ds. Ruurd van der Weg: ‘Wij zouden Jezus wel willen zien’ n.a.v. Johannes 12: 12-24

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 29 maart 2017  *

Voorganger: ds. Ruurd van der Weg, Uithoorn

‘Wij zouden Jezus wel willen zien’ n.a.v. Johannes 12: 12-24

(Intocht in Jeruzalem/Jezus spreekt over zijn dood)

Het schema van deze wereld is: hard tegen hard, geweld beantwoord je met geweld, kwaad vergeld je met kwaad. Als iemand jou slaat, sla je terug. Als iemand jou iets flikt, zet je het hem betaald.
Als iemand op Twitter of Facebook een mening geeft die jou niet zint – of alleen zijn gezicht of kleur staat je niet aan – dan boor je hem de grond in met schelden en dreigementen. De hongersnood in Centraal-Afrika – waar we vandaag de Nationale Actie Giro 555 voor houden – wordt mee veroorzaakt doordat corrupte machthebbers en losgeslagen milities elkaar te vuur en te zwaard bestrijden en zo de toegang tot voedsel blokkeren. Wat een geweld overal, in het klein, in het groot.

In zo’n wereld houdt Jezus intocht, nederig en zachtmoedig, niet hoog te paard, maar laag te ezel. En ik voel me ongemakkelijk. Want die koning op de ezel kijkt mij aan met vragende ogen. Ik sta langs de weg te juichen en met een palmtak te zwaaien – teken van macht en overwinning. Ik zou willen dat Hij als Zoon van God een eind maakt aan alle geweld… desnoods met geweld! Zo halen de inwoners van Jeruzalem Hem binnen en ik sta er tussen, wij staan er tussen. Hij is de strijdende Koning die hen zal bevrijden van de gehate Romeinen die hun land bezetten. De tirannie verdrijven! Maar het zal heel anders uitpakken. Jezus is geen strijdende maar een lijdende koning. Zèlf slachtoffer van zinloos en redeloos geweld. Zijn enige misdaad is liefde, liefde die niet verdragen wordt door de machthebbers. Niet alleen slachtoffer: Jezus kiest ook bewust de weg van de weerloosheid, van het offer, van de kwetsbaarheid, van de graankorrel die moet sterven om vrucht te dragen. Hij kijkt mij aan, kijkt ons aan, vanaf zijn ezeltje, het lastdier van de armen. Hij kijkt ons aan vanaf het kruis. Met vragende ogen, vol liefde. Alsof ze willen zeggen: waarom leven jullie met woest geweld? Waarom zijn jullie niet vindingrijker en creatiever in het zoeken naar vreedzame oplossingen?

Maar Jezus: zo krijg je tirannen en dictators niet weg! Soms moet je toch geweld gebruiken? Zo word ik heen en weer geslingerd… ik ben er niet uit…

In ieder geval maakt het geloof in deze koning het leven er soms niet gemakkelijker op. Deze sjofele koning morrelt aan onze vanzelfsprekendheden, doorbreekt vastgeroeste ideeën. Een luis in de pels. Een mens van Godswege die ons interpelleert, in de rede valt, die ons bij de les houdt, die vraagtekens zet bij macht en geweld. Een moeilijke Messias soms. Geloof is niet alleen troost en bemoediging en houvast en rust en geborgenheid – dat is het óók allemaal –, maar ook: onrust, tot nadenken stemmen, kritisch zijn, bewust leven.

Jezus’ tijdgenoten hadden hier al grote moeite mee. Vlak na de intocht gaan een paar Grieken naar Filippus en Andreas: ‘Wij zouden Jezus wel willen zien’. Wonderlijk, vreemd. Ze hèbben Jezus toch net gezien? Bij de intocht in Jeruzalem? Rijdend op een ezel? Ja, ze hebben Hem wel gezien, maar ze hebben Hem niet gezien, ze hebben Hem niet gezien. Ze hebben gezien wat ze graag wìlden zien: een koning die het allemaal oplost, die met een machtsgreep bevrijding brengt. Maar ze hebben niet gezien zoals Hij zich laat zien, wie Hij wèrkelijk is: de lijdende Knecht, een koning die regeert vanaf het kruis.

Zien wij Jezus eigenlijk nog wel? Zien we nog – in een wereld vol geweld en oorlog – hoe vreemd en weerbarstig deze ezelkoning eigenlijk is? Het evangelie is geen pleister op de wonde, maar de wond zèlf, een kritische noot in ons bestaan. Jezus’ weg staat haaks op onze wegen van machtsdenken en grote ego’s. Hij heeft zichzelf klein gemaakt met de kleinen, zwak met de zwakken, om de sterken te beschamen en de machten van het kwaad te ontmaskeren.

Nee – geen richtlijnen voor de politiek, geen kant en klaar recept voor het oplossen van conflicten, geen gemakkelijke manier, geen God die het allemaal voor ons oplost, maar een God die ons met zijn attributen, ezel en kruis, de weg van liefde en vrede wijst. Die een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van ons als mensen, als regeringen, die ons laat kiezen tussen goed en kwaad, nee, meestal tussen twee kwaden. Opkomen voor de zwakken, voor de mensenrechten – dan is er soms geweld nodig – daar kom ik geloof ik toch bij uit, min of meer tegen wil en dank – ik heb niet voor niets bijna vijftien jaar bij Defensie gewerkt als krijgsmachtpredikant. En Jezus smijt toch ook de tafels van de geldwisselaars in de tempel ondersteboven…

Maar ik vind Hem dus niet automatisch aan mijn kant… Nogmaals, die vreemde koning op de ezel houdt mij kritisch en alert, maakt mij onrustig, wrikt mijn vaste schema’s los. En dat is goed. Dan waai je niet zo gemakkelijk mee met allerlei leuzen en slogans.

Ik keer nog even terug naar de vraag van de Grieken: ‘wij zouden Jezus wel willen zien’. Waar kun je Hem zien? In de gestalte van de Gekruisigde, in de ogen van de slachtoffers van geweld, in de hongerige nomade in Somaliland die geen vee meer heeft. Als wereldburgers zijn we betrokken bij alles wat er in de wereld gebeurt èn leven, wonen en werken we in de kleinere wereld van onze directe omgeving. Ook daar kunnen we Hem zien. In de ogen van zieken en stervenden, in degene die op je weg komt en een beroep op je doet. Daar kun je Hem zien.

En dan stelt Hij geen onmenselijk hoge eisen aan ons.
Hij vraagt alleen maar van ons om bij Hem te zijn in al de pijn waarmee de mensen mensen zijn.

Voor de kleine heesters

Dank U wel, dat ik niet de hoogste boom hoef te zijn,
trots en ongenaakbaar, uitstekend boven ieder en alles om mij heen.
Dank U wel, dat mijn takken niet de sterkste takken hoeven te zijn,
recht en onbreekbaar, gemaakt om alle stormen te doorstaan.
Dank U wel, dat mijn knoppen niet de allermooiste knoppen hoeven te zijn,
ongebroken en gaaf, bron van bloesem en juichende vreugde.
Dank U wel, dat U juist oog en hart hebt voor de gebroken knoppen,
voor de kromme takken, voor de kleine heesters van deze aarde.

(uit: Alfred C. Bronswijk, Rakelings Nabij, Narratio Gorinchem 2003)

ds. Ruurd van der Weg, Uithoorn, krijgsmachtpredikant b.d.
Email: ruurdvanderweg@gmail.com

 

Plaats een reactie