licht?), n.a.v. Lucas 2: 1-20.

Ik ben geboren en getogen in Friesland, in Holwerd, een klein dorp aan de kust van de Waddenzee. Er waren oude tradities en rituelen, waar ik als kind niet zo bij stil stond, maar waar ik nu, als volwassen man, soms met weemoed aan terugdenk. Eén van die tradities was, dat elk jaar op Kerstmorgen het plaatselijke muziekkorps heel vroeg, toen het nog donker was, buiten kerstliederen speelde. Moet je je voorstellen: die mannen en vrouwen staan voor dag en dauw op, soms was het bitter koud – van opwarming van de aarde hadden we nog nooit gehoord – en spelen op verschillende plaatsen in het dorp, op hoeken, straten en kruispunten. “Stille nacht”. “Hoor, de engelen zingen de eer”. Als kind lig ik in mijn warme bed, half slapend, half wakker. Ik hoor in de verte al flarden van muziek. Ze komen steeds dichterbij. Opeens is het net alsof ze vlak voor ons huis staan te spelen. Een ongeschreven regel van het ritueel is, dat je niet opstaat om door het raam naar buiten te kijken. Het is de bedoeling dat je in bed blijft liggen. Soezerig van de slaap luister ik naar “Komt allen tezamen”. En dan gaan de muzikanten weer verder. Het geluid sterft langzaam weg. Klankresten. Het wordt weer stil.

Zoals ik nu terugkijk was het de ultieme ervaring van verwondering, van geborgenheid ook. Een soort gelukzalig gevoel van vertrouwdheid en veiligheid. Kan Kerst anno 2015 iets van diezelfde verwondering, dat onbevangen besef van geborgenheid, bij ons wakker roepen? Want ik denk dat het daar om gaat met Kerst: om verwondering over een God die ons in het kind Jezus menselijk nabij komt en die ons bergt in Zijn liefde.

Gabriël Smit dichtte:

Alles hebt Gij geschapen, maar nu zijt Gij een klein kindje,
dat zijn twee oogjes nog haast niet kan opendoen,
dat niet eens alleen de borst van zijn moeder kan vinden.
En Gij ruikt ook zoals pasgeboren kinderen ruiken:
zoet vlees, geur van binnenvliezen, voorjaar van bloed,
lammetje, Lam van God.

De verwondering van de dichter… Ik heb het gevoel dat dat steeds moeilijker aan het worden is. Er zijn soms teveel factoren waardoor de verwondering geen kans meer krijgt om open te bloeien. Dagelijks worden we gebombardeerd met allerlei informatie en actualiteiten, reclameboodschappen, digitale en virtuele prikkels, geluiden, lawaai. In hun vrije tijd willen mensen vermaakt worden. Ook dan hebben mensen prikkels nodig, uitdagingen, anders vinden ze er al gauw niets meer aan. Als het stil is, voelen velen zich ongemakkelijk. Als er niets te doen is, slaat de verveling toe. Als mensen niet ergens een kick van krijgen, is het al snel saai. Iemand heeft dit verschijnsel eens de “vereftelingisering” van de samenleving genoemd. Het leven is een pretpark, de moderne mens wil geamuseerd worden. Alles moet een “event” zijn, een gebéúrtenis – we gaan niet gewoon winkelen, we gaan funshoppen! Steeds meer, steeds intenser, steeds gekker, want anders haken de cliënten af. Maar raken we zo niet met zijn allen blasé, afgestompt? Kan in dit klimaat de verwondering nog gedijen? Kunnen we ons nog verwonderen over een pasgeboren kind, liggend in een kribbe, gewikkeld in doeken, toonbeeld van eenvoud en kwetsbaarheid?

Ook op een andere manier heeft de verwondering het moeilijk. Het lijkt wel alsof in 2015 gewelddadigheid en bloeddorst toenemen. De opkomst van het wrede kalifaat IS. Her en der terroristische aanslagen die angst zaaien. De burgeroorlog in Syrië. Aanhoudend geweld tussen bevolkingsgroepen in Afrika. Geweldsuitbarstingen in eigen land als er alleen nog maar gepráát wordt over de komst van een AZC. En vergeet niet “het kleine geweld” dichtbij, in onze eigen huizen en families, vaak onzichtbaar: geen veiligheid en warmte, maar verwaarlozing, misbruik. Soms moet iemand zich een harnas aanmeten, een pantser, alleen maar om te overleven. Vertrouwen en geborgenheid raken diep bedolven. Dus, alsjeblieft, gelovigen en kerkgangers, val mij niet lastig met de geboorte van een kind dat “Koning van de vrede” genoemd wordt. Zie je dan niet dat geweld en wreedheid regeren?

En toch, en toch. Met Kerst nemen miljoenen en miljoenen mensen de moeite om samen te scholen rondom de kribbe. Ze zingen, ze bidden, ze steken een kaars aan. Ze luisteren naar dat oude verhaal van de geboorte van Jezus. Wat zoeken zij? Waar verlangen zij naar? En wij? U en ik, hier in deze kerk, op woensdagmiddag? Middenin de veelheid van geluiden, middenin de overmacht van chaos en geweld? Zou het kunnen, dat ergens diep in ons hart het besef leeft dat er méér is dan die veelheid van geluiden? Dat chaos en geweld niet het laatste woord kunnen hebben? Een verlangen naar leven zoals leven bedoeld is, zoals God het bedoeld heeft: een aarde bedekt met vrede. Herinnert het goddelijk kind ons misschien aan het verloren paradijs van onze eigen kindertijd? Roept het kind in de stal het verlangen op naar goedheid, harmonie en geborgenheid? Kijken we via het kind Jezus naar dat kleine meisje of jongetje dat altijd nog in onszelf overwintert, maar dat vaak overwoekerd wordt door grote-mensen-zaken of pijnlijke ervaringen?

Als je het mij vraagt: ja, ik geloof dat God zijn hand naar ons uitstrekt en het kind in ons aanraakt. En dat er zo toch nog verwondering kan groeien, ondanks alles. En ik geloof dat uit verwondering de lofzang geboren wordt en dat er dan pas goed Kerst gevierd kan worden. Ik geloof dat onze zachtheid weer gewekt kan worden, ik geloof dat wij de ogen van een kind terug kunnen krijgen.

We mogen weer even onbevangen zijn, argeloos. Als een kind dat met verwondering kijkt naar de waakzame lichtjes in het donker. We mogen luisteren naar flarden muziek in de stille nacht. De beroemde pianist Alfred Brendel heeft eens gezegd dat in het Engels het woord “listen” (luisteren) precies dezelfde letters bevat als het woord “silent” (stil)… Met Kerst mogen we als het ware weer even op schoot zitten, de schoot van ontferming van onze God. Daar is helemaal niets op tegen, integendeel, het is nodig om het vol te kunnen houden.

Een schoot is er ook om weer van af te glijden. De schoot is niet een vaste verblijfplaats, maar een pleisterplaats onderweg, een uitvalsbasis. Vanuit de verwondering over een God die mens wordt en bij Wie ieder mens zich tenslotte geborgen mag weten, van daaruit gaan we de wereld weer in. Die wereld met zijn veelheid van geluiden, met zijn chaos en geweld dat cynisch maakt. Maar ik hoop dat het vieren van Kerst iets verandert. De verwondering is wakkergeroepen om nooit meer weg te gaan, wakkergeroepen door dat oude, telkens nieuwe verhaal. Door verwondering over het licht kunnen we menselijk blijven in de duisternis. God is kind geworden – nu wij nog.

Amen

Plaats een reactie