ds. Teus Prins: ‘Begrijpend lezen’, n.a.v. Handelingen 8: 26-40

*  Alle-Dag-Kerk, Middagpauzedienst 15 oktober 2014  *

Voorganger: Ds. Teus Prins

‘Begrijpend lezen’ n.a.v. Handelingen 8: 26-40

Eén van de bekendste kinderliedjes in de kerk is het lied dat begint met de woorden ‘Lees je Bijbel, bid elke dag, als je groeien wilt…..”. En zo’n Bijbel is er dus ook voor de kinderen: de ‘Groei-bijbel’. Terwijl er voor hen ook een ‘Startbijbel’ is, en daarnaast verder dan ook nog een ‘Kijkbijbel’. Prachtig, vooral als we bedenken dat voor veel kinderen op de wereld er niet eens een mogelijkheid is om de Bijbel te lezen.

Omdat die kinderen niet hebben kunnen leren lezen, vanwege het feit dat er voor hen geen scholen zijn. Daarbij komt nog we ons moeten realiseren dat de volledige Bijbel vandaag de dag in nog maar ruim 400 talen beschikbaar is, terwijl er evenwel minstens 6000 talen op de wereld zijn…. Ik denk dat wij in ons land dan ook heel blij moeten zijn niet alleen dat de Bijbel in onze taal wèl beschikbaar is maar dat er daarvan ook nog eens zoveel verschillende vertalingen zijn. Waaraan deze maand een nieuwe vertaling is toegevoegd: die de naam ‘Bijbel in Gewone Taal’ gekregen heeft. Ik weet niet of het vak op de basisschool nog bestaat, maar vroeger kreeg je op de lagere school een rapportcijfer voor ‘begrijpend lezen’. Dit vak bestond er uit dat je niet alleen letterlijk de woorden moest kunnen lezen maar dat je deze verder ook in het verband van de hele zin plaatsen kon, kortom: dat je dus begréép wat er stond. Welnu: aan dit vak moet ik altijd even denken bij het verhaal dat we zojuist hoorden: over die hoge ambtenaar uit Ethiopië die, in zijn koets vanuit Jeruzalem terug naar huis hardop in het bijbelboek Jesaja zit te lezen. Waarover het gáát blijkt hem wel duidelijk te zijn maar over wie blijkt voor deze man nog maar de grote vraag te zijn.
Op terugreis van zijn pelgrimstocht naar de heilige stad Jeruzalem waar hij in de tempel gebeden heeft en waar hij, misschien wel in opdracht van zijn bazin de Kandake, de koningin van Ethiopië, vooral ook een mooi souvenir op de kop getikt heeft: een boekrol van Jesaja, zit hij nu in zijn koets in die boekrol hardop te lezen. ‘Opperschatbewaarder’ staat er op zijn visitekaartje. Wat betekent dat hij geen kleine speler maar veel meer een hoge functionaris, ja wellicht zelfs wel de minister van Financiën van Ethiopië is….. In materieel opzicht zal hij dan ook wel niets te klagen hebben gehad. Wie hem in Jeruzalem in dat vijfsterrenhotel in zijn prachtige kleding heeft zien rondlopen zal bij zichzelf ongetwijfeld gedacht hebben: het geluk lacht die man gewoon toe.

Het is middag op de dag, zo gaat het verhaal verder. Aan de rand van de weg die vanuit Jeruzalem naar de stad Gaza leidt, blijkt een man te staan, Filippus is zijn naam. Als apostel van de Heer heeft hij de stem van een engel gehoord die hem een, vanuit strategisch oogpunt, nogal merkwaardige opdracht geeft, namelijk dat hij -als was hij de eerste de beste lifter- midden op een snikhete dag langs een eenzame weg richting een vreemde stad moet gaan staan.

Tegen deze vreemde opdracht sputtert Filippus echter niet tegen: zonder dralen gehoorzaamt hij aan dit initiatief van de kant van God. Waar de Geest van God werkt is het blijkbaar zo dat een mens ook gehoorzamen moet, hoe merkwaardig de opdracht je op het eerste gezicht soms ook voorkomt. Wanneer Filippus op een gegeven moment die koets ziet aankomen ziet hij daarin iemand uit Ethiopië zitten,een land dat in de oudheid bekend stond als zijnde ‘het uiterste van de aarde’. Al snel wordt duidelijk dat het hier om iemand gaat die -na in Jeruzalem te zijn geweest om te aanbidden- nu weer van zijn pelgrimage naar huis teruggaat. Als Filippus hoort dat er in die koets hardop uit Jesaja gelezen wordt dan wipt Filippus vervolgens behendig op de treeplank en zegt hij tegen de man: “Kan ik u soms helpen?” Verstaat ge ook wat ge leest?” Precies zoals je hier in Amsterdam soms –ongevraagd- een toerist helpt wanneer deze de weg op de kaart probeert te vinden. “Meneer: snàpt u wat u leest? Enig benul?” “Nee, zegt de reiziger, want ik heb geen uitlegger. Ik ben een zoeker.” “Nou, zegt de Filippus vervolgens, dat komt dan mooi uit, want dat ben ik ook! Ik zoek ook!” “Ja, maar hoe kunt ú mij dan iets uitleggen?”, zegt die man dan….als u zelf óók zoekend bent?” “Nou”, zegt Filippus, “: ik zou niet zoeken als ik niet reeds gevónden was!” Door God! Dan nodigt de Ethiopiër Filippus uit om bij hem te komen zitten, opdat Filippus naast hem in de koets de positie van leraar in kan nemen.
De Ethiopiër maakt duidelijk dat hij iemand nodig heeft die hem de weg wijst. De man geeft aan Tora nodig te hebben omdat hij zojuist gelezen heeft dat mensen uit alle landen weten mogen dat God ieder mens nabij is en vooral ook helpen wil. Waartoe Hij in de wereld een knecht sturen zal, maar ja: wie is die dienaar van God dan?
Het valt op dat de Ethiopiër aan Filippus dus niet vraagt ‘wàt’ dit moeilijke gedeelte uit Jesaja betekent, en ook niet vraagt waarover het allemaal nu precies gaat, nee: de Ethiopiër vraagt naar het ‘wie’. Vraagt naar wie die knecht is die de mensen steeds maar weg willen sturen, wie die knecht is die ze vernederen en veroordelen zullen, ja, die ze zelfs doden zullen, als een schaap dat geslacht wordt. Waarbij die knecht vervolgens van de aarde weggenomen zal worden…. “Als dit zo is”, zegt de man dan tegen Filippus, als dit zo is “wie zal er dan nog kunnen vertellen dat die knecht van Gòd kwam? ”….“En nogmaals: wie IS die knecht dan eigenlijk?” vraagt hij aan Filippus. Dan begint Filippus te spreken, waarbij hij echter geen zware preek tegen de man afsteekt. Nee, Filippus heeft het heel eenvoudig over het evangelie van Jezus, en hij neemt het Schriftgedeelte dat de Ethiopiër zat te lezen als uitgangspunt. Filippus vertelde, zo zegt de Bijbel in gewone taal het, vertelt aan de man het goede nieuws. Terwijl Filippus nog spreekt duikt er tot beider verrassing langs die weg in de woestijn ineens een plek met water op. Onmiddellijk vraagt de Ethiopiër aan Filippus: “Kan ik mij òòk laten dopen? Kan dat water daar voor mij ook tot levenswater zijn? Zou daar wat tègen zijn? Ik wil namelijk ook graag bij de mensen van Jezus horen”.

Filippus aarzelt geen moment. In vertrouwen op het initiatief dat door God zèlf genomen is gaan die twee mannen vervolgens sámen het water in waarbij……Filippus het antwoord op de vraag geeft door middel van de doop die hij bedient terwijl de man zijn eigen vraag beantwoordt doordat hij zich lààt dopen. Door dit alles gaat de Ethiopiër vervolgens -zo staat er- zijn weg verder met blijdschap! De blijde boodschap van het evangelie van de naam van Jezus weerspiegelt zich in zijn blijdschap. Want zijn weg van de vragen is een weg van vreugde geworden.

Dit verhaal maakt duidelijk dat de Bijbel èn de naam van Jezus, dat de letter èn de Geest, dat de niet-begrijpende lezer èn de taal van God slechts door bij elkáár te komen de vreugde van het evangelie kunnen oproepen. Dankzij de hand van God die mensen een zetje geeft naar elkaar toe. Wat Hij doet ook midden in een grote drukke stad, midden op een dag middenin de week.

Amen.

Plaats een reactie