dr. Stephan de Jong: ‘De wolk van getuigen’ n.a.v. Hebreeën 12: 1

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 24 februari 2016  *

Voorganger: dr. Stephan de Jong, Bussum

‘De wolk van getuigen’ n.a.v. Hebreeën 12: 1

Franciscus van Assisi was eens in een oude, zwaar vervallen kerk, Hij hoorde een stem: ‘Franciscus, ga en herstel mijn kerk met al die scheuren en gaten.’ Franciscus ging naar huis om zijn gereedschapskist te halen. Na terugkomst klonk de stem weer: ‘Niet de stenen, Franciscus, niet de stenen, maar de mensen moeten worden hersteld.’ Daarop ging Franciscus naar buiten om te zorgen voor wezen en weduwen.
Door dit soort verhalen uit de geschiedenis van de kerk te vertellen, klinkt die stem nog steeds: ‘Herstel de kerk met al die scheuren en gaten.’ Die stem heeft het niet over het stucwerk hier, maar over ons.
De kerk leeft van verhalen, van herinneringen. Talloze herinneringen aan mensen die de keus hebben gemaakt voor de weg van edelmoedigheid, geduld, goedheid. Herinneringen aan mensen die de weg zijn gegaan van die ene mens, die groot was door klein te zijn: Jezus.

Dat er aan de kerk de nodige herinneringen kleven is ook mijn cynische vrienden opgevallen. Ze reageren misschien als de uwe. Of ik de herinneringen bedoel aan de oorlogen die in naam van het christendom zijn gevoerd? Of aan de onderdrukking van de vrijheid van mensen – denk aan de brandstapels voor de ketters? Of aan de kerk die nogal eens benepen kon zijn, moralistisch en dogmatisch? Het is waar. De kerk leeft niet uit deze herinneringen, maar moet er wel mee leven.
We kloppen onszelf dan ook niet op de borst. Overigens, het besef dat niet alles ideaal is in het geloof, weerspiegelt zich ook in de Bijbel. Daar vind je geen herinneringen aan heiligenlevens, maar aan falende mensen. Denk aan Abraham die niets van Gods beloftes kon geloven; David, de gelovige koning, die Batseba schaakte en haar man de dood in stuurde; Job, de gelovige rijke, die bij tegenslag zijn leven en God vervloekte; Paulus, de grote apostel, die eerst een vervolger van de christenen was.
Weer even terug naar Franciscus van Assisi. Hij wist drommels goed dat de kerk niet altijd deugde. Hij vond echter: ‘Als het God belieft om met zo’n kerk in zee te gaan, wie ben ik dan dat ik die zou afwijzen? Of neem ds. Buskes, die ooit zei: ‘De kerk is een zooitje … maar ik hoor bij dat zooitje.’

Nee, de kerk kent niet alleen maar lelijke herinneringen, maar gelukkig ook prachtige. De kerk weet ervan, leert ervan, leeft eruit. Want herinnering is een vorm van ontmoeting. Bijbel en traditie bieden ontmoetingen die het beste in ons naar boven halen.
Dat heb ik onder meer leren inzien dankzij een ingenieur – niet een theoloog: Arie van den Beukel, hoogleraar technische natuurkunde in Delft. In de jaren negentig publiceerde hij een boekje over geloof en natuurwetenschap. Hij vertelde daarin dat hij als natuurkundige weet dat een theorie waar is dankzij experimenten. Als gelovige weet hij dat het geloof waar is dankzij mensen, ‘de getuigen’, in wie je uitwerking van het geloof ziet. In Hebreeën 12: 1 heet dat in een oudere vertaling ‘de wolk van getuigen’. In het hoofdstuk daarvoor worden er velen opgesomd: Abraham, Sara, Mozes, Gideon, Barak, mannen en vrouwen. Van den Beukel verwijst naar die lijst en voegt er anderen van later aan toe, zoals Blaise Pascal, Johann Sebastian Bach, Dietrich Bonhoeffer, Martin Luther King, moeder Theresa van Calcutta, Ida Gerhardt. In hen, zegt Van den Beukel, was de aanwezigheid van de levende God op geloofwaardige wijze zichtbaar.
Hij schrijft ook over de kerk van zijn jeugd. ‘In het gereformeerde milieu waarin ik ben opgegroeid waren mensen te vinden, en niet zo weinig, die voor mij herkenbaar waren als kinderen van God, die met Hem omgingen, zijn woorden opvingen, zijn daden deden, in wie ik de rabbi van Nazaret terugzag, die, zoals de Bijbel dat uitdrukt, “wandelen als kinderen van het licht”. Door hen ben ik gebleven.’

De kerk leeft uit herinneringen. Die zitten ook in de liturgie die in de kerk al zo lang wordt gevierd. Deze is oeroud en gaat terug op het begin van de kerk en heeft wortels in de nog oudere synagoge. Ik bedoel de grondvorm van de liturgie met groet, liederen, gebeden, overdenking van de Schrift, zegen.
Ik kan me voorstellen dat mensen soms vernieuwing wensen. Maar in die liturgie zijn we verbonden met al die generaties voor ons die geloofden. Als ik ‘ik’ zeg – ‘ik geloof’ – dan komt dat ‘ik’ op de tienduizendste plaats, dan klinkt mijn stem in een eeuwenoud koor, dan kom ik erbij staan in die wolk van getuigen. In deze liturgie besef ik dat ik voorgangers heb die de weg baanden, die de weg gingen, waardoor deze niet overwoekerd raakte.
In deze oude kerk en oude liturgie ben ik thuis met generaties van mensen die hebben vertrouwd dat ze bij God thuis zijn, dat Hij hun en mij gedenkt en dat we meer zijn dan alleen maar een onbetekenend stofje in onmetelijke kosmos en miljarden jaar oude geschiedenis. In de kerk ben ik thuis als de mus en de zwaluw, zoals Psalm 84 het zo mooi zegt; de mus en de zwaluw die nestelen onder het altaar.
Daarom ten slotte het verhaal over een kapel ergens in Griekenland die de naam draagt ‘Onze Lieve Vrouwe van de Zwaluwen’. Volgens een legende werd de kapel ooit gebouwd door een monnik bij een grot waarin nimfen en geesten zouden huizen. De monnik wilde dat bijgeloof bestrijden. Op een avond verscheen er een vrouw, gekleed in het zwart, maar het was alsof ze van binnen licht gaf. De vrouw vroeg de monnik of hij zeker wist dat Gods vrede ook niet de geesten en nimfen bereikte. Of hij niet wist dat God bij de schepping vergeten had aan sommige engelen vleugels te geven, engelen die zich nu verscholen in de bossen en de grotten. De vrouw ging de grot in en kwam na een tijdje terug. Ze deed haar mantel open en er vlogen honderden jonge zwaluwen uit. De vrouw zei tot de monnik: ‘Jij zult deze zwaluwen, die ieder jaar terugkeren, beschutting bieden in je kapel. Ze horen allemaal bij God.’ Die zwaluwen, dat is de wolk van getuigen, daar horen u en ik bij.

Plaats een reactie